Patser is een wervelwind. De nieuwe film van Adil El Arbi en Bilall Fallah breekt potten in de Belgische zalen en rondde ook vlot de kaap van de 100.000 bezoekers in Nederland. Dat soort van Nederlands succes voor een Belgische film was geleden van 1990, toen Koko Flanel uitkwam, een film van Stijn Coninx met de Vlaamse komiek Urbanus. Ook Patser is bepaald niet diepfilosofisch of geraffineerd. Bij momenten is de film zonder meer saai. Het woord 'fucking' wordt niet interessanter door het honderd keer te herhalen. Maar het succes toont wél hoe een film over vier Marokkaans-Antwerpse would-bepatsers, gemaakt door twee Marokkaanse Belgen, kan scoren in België en in Nederland. Dat is pure winst. Niet voor cinefielen, wel voor België.
...