Ik snapte dat gezeur nooit zo goed. Natuurlijk heb je wat lawaai, stof en andere overlast als je buren verbouwen. Dat hoort er gewoon bij. Net zoals je je niet druk hoeft te maken over die ene buurman die steevast het gras begint te maaien als je bezoek voor de barbecue arriveert, de constant krijsende baby naast de deur, de drummende buurjongen of de buurvrouw die na een paar glazen zo schel praat dat het lijkt alsof ze naast je zit. Zo is dat nu eenmaal als je - zoals de meesten van ons - tussen andere mensen woont. Kun je je daar echt niet bij neerleggen, dan moet je maar in een bos gaan wonen of op een andere plek met mobiscore nul.

We zullen met onze buren móéten praten (ook als we liever zouden gillen)

Zo dacht ik er tot vorige week toch over. Toen begonnen de afbraakwerken bij de buren: een versleten hoevehuisje moet plaats ruimen voor iets veel groters en efficiënters. Natuurlijk wist ik dat daar heel wat lawaai en stof bij zou komen kijken. Alleen had ik een net iets te romantisch beeld van zo'n afbraak. Ik dacht dat werklieden de muren met hamers en beitels te lijf zouden gaan. Niet dus. In alle vroegte reed een gigantische kraanmachine het terrein op. De grijparm begon bomen en struiken uit de grond te rukken en gooide vervolgens de knokige muren van het huisje om. In zijn enthousiasme rukte de kraanbestuurder ook de windschermen op mijn balkon los, verbrijzelde hij er een paar terrastegels en mepte hij twee bloempotten en een plantenrekje stuk. Dat was toch de ravage die ik aantrof toen ik 's avonds thuiskwam. Terwijl ik de scherven opraapte en besefte dat de urinewalm in mijn tuin door de werkmannen was veroorzaakt, begon ik al een beetje meer begrip op te brengen voor mensen die over hun buren zeuren.

Ondertussen ben ik al een weeklang elke dag ontiegelijk vroeg mijn bed uitgejaagd, moet ik panische katten zien te kalmeren en hou ik de gordijnen dicht om niet constant oog in oog te staan met werklui. En ik moet toegeven: het huilen staat me nader dan het lachen. Natuurlijk moet het huis hiernaast kunnen worden afgebroken. Die mensen hoeven zich niet te laten tegenhouden door een buurvrouw die rust nodig heeft om te kunnen schrijven. Net zoals cafés en brasseries hun klanten niet van het terras moeten verjagen omdat hun bovenburen gek worden van het gebabbel. Maar een beetje respect mag natuurlijk wel. Gewoon laten zien dat je begrijpt dat al die overlast bijzonder vervelend is en de moeite doen om een leefbaar compromis te zoeken.

Goed nabuurschap is een ietwat belegen term die we dringend weer boven moeten halen.

Meer nog dan de overlast is het de onmacht die ons in zo'n situatie vaak te veel wordt. Veel kun je namelijk niet beginnen tegen het lawaai, de geurhinder of de andere overlast die de mensen om je heen veroorzaken. Hoogstens bezwaarschriften indienen tegen alle aangekondigde verbouwingen in de straat, de wijkagent bellen of naar de vrederechter stappen. Of wacht, er is wél nog iets: je kunt er ook met je buren over praten. Zelfs als je veel liever zou gillen. Maar dan moeten zij dat natuurlijk ook willen.

Goed nabuurschap is een ietwat belegen term die we dringend weer boven moeten halen. Gemakkelijker zal samenleven er de komende jaren immers niet op worden. Aan de ene kant hebben steeds meer mensen zo'n druk leven dat ze elke dag totaal uitgeput en overprikkeld thuiskomen. Meer dan ooit hebben ze behoefte aan een veilige, rustige thuishaven waar ze zich kunnen terugtrekken om tot rust te komen. Aan de andere kant zullen we in de toekomst dichter bij elkaar moeten gaan wonen. Uit ecologische overwegingen, omdat dat de enige manier is om de vergrijzende samenleving van de nodige zorg te voorzien, maar ook simpelweg uit plaatsgebrek. Het enige wat dan zal helpen om elkaar niet bij elk akkefietje in de haren te vliegen, is wat meer wederzijds begrip. En van die stevige oordopjes die je bij de apotheek kunt kopen.

Ondertussen is het hier veel te lawaaierig geworden om nog te kunnen schrijven. Dus hou ik er noodgedwongen mee op en wens ik u, beste lezer, een heerlijke, stille zomer toe. En mocht u de komende weken een oppas zoeken voor uw huisje in het bos, weet u me te vinden.

In haar column De Zoetzure Dinsdag bekijkt Knack-redactrice Ann Peuteman elke week een gebeurtenis, probleem of fenomeen van twee kanten.