"Jongeren hebben nood aan voorbeelden, aan sporters aan wie ze zich kunnen spiegelen. Maar die rolmodellen kunnen pas ontstaan wanneer een veilig en toegankelijk sportklimaat hen daartoe de kans geeft", staat er te lezen. En van dat veilige en toegankelijke klimaat is op dit moment geen sprake, aldus WJNH. De Roover verwijst naar de anonieme getuigenis van een professionele voetballer in de Britse Premier League, die in juli 2020 zei bang te zijn om uit de kast te komen als homo, en naar onderzoek van Outsport. Outsport is het eerste initiatief op Europees niveau dat wetenschappelijke gegevens wil vergaren omtrent homofobie en transfobie in sport. Het project wordt medegefinancierd door de Europese Commissie en werkt samen met instituten en organisaties in Duitsland, Hongarije, Oostenrijk en Schotland. De "Outsport Survey 2018" is een enquête uit 2018 bij 5.524 respondenten die zichzelf identificeren als homoseksueel, lesbisch, biseksueel, trans of intersekse, minstens zestien jaar oud zijn en in één van de lidstaten van de Europese Unie wonen. Bijna 90 procent van de respondenten ervaarde homofobie en vooral transfobie als een actueel probleem in de sport. En maar liefst 70 procent meende dat de coming-out van bekende atleten en campagnes in het teken van anti-homofobie en anti-transgenderfobie kunnen helpen om de discriminatie van homoseksuele en transpersonen aan te pakken. In de twaalf maanden voor de enquête was 82 procent van de respondenten getuige van homofobisch of transfobisch taalgebruik in sport. In de context van de beoefende sport blijft 33 procent van de respondenten liever in de kast. Samen met Out For The Win, een platform dat de zichtbaarheid van LGBTQI+-personen in de sport wil verhogen, en LGBTQI+-atleten vraagt WJNH minister Weyts om "toegankelijkheid en veiligheid in de sport" prioriteit te maken. "In uw beleidsnota lees ik: "We zorgen ervoor dat iedereen zichzelf kan zijn bij het beleven van sport". Mooi, maar dan is er werk aan de winkel", schrijft De Roover. "We hebben nood aan een structureel beleid tegen homo- en transfobie over alle sporten heen, op alle niveaus, van topsport tot recreatie, van individuele sporter tot coach langs de zijlijn. Het sportaanbod moet inclusief en toegankelijk zijn voor iedere sportieveling, ongeacht seksualiteit, genderidentiteit en genderexpressie. Trainers en sportverantwoordelijken moeten gekend zijn met uitsluitingsmechanismen die de onveiligheid voor LGBT+ personen in stand houden binnen hun sport", besluit De Roover in naam van WJNH. (Belga)

"Jongeren hebben nood aan voorbeelden, aan sporters aan wie ze zich kunnen spiegelen. Maar die rolmodellen kunnen pas ontstaan wanneer een veilig en toegankelijk sportklimaat hen daartoe de kans geeft", staat er te lezen. En van dat veilige en toegankelijke klimaat is op dit moment geen sprake, aldus WJNH. De Roover verwijst naar de anonieme getuigenis van een professionele voetballer in de Britse Premier League, die in juli 2020 zei bang te zijn om uit de kast te komen als homo, en naar onderzoek van Outsport. Outsport is het eerste initiatief op Europees niveau dat wetenschappelijke gegevens wil vergaren omtrent homofobie en transfobie in sport. Het project wordt medegefinancierd door de Europese Commissie en werkt samen met instituten en organisaties in Duitsland, Hongarije, Oostenrijk en Schotland. De "Outsport Survey 2018" is een enquête uit 2018 bij 5.524 respondenten die zichzelf identificeren als homoseksueel, lesbisch, biseksueel, trans of intersekse, minstens zestien jaar oud zijn en in één van de lidstaten van de Europese Unie wonen. Bijna 90 procent van de respondenten ervaarde homofobie en vooral transfobie als een actueel probleem in de sport. En maar liefst 70 procent meende dat de coming-out van bekende atleten en campagnes in het teken van anti-homofobie en anti-transgenderfobie kunnen helpen om de discriminatie van homoseksuele en transpersonen aan te pakken. In de twaalf maanden voor de enquête was 82 procent van de respondenten getuige van homofobisch of transfobisch taalgebruik in sport. In de context van de beoefende sport blijft 33 procent van de respondenten liever in de kast. Samen met Out For The Win, een platform dat de zichtbaarheid van LGBTQI+-personen in de sport wil verhogen, en LGBTQI+-atleten vraagt WJNH minister Weyts om "toegankelijkheid en veiligheid in de sport" prioriteit te maken. "In uw beleidsnota lees ik: "We zorgen ervoor dat iedereen zichzelf kan zijn bij het beleven van sport". Mooi, maar dan is er werk aan de winkel", schrijft De Roover. "We hebben nood aan een structureel beleid tegen homo- en transfobie over alle sporten heen, op alle niveaus, van topsport tot recreatie, van individuele sporter tot coach langs de zijlijn. Het sportaanbod moet inclusief en toegankelijk zijn voor iedere sportieveling, ongeacht seksualiteit, genderidentiteit en genderexpressie. Trainers en sportverantwoordelijken moeten gekend zijn met uitsluitingsmechanismen die de onveiligheid voor LGBT+ personen in stand houden binnen hun sport", besluit De Roover in naam van WJNH. (Belga)