Patser is een wervelwind. De nieuwe film van Adil El Arbi en Bilall Fallah breekt potten in de Belgische zalen en rondde ook vlot de kaap van de 100.000 bezoekers in Nederland. Dat soort van Nederlands succes voor een Belgische film was geleden van 1990, toen Koko Flanel uitkwam, een film van Stijn Coninx met de Vlaamse komiek Urbanus. Ook Patser is bepaald niet diepfilosofisch of geraffineerd. Bij momenten is de film zonder meer saai. Het woord 'fucking' wordt niet interessanter door het honderd keer te herhalen. Maar het succes toont wél hoe een film over vier Marokkaans-Antwerpse would-bepatsers, gemaakt door twee Marokkaanse Belgen, kan scoren in België en in Nederland. Dat is pure winst. Niet voor cinefielen, wel voor België.
...

Patser is een wervelwind. De nieuwe film van Adil El Arbi en Bilall Fallah breekt potten in de Belgische zalen en rondde ook vlot de kaap van de 100.000 bezoekers in Nederland. Dat soort van Nederlands succes voor een Belgische film was geleden van 1990, toen Koko Flanel uitkwam, een film van Stijn Coninx met de Vlaamse komiek Urbanus. Ook Patser is bepaald niet diepfilosofisch of geraffineerd. Bij momenten is de film zonder meer saai. Het woord 'fucking' wordt niet interessanter door het honderd keer te herhalen. Maar het succes toont wél hoe een film over vier Marokkaans-Antwerpse would-bepatsers, gemaakt door twee Marokkaanse Belgen, kan scoren in België en in Nederland. Dat is pure winst. Niet voor cinefielen, wel voor België. Kunst imiteert het leven, volgens sommigen. Van de slordige elf miljoen inwoners zijn er vandaag in België naar schatting een goede drie miljoen met een migratieachtergrond, een kleine 30 procent. Lokaal kunnen die percentages flink oplopen. In Antwerpen, het decor van Patser, waren er op 1 januari 2017 naar schatting net iets meer mensen mét een migratieachtergrond dan zonder. Daar zitten veel Nederlanders en Fransen tussen, maar ook de groep met een niet-westerse achtergrond groeit gestaag. Een en ander brengt met zich mee dat ook de religieuze diversiteit toeneemt: in België zijn er vandaag zo'n 7 procent moslims. In Antwerpen stijgt dat tot een kleine 20 procent. Diversiteit is een niet meer weg te denken realiteit. Als er iets is wat de haattweets en de politieke intimidatie kan overtreffen, dan wel de demografie. Dat blijkt niet alleen in volkstellingen of bioscoopcijfers, of de hausse in de hiphop, met een vol Sportpaleis voor rapper Kendrick Lamar. Dat blijkt ook uit het groeiende zelfvertrouwen van Belgen met een migratieachtergrond, die het moe zijn om te wachten op openheid en echte gelijke kansen en dan maar zichzelf organiseren. In Vlaanderen blijven we knoeien met de integratie. Politiek commentator Rik Van Cauwelaert legde afgelopen weekend in De Tijd de vinger op de wonde: 'De nonchalance waarmee de Vlaamse Gemeenschap de nieuwkomers en de jongeren uit allochtone milieus behandelt, zal ons ooit zuur opbreken.' Zover is het nog niet. De allochtone milieus komen vandaag met een duidelijke boodschap: wij zijn hier en wij willen dezelfde rechten hebben als witte mannen - in Vlaanderen nog altijd de meest geprivilegieerde bevolkingsgroep. Activist Dyab Abou Jahjah noemde dat verzet in dit blad recent een teken van integratie: 'Hoe meer je je burger voelt van een land, hoe meer je dat burgerschap au sérieux neemt. En dus wordt de kans groter dat je revolteert tegen onrechtvaardigheid.' Niet dat die militante stemmen noodzakelijkerwijs altijd een betere samenleving dichterbij gaan brengen. De woede van de samenstellers van Zwart, een veelbesproken verzameling van 'Afro-Europese schrijvers', is vrijwel tastbaar. De Nederlandse auteur Jamal Ouariachi, zoon van een Marokkaanse vader, noemde het boek zelfs 'een racistisch pamflet' - racisme tegen witte mensen, welteverstaan. Ook het boek Witte onschuld, over witte Nederlanders die zichzelf structureel vrijpleiten van racisme, riep zeer heftige tegenreacties uit. De beschuldigingen van de Nederlandse hoogleraar Gloria Wekker, die deze week in Brussel haar boek komt voorstellen, waren dan ook niet min. In een interview in het Vlaamse blad Rekto:Verso zei Wekker dit weekend: 'Wij mogen geen tijd meer verliezen aan het opvoeden van witte mensen.' Het doet denken aan de bestseller van de Britse journaliste Reni Eddo-Lodge: 'Why I'm no longer talking to white people about race.'De attitude van de makers van Zwart en Witte onschuld, of van journalisten die niet meer met witte mensen over racisme willen praten, maakt het niet altijd makkelijker om samen tot een oplossing te komen. Maar hun woede is begrijpelijk. Extreemrechts heeft hier lang het klimaat bepaald, maar ook links heeft in Vlaanderen veel windowdressing verkocht over de 'étranger' die onze 'ami' zou zijn - behalve als het erop aankomt. We zijn in Vlaanderen te lang het echte gesprek over diversiteit en discriminatie uit de weg gegaan. Het is hoog tijd om dat gesprek wél te voeren. De verhalen van minderheden blijven negeren komt neer op identitair nihilisme, van het zelfdestructieve soort. Vooraanstaande politici gooien in Vlaanderen het woord soumission al eens op tafel. Maar de enige vorm van onderwerping die in Vlaanderen echt aanslaat, is die aan het eigen grote gelijk.