Ik vloekte die ochtend. Het terras, de tuin, de straat, de stoep: alles met een dikke laag sneeuw bedekt. Dat werd sneeuwruimen. Dus haalden we op dat ontiegelijk vroege uur de sneeuwschop en het strooizout boven om de stoep voor ons huis vrij te maken. Zodat de kinderen die even later naar de school aan het eind van de straat zouden stappen niet onderuit zouden gaan. Zodat de vele bejaarden in onze vergrijsde wijk straks zo ongehinderd mogelijk om brood zouden kunnen. We waren niet de eersten die ochtend. Bij de buren, aan de overkant en verderop in de straat was de stoep al keurig geruimd. Maar lang niet overal. Voor zowat de helft van de huizen lag de sneeuw nog centimetersdik, en dat zou zo blijven tot ze vanzelf weer wegsmolt.
...