De gebeurtenissen in Charlottesville, Virginia, tonen de nauwe verwantschap tussen moraal, cultuur en politiek. Ze tonen ook hoe gevoelig de mens is als geraakt wordt aan symbolen van de cultuur waarmee men zich identificeert (in Charlottesville het standbeeld van Robert E. Lee, generaal van de Geconfedereerde Staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog). Die gevoeligheid gaat samen met een enorme motiverende kracht om tot daden over te gaan die de cultuur beschermen, ook de wreedste daden die we als natuurlijk gedrag wel kunnen verklaren maar die vanuit een redelijk en waarderend humanitair standpunt absoluut niet te rechtvaardigen zijn. Als we het hebben over moraal - over wat we moeten doen - dan spreken we veelal over onze waarden, we vereenzelvigen moraal met cultuur. We zouden er echter beter aan doen moraal te vergelijken met wetenschappen. Als we als uitgangspunt nemen dat moraal een toegepaste wetenschap is dan moet dat ons in staat stellen om erover - en over culturele barrières heen - tot consensus te komen. Kennis levert de basis waarmee we ons handelen succesvol kunnen plannen. Wat het moreel goede is kunnen we leren en ervaren door een sociaal proces van kennisuitwisseling dat vergelijkbaar is met het wetenschappelijk proces.

'We staan best kritisch tegenover politiek die pretendeert het ideale te kunnen verwezenlijken'

Moraal als toegepaste wetenschap houdt in dat we via menselijke waardering wetenschappelijke kennis integreren in ons gedrag. Die menselijke waardering zie ik als noodzakelijk, ze moet ons beschermen tegen het naïef navolgen van deskundigen of politieke leiders, het weinig kritisch overnemen van feiten en het onvoldoende oog hebben voor de wensen, kwetsbaarheid en waardigheid van mensen. Waar het zuivere wetenschap te doen is om inzicht te krijgen in hoe de wereld in elkaar zit, en zo de wereld te beschrijven, gebruiken toegepaste wetenschappen die kennis om praktische problemen op te lossen. Moraal als een toegepaste wetenschap staat menselijke waardigheid, de gehele mensheid of humaniteit tot dienst. Met het vergaren van kennis komt de verantwoordelijkheid om op basis van die kennis de juiste keuzes te maken.

Bruggen bouwen

Vergelijk het met het bouwen van een brug. Wie een brug wil bouwen kan dit op een eigen creatieve manier doen. Maar wie een betrouwbare brug wil maken zal die creativiteit toch aan een aantal beperkingen moeten onderwerpen. Bij het bouwen van een betrouwbare brug hebben we niet de vrijheid van de kunstenaar, we kunnen niet als Panamarenko vliegtuigen bouwen en in het midden laten of die nu kunnen vliegen of niet. Wie wil bouwen aan een vreedzame wereld zal zich ook aan beperkingen moeten onderwerpen, moeten rekening houden met kennis. Het is kennis over de mens en zijn gedrag, over correlatie en causaliteit tussen gedrag en gevolgen. Die kennis is toegankelijk voor alle mensen en staat niet onder controle van cultuur, traditie of politiek.

Moraal zegt ons wat we moeten doen; met haar normerende kracht toont ze verwantschap met politiek. Van de eerste filosofische geschriften en minstens vanaf Machiavelli leert de geschiedenis ons echter dat moraal en politiek, hoewel nauw verwant, toch twee verschillende zaken zijn. Maar dagelijks getuigen berichten in de media van het feit dat we blijkbaar verwachten van politici dat ze ook morele leiders zijn en het moreel goede doen. Dat hoeft ons niet te verwonderen want ons moreel aanvoelen doet een groot appel op ons, en moreel taalgebruik heeft een grote transformatiekracht. Op die manier geraken moraal en politiek verstrengeld en politieke leiders meten zich dan ook graag zelf een moreel aura aan. We mogen ons daardoor niet laten misleiden.

Gebrekkige wezens in een wereld gekenmerkt door schaarste

Ons moreel aanvoelen maakt ook dat we verwachten dat daklozen en vreemdelingen worden geherbergd, zieken en hulpbehoevenden worden verzorgd, werklozen aan werk worden geholpen, enzovoort. Maar wie ook maar een beetje inzicht heeft in de menselijke natuur beseft dat mensen geen engelen zijn en geen bovennatuurlijke krachten bezitten maar gebrekkige wezens in een wereld gekenmerkt door schaarste. Het moreel goede doen is - of we dat nu graag hebben of niet - niet altijd mogelijk.

Om het zo veel als mogelijk te realiseren heeft moraal als toegepaste wetenschap wel als consequentie dat ieder kind de beste kennis onderwezen moet worden, dat ieder mens zijn kennis moeten blijven ontwikkelen, en dat op iedere plaats op aarde gehandeld moet worden met humaniteit als doel. Wat in theorie mogelijk is, is in de praktijk niet altijd haalbaar, maar dit moet ons er niet van weerhouden om morele verontwaardiging te uiten waar het fout loopt, net integendeel. Het moet ons aanzetten tot actief burgerschap, maar dan in het besef dat mirakels onwaarschijnlijk zijn en de weg naar een betere wereld lang en vol obstakels. We staan dan ook het best kritisch tegenover beleid of politiek die pretendeert het ideale te kunnen verwezenlijken.

Zoektocht naar waarheid en kennis

Een beter begrip van de fysieke en sociale wereld geeft ons middelen om de wereld te verbeteren. De vrije zoektocht naar kennis en waarheid is daarbij van fundamenteel belang en rationele discussie en dialoog zijn binnen dit kader noodzakelijk. Eerlijkheid, openheid voor kritiek, tolerantie voor andere meningen, luisterbereidheid, vrijheid van meningsuiting en de toewijding aan het oplossen van gemeenschappelijke problemen zijn morele instellingen en principes die ook de basis vormen voor wetenschap. Moraal als toegepaste wetenschap is ook kritisch voor de wetenschappen zelf en over hoe zij zich verhouden tegenover een waarderende humaniteit. Het is niet omdat we iets kunnen dat we het ook moeten doen. Hoe ver gaan we in het doorbreken van (voorheen) natuurlijke grenzen? Hoe ver laten we artificiële intelligentie binnen in ons leven? Wat betekent het mens te zijn? Het zijn vragen die we ons moeten blijven stellen.

Onze capaciteit om de grote uitdagingen voor de mensheid aan te gaan, zal afhangen van onze capaciteit om hun complexiteit te ontrafelen. Om ze gezamenlijk aan te pakken zullen we de verkregen informatie en ideeën globaal moeten bekend maken en verspreiden. Die kennisoverdracht gebeurt op een culturele wijze maar ze is geen eigendom van een bepaalde cultuur. Moraal als toegepaste wetenschap is geen culturele optie, geen traditioneel gebruik en geen machtsinstrument; het is een proces van sociale interactie dat streeft naar een gezamenlijk humanitair doel en dat maakt moraal als toegepaste wetenschap universeel.

Moraal zien als toegepaste wetenschap houdt niet in dat alle culturele verschillen moeten worden weggeveegd, maar het laat ons wel toe om in te zien hoe op traditie gebaseerde culturele normering zich verhoudt ten opzichte van universele moraal. Hoe we van natuurlijk gedrag kunnen gaan naar waarderende humaniteit. Het plaatst ons voor een verantwoordelijkheid die engagement en actie vereist. Of leven we liever in een wereld met onbetrouwbare bruggen en vliegtuigen?

De gebeurtenissen in Charlottesville, Virginia, tonen de nauwe verwantschap tussen moraal, cultuur en politiek. Ze tonen ook hoe gevoelig de mens is als geraakt wordt aan symbolen van de cultuur waarmee men zich identificeert (in Charlottesville het standbeeld van Robert E. Lee, generaal van de Geconfedereerde Staten tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog). Die gevoeligheid gaat samen met een enorme motiverende kracht om tot daden over te gaan die de cultuur beschermen, ook de wreedste daden die we als natuurlijk gedrag wel kunnen verklaren maar die vanuit een redelijk en waarderend humanitair standpunt absoluut niet te rechtvaardigen zijn. Als we het hebben over moraal - over wat we moeten doen - dan spreken we veelal over onze waarden, we vereenzelvigen moraal met cultuur. We zouden er echter beter aan doen moraal te vergelijken met wetenschappen. Als we als uitgangspunt nemen dat moraal een toegepaste wetenschap is dan moet dat ons in staat stellen om erover - en over culturele barrières heen - tot consensus te komen. Kennis levert de basis waarmee we ons handelen succesvol kunnen plannen. Wat het moreel goede is kunnen we leren en ervaren door een sociaal proces van kennisuitwisseling dat vergelijkbaar is met het wetenschappelijk proces. Moraal als toegepaste wetenschap houdt in dat we via menselijke waardering wetenschappelijke kennis integreren in ons gedrag. Die menselijke waardering zie ik als noodzakelijk, ze moet ons beschermen tegen het naïef navolgen van deskundigen of politieke leiders, het weinig kritisch overnemen van feiten en het onvoldoende oog hebben voor de wensen, kwetsbaarheid en waardigheid van mensen. Waar het zuivere wetenschap te doen is om inzicht te krijgen in hoe de wereld in elkaar zit, en zo de wereld te beschrijven, gebruiken toegepaste wetenschappen die kennis om praktische problemen op te lossen. Moraal als een toegepaste wetenschap staat menselijke waardigheid, de gehele mensheid of humaniteit tot dienst. Met het vergaren van kennis komt de verantwoordelijkheid om op basis van die kennis de juiste keuzes te maken.Vergelijk het met het bouwen van een brug. Wie een brug wil bouwen kan dit op een eigen creatieve manier doen. Maar wie een betrouwbare brug wil maken zal die creativiteit toch aan een aantal beperkingen moeten onderwerpen. Bij het bouwen van een betrouwbare brug hebben we niet de vrijheid van de kunstenaar, we kunnen niet als Panamarenko vliegtuigen bouwen en in het midden laten of die nu kunnen vliegen of niet. Wie wil bouwen aan een vreedzame wereld zal zich ook aan beperkingen moeten onderwerpen, moeten rekening houden met kennis. Het is kennis over de mens en zijn gedrag, over correlatie en causaliteit tussen gedrag en gevolgen. Die kennis is toegankelijk voor alle mensen en staat niet onder controle van cultuur, traditie of politiek.Moraal zegt ons wat we moeten doen; met haar normerende kracht toont ze verwantschap met politiek. Van de eerste filosofische geschriften en minstens vanaf Machiavelli leert de geschiedenis ons echter dat moraal en politiek, hoewel nauw verwant, toch twee verschillende zaken zijn. Maar dagelijks getuigen berichten in de media van het feit dat we blijkbaar verwachten van politici dat ze ook morele leiders zijn en het moreel goede doen. Dat hoeft ons niet te verwonderen want ons moreel aanvoelen doet een groot appel op ons, en moreel taalgebruik heeft een grote transformatiekracht. Op die manier geraken moraal en politiek verstrengeld en politieke leiders meten zich dan ook graag zelf een moreel aura aan. We mogen ons daardoor niet laten misleiden.Ons moreel aanvoelen maakt ook dat we verwachten dat daklozen en vreemdelingen worden geherbergd, zieken en hulpbehoevenden worden verzorgd, werklozen aan werk worden geholpen, enzovoort. Maar wie ook maar een beetje inzicht heeft in de menselijke natuur beseft dat mensen geen engelen zijn en geen bovennatuurlijke krachten bezitten maar gebrekkige wezens in een wereld gekenmerkt door schaarste. Het moreel goede doen is - of we dat nu graag hebben of niet - niet altijd mogelijk. Om het zo veel als mogelijk te realiseren heeft moraal als toegepaste wetenschap wel als consequentie dat ieder kind de beste kennis onderwezen moet worden, dat ieder mens zijn kennis moeten blijven ontwikkelen, en dat op iedere plaats op aarde gehandeld moet worden met humaniteit als doel. Wat in theorie mogelijk is, is in de praktijk niet altijd haalbaar, maar dit moet ons er niet van weerhouden om morele verontwaardiging te uiten waar het fout loopt, net integendeel. Het moet ons aanzetten tot actief burgerschap, maar dan in het besef dat mirakels onwaarschijnlijk zijn en de weg naar een betere wereld lang en vol obstakels. We staan dan ook het best kritisch tegenover beleid of politiek die pretendeert het ideale te kunnen verwezenlijken. Een beter begrip van de fysieke en sociale wereld geeft ons middelen om de wereld te verbeteren. De vrije zoektocht naar kennis en waarheid is daarbij van fundamenteel belang en rationele discussie en dialoog zijn binnen dit kader noodzakelijk. Eerlijkheid, openheid voor kritiek, tolerantie voor andere meningen, luisterbereidheid, vrijheid van meningsuiting en de toewijding aan het oplossen van gemeenschappelijke problemen zijn morele instellingen en principes die ook de basis vormen voor wetenschap. Moraal als toegepaste wetenschap is ook kritisch voor de wetenschappen zelf en over hoe zij zich verhouden tegenover een waarderende humaniteit. Het is niet omdat we iets kunnen dat we het ook moeten doen. Hoe ver gaan we in het doorbreken van (voorheen) natuurlijke grenzen? Hoe ver laten we artificiële intelligentie binnen in ons leven? Wat betekent het mens te zijn? Het zijn vragen die we ons moeten blijven stellen.Onze capaciteit om de grote uitdagingen voor de mensheid aan te gaan, zal afhangen van onze capaciteit om hun complexiteit te ontrafelen. Om ze gezamenlijk aan te pakken zullen we de verkregen informatie en ideeën globaal moeten bekend maken en verspreiden. Die kennisoverdracht gebeurt op een culturele wijze maar ze is geen eigendom van een bepaalde cultuur. Moraal als toegepaste wetenschap is geen culturele optie, geen traditioneel gebruik en geen machtsinstrument; het is een proces van sociale interactie dat streeft naar een gezamenlijk humanitair doel en dat maakt moraal als toegepaste wetenschap universeel. Moraal zien als toegepaste wetenschap houdt niet in dat alle culturele verschillen moeten worden weggeveegd, maar het laat ons wel toe om in te zien hoe op traditie gebaseerde culturele normering zich verhoudt ten opzichte van universele moraal. Hoe we van natuurlijk gedrag kunnen gaan naar waarderende humaniteit. Het plaatst ons voor een verantwoordelijkheid die engagement en actie vereist. Of leven we liever in een wereld met onbetrouwbare bruggen en vliegtuigen?