Welke impact heeft de coronacrisis op de bouwsector?
...

Welke impact heeft de coronacrisis op de bouwsector? MARC DILLEN: Het is nog te vroeg om de volledige impact te kennen. Maar voor de kantorenmarkt was het uiteraard geen goed jaar. Residentieel bouwen is een minder eenduidig verhaal. Het aantal vergunningen voor nieuwe appartementen daalde in de eerste negen maanden van 2020 met 7 procent tegenover 2019, terwijl in dezelfde periode het aantal vergunningen voor huizen met 4 procent steeg. Nieuwbouw van huizen bleef ondanks Covid-19 dus op een redelijk peil. Voor de bestaande gebouwen stegen de prijzen, maar het aantal transacties daalde wel. Dat is geen goed nieuws voor de bouwsector, want op veel transacties volgen renovaties. De renovatiegraad zat de voorbije jaren in de lift. Hopelijk zien we daar geen negatief effect van corona want dat kunnen we ons niet permitteren. De bouwsector niet, maar zeker de samenleving niet. Hoe bedoelt u? MARC DILLEN: 40 procent van onze totale CO2-uitstoot is gerelateerd aan de bouw. Als we onze klimaatdoelstellingen willen halen, moeten we volop inzetten op energetische renovaties. In België is 90 procent van de woningen in handen van de gezinnen, die er zelf in wonen of ze verhuren. Dat is een veel hoger percentage dan in andere landen, waar de overheid (via sociale woningmaatschappijen) en bedrijven veel woningen in handen hebben. Bij ons moet het van de gezinnen komen. We moeten hen mee in bad trekken. Ons huidige gebouwenpark heeft gemiddeld een EPC van ongeveer 390. Dat moet omlaag naar 100. Om alle bestaande woningen op dat peil te krijgen, moeten we voor de meeste woningen diepgaand renoveren. Aan een tempo dat drie keer hoger ligt dan vandaag. Voor veel woningeigenaars is een energetische renovatie onbetaalbaar. MARC DILLEN: De overheid beseft dat ook. De Vlaamse regering trok 300 miljoen euro uit om energetische renovaties te stimuleren. Ze paste haar premiesysteem aan en gezinnen kunnen sinds 1 januari 2021 aan 0 procent lenen om energetisch te renoveren. Het is heel verstandig van de overheid dat ze ook het verwijderen van asbest aan renovatiepremies koppelt. Zo neemt ze een dure, belangrijke drempel weg om aan een renovatie te beginnen. Zullen die maatregelen volstaan om het aantal energetische renovaties te verdrievoudigen? MARC DILLEN: Wij hadden graag nog een stap verder gegaan. We hebben ook gepleit voor extra fiscale stimuli, om bijvoorbeeld het fiscaal voordeel op de registratierechten op te trekken van 1 naar 5 procent. Wie dan een woning van 300.000 euro koopt, kan er al 15.000 in de renovatie steken in de plaats van 3000 euro. Dat voorstel haalde het jammer genoeg niet, we begrijpen dat de middelen van de overheid ook niet oneindig zijn. Veel eigenaars zullen ook zelf de rekensom maken. Het EPC wordt in de toekomst een steeds belangrijker verkoopargument. Bij een woning met een hoog EPC weet je als koper dat je nog een groot deel bij de verkoopprijs moet tellen omdat je vroeg of laat hoe dan ook zal moeten renoveren. Een energetische renovatie doet ook de waarde van de woning fors stijgen. Over naar de aanbodzijde: is de bouwsector klaar om de komende jaren massaal te renoveren wanneer de vraag fors toeneemt? MARC DILLEN: Ja, maar energetische renovaties zijn voor de bouwsector een grote uitdaging. Ze zijn veel complexer dan nieuwbouwwoningen. Het is echt maatwerk, waardoor een renovatie ook onvoorspelbaar en moeilijker te budgetteren is. Daarom zijn wij al lang pleitbezorger voor een betere samenwerking tussen architecten en aannemers. Tussen die twee groepen staat nu een hoge muur, die moeten we slopen. Architecten en aannemers moeten idealiter ook nog eens samen één bouwteam vormen met de bedrijven die de technische installaties doen. Ze moeten hun expertise bundelen. Vragen energetische renovaties een andere aanpak van bouwbedrijven? MARC DILLEN: Van alle schakels in de ketting. De klassieke manier van bouwen, de architect die voorschrijft en de aannemer die vervolgens uitvoert, werkt niet bij complexe energetische renovaties. Vroeger had je de ruwbouw, dan de dakwerker, en dan deden de schrijnwerker en de loodgieter de binnenafwerking. Dat waren netjes gescheiden loten. Nu moet je al in je ruwbouw rekening houden met de technieken. Als je bijvoorbeeld een warmtepomp installeert, moet je daar rekening mee houden en berekeningen maken voor de isolatie, de ventilatie, de verwarming... Dan moet je al die expertises van bij het begin betrekken. (lacht) Het voordeel voor onze sector is dat het zo complex wordt dat de doe-het-zelvers afhaken. Zijn bouwbedrijven voldoende gewapend voor die groeiende complexiteit? MARC DILLEN: Absoluut. Technologie zal hen daar ook bij helpen, we staan voor een digitale sprong voorwaarts. Die zal energetische renovaties ook toegankelijker helpen te maken. Technisch hebben we amper nog hindernissen, bijna alles is vandaag mogelijk. Het wordt vooral een uitdaging om die innovaties ook betaalbaar te maken. Aan welke innovaties denkt u dan zoal? MARC DILLEN: We evolueren almaar meer naar automatische energiesystemen die zich aanpassen aan het gedrag van de bewoner. Het e-peil van woningen wordt vandaag berekend op basis van een standaardgebruik, maar geen twee gezinnen zijn gelijk. In de toekomst zullen woningen weten wanneer de bewoners op weg naar huis zijn en automatisch op tijd beginnen te verwarmen, te koelen, te ventileren. Zo zal de energie-efficiëntie drastisch stijgen. Op welke manier verandert digitale technologie de werking van de bouwsector zelf? MARC DILLEN: Dat begint al bij de aanvraag van de bouwvergunning, die vandaag volledig digitaal kan gebeuren. Ook in de ontwerpfase is de digitalisering al volop doorgedrongen. Vroeger waren de plannen van een architect abstract, het was moeilijk om je voor te stellen hoe die 'in het echt' vorm zouden krijgen. Architecten gaan steeds vaker gebruik maken van Building Information Modelling (BIM). Dat zijn levensechte plannen, het voelt alsof je door je toekomstige huis loopt. BIM wordt nu al gebruikt om complexe gebouwen als ziekenhuizen te ontwerpen, de dokters en andere toekomstige gebruikers krijgen een realistisch beeld van hun labo's, hun operatiezalen... en kunnen tijdig bijsturen als de plannen niet beantwoorden aan hun noden. We gaan gebouwen in de toekomst als het ware twee keer bouwen: eerst digitaal, dan fysiek. Zo kunnen aannemers en installateurs problemen ontdekken voor ze zich voordoen, en ze dus ook voorkomen tijdens het bouwproces. Bouwbedrijven zullen zich in de toekomst ook steeds meer toeleggen op onderhoud. Technieken worden almaar belangrijker in een woning en zullen dus ook een steeds groter deel van het prijskaartje bepalen. Maar die technieken gaan minder lang mee dan het gebouw zelf. Dat vraagt een lifecycle benadering van bouwbedrijven. Technologie is onmisbaar om al die technieken te monitoren. Op grote werven, bijvoorbeeld bij appartementsgebouwen, maken aannemers nu al gebruik van drones voor de kwaliteitsinspectie. Er zit in de bouw echt een digitale revolutie aan te komen. De bouwsector smeekt al jaren om arbeidskrachten. Hebt u straks, na de coronacrisis, wel genoeg volk om de renovatiegolf door te voeren? MARC DILLEN: We kijken naar een aantal oplossingen. Om te beginnen een hogere productiviteit. Door bepaalde processen te digitaliseren en te automatiseren, of door ze in ateliers te bouwen in de plaats van op de werf, kunnen we met evenveel volk meer werk verzetten. We verwachten ook veel van onze imagocampagne 'Werf ze'. Die is vorig jaar al gelanceerd, maar ze kon door corona nog niet op kruissnelheid komen. Met die imagocampagne willen we jongeren laten kennismaken met een andere bouwwereld. Waar is de nieuwe generatie mee bezig? Duurzaamheid, het klimaat, de circulaire economie, groene steden. Alle grote uitdagingen van de toekomst komen samen in de bouw, hier kan je écht het verschil maken. We hebben meer dan ooit heel verschillende profielen nodig. We kunnen nog altijd niet zonder metsers of stukadoors, maar we hebben evengoed ingenieurs en informatici nodig. Ben je bezeten door gamen? Dan kan je in de bouw gaan werken als dronepiloot.