Het valt op hoe de politiek blijft verwijzen naar de experten als het gaat over de coronamaatregelen. De experten zijn dan vooral virologen en medici. Zij staan in de vuurlinie van het gevecht tegen het virus en doen waar ze goed in zijn: de verspreiding van het virus onderdrukken, de epidemische curve afvlakken en het gezondheidssysteem aanpassen om de toestroom van patiënten aan te kunnen.

Natuurlijk hebben ook experten hun beperkingen. Ze zijn namelijk enkel expert in hun eigen domein. We mogen dus niet verwachten van virologen dat ze ook de impact van hun aanbevelingen op de gehele maatschappij, de economie of zelfs op andere medische aandoeningen kunnen inschatten. In deze crisisperiode zullen we meer dan ooit nood hebben aan samenwerking die disciplines en sectoren overstijgt. Vandaag zetten virologen de lijnen uit en andere wetenschappelijke domeinen (van computerwetenschappen tot economie) doen hun best om de randschade te beperken.

We mogen niet verwachten van virologen dat ze de impact van hun aanbevelingen op de economie inschatten.

Maar kunnen diverse inzichten samen opgenomen worden in het beslissingsproces om zo tot een beter risicobeheer te komen? Deze vraag is uiterst relevant als blijkt dat de nieuwe wetenschappelijke raad die ons moet voorbereiden op een volgende piek van het virus haast enkel gericht is op de medische aanpak van het virus.

Epidemiologie

Epidemiologie is dezer dagen erg belangrijk. Regeringen maken de dagelijkse corona-cijfers publiek beschikbaar. Epidemiologen gebruiken deze om de piek (en staart) van de epidemische curve te voorspellen, de nodige ziekenhuiscapaciteit te berekenen en de impact van de afbouw van lockdownmaatregelen te berekenen. De meeste van deze berekeningen geven de teller van de coronabreuk weer: hoeveel gevallen? Hoeveel doden? Hoeveel genezen patiënten?

Zolang we enkel gefocust blijven op SARS-CoV-2, is er weinig aandacht voor de noemer. Dit zou betekenen dat we ook kijken naar de totale prevalentie (inclusief de asymptomatische en milde gevallen), de totale mortaliteit (niet enkel deze veroorzaakt door SARS-CoV-2) en voldoende aandacht blijven schenken aan de andere ziekten. Met gerichte steekproeven van enkele honderden mensen bekomen we al bruikbare cijfers over het gedeelte van de bevolking dat al een besmetting heeft doorgemaakt.

Qua oversterfte blijkt voor België dat er in maart een lichte oversterfte was, maar dat dit ook reeds in sommige van de recente voorgaande jaren het geval was. Om de gezondheidsimpact van verschillende ziekten te vergelijken ontwikkelden wetenschappers het concept van de DALYs (Disability-adjusted life years). Je kan het beschouwen als een combinatie van het aantal verloren (gezonde) levensjaren te wijten aan een bepaalde aandoening. DALYs voor SARS-CoV-2 zijn nog niet beschikbaar. We kunnen wel al schatten dat in het allerslechtste geval (zonder maatregelen) met 50 000 doden in België en een gemiddeld verlies van 10 levensjaren per geval, de DALYs ongeveer 500 000 zouden bedragen.

Dat is vijf keer meer dan de jaarlijkse impact van alle andere infectieuze ziekten in België en vier maal minder dan de jaarlijkse impact van niet-infectieuze aandoeningen (hart- en vaatziekten, kanker, enzovoorts). Met SARS-CoV-2 worden we geconfronteerd met een onbekende ziekte die een dodentol kan eisen die we niet meer gewoon zijn. Toch moeten we niet enkel het aantal doden en hospitalisaties in het nieuws brengen, maar ook het grotere gezondheidsplaatje en de totale sterfte om de bevolking goed te informeren.

Impliciet praten we de hele tijd over de waarde van een mensenleven.

Economie

Dierenartsen worden regelmatig geconfronteerd met virale uitbraken in niet-immune populaties met hogere sterftecijfers dan SARS-CoV-2. Denk maar aan blauwtong, porciene epidemische diarree of Afrikaanse Varkenspest. Ze weten dat snelle en drastische maatregelen nodig zijn om zo'n uitbraak in te dijken. Ze weten ook dat de economische impact van 'gewone' en chronische aandoeningen vaak groter is omdat ze dagelijks en langdurig is. Dierenartsen zijn zich ook ten volle bewust dat hun interventies moeten passen binnen de economie van het boerenbedrijf. Toch lijkt het ongepast om te praten over de economische waarde van een mensenleven.

Impliciet doen we dit nochtans de hele tijd. Wetenschapsfilosoof Bas Haring toonde aan dat de (Nederlandse) maatschappij bereid is om ongeveer € 5 miljoen uit te geven aan infrastructuur per vermeden verkeersslachtoffer. De kwestie is ook erg actueel bij de vraag voor hoeveel de sociale zekerheid kan tussenkomen bij een duur maar noodzakelijk geneesmiddel.

Onze maatregelen tegen het virus veroorzaken een ongeziene economische impact, hebben verregaande maatschappelijke gevolgen en leggen een bijkomende last op de schouders van de toekomstige generaties. Meer dan één (gezondheids)econonoom en socioloog waarschuwt voor het dodentol en de maatschappelijke prijs van de maatregelen, in tegenstelling tot de tol van het virus. Deze discussies verdienen meer aandacht in de huidige aanpak.

Een groeiende wereldpopulatie en haar druk op het ecosysteem verhoogt de kans op ziekteoverdracht tussen dier en mens.

Biologie

Alles is biologie. Van de drie grote denkers van de Moderne Tijd (Darwin, Marx, Freud), bleven enkel Darwins ideeën overeind. In zijn meesterwerk De ontdekking van de hemel poneerde Harry Mulisch dat enkel biologie Hitlers machtsontplooiing kan verklaren. Het is normaal dat er krachtig opgetreden wordt tegen het kleine aandeel van de bevolking dat de maatregelen niet naleeft.

Vanuit biologisch standpunt is het echter te riskant dat een volledige populatie kiest voor dezelfde overlevingsstrategie. Het virus sprong van vleermuizen over op mensen. Een groeiende wereldpopulatie en haar druk op het ecosysteem verhoogt de kans op ziekteoverdracht tussen dier en mens. Een biologische functie van virussen is om overpopulatie tegen te gaan.

Anderzijds is het verbeteren van onze levensomstandigheden altijd al een handeling tegen natuurkrachten geweest. Ja, er zal een vaccin komen tegen SARS-Cov-2. En ja, er zullen nog gevaarlijke virussen overspringen van dier op mens. De huidige situatie maakt nogmaals duidelijk dat de gezondheid van ecosystemen, dieren en mensen nauw met elkaar verbonden zijn. Dit wordt erkend in de One Health aanpak. Deze staat voor de samenwerking van verschillende disciplines voor een betere gezamenlijke gezondheid van mens, dier en omgeving. We zullen dit meer dan ooit nodig hebben.

Als alles samenkomt

Er worden vandaag tientallen adviezen per dag geformuleerd om de crisis aan te pakken. Het verwerken van grote hoeveelheden informatie uit verschillende wetenschappelijke domeinen (ook deze die hier niet vermeld werden) vormt een grote uitdaging voor de politiek. Er bestaan wetenschappelijke methoden om beslissingen te baseren op verschillende criteria.

Ze zullen meer dan ooit nodig zijn, maar zullen altijd aantonen dat onze systemen imperfect zijn en vol onzekerheden. Laten we dus ook leren leven met kwetsbaarheid en onzekerheid. De manier waarop we hiermee omgaan geeft ons waardigheid. Leiderschap gebaseerd op overtuiging en gezond verstand zal altijd nodig zijn. Of zoals Toon Hermans het zei: 'wijs is anders dan geleerd.'

Het valt op hoe de politiek blijft verwijzen naar de experten als het gaat over de coronamaatregelen. De experten zijn dan vooral virologen en medici. Zij staan in de vuurlinie van het gevecht tegen het virus en doen waar ze goed in zijn: de verspreiding van het virus onderdrukken, de epidemische curve afvlakken en het gezondheidssysteem aanpassen om de toestroom van patiënten aan te kunnen. Natuurlijk hebben ook experten hun beperkingen. Ze zijn namelijk enkel expert in hun eigen domein. We mogen dus niet verwachten van virologen dat ze ook de impact van hun aanbevelingen op de gehele maatschappij, de economie of zelfs op andere medische aandoeningen kunnen inschatten. In deze crisisperiode zullen we meer dan ooit nood hebben aan samenwerking die disciplines en sectoren overstijgt. Vandaag zetten virologen de lijnen uit en andere wetenschappelijke domeinen (van computerwetenschappen tot economie) doen hun best om de randschade te beperken. Maar kunnen diverse inzichten samen opgenomen worden in het beslissingsproces om zo tot een beter risicobeheer te komen? Deze vraag is uiterst relevant als blijkt dat de nieuwe wetenschappelijke raad die ons moet voorbereiden op een volgende piek van het virus haast enkel gericht is op de medische aanpak van het virus.Epidemiologie is dezer dagen erg belangrijk. Regeringen maken de dagelijkse corona-cijfers publiek beschikbaar. Epidemiologen gebruiken deze om de piek (en staart) van de epidemische curve te voorspellen, de nodige ziekenhuiscapaciteit te berekenen en de impact van de afbouw van lockdownmaatregelen te berekenen. De meeste van deze berekeningen geven de teller van de coronabreuk weer: hoeveel gevallen? Hoeveel doden? Hoeveel genezen patiënten? Zolang we enkel gefocust blijven op SARS-CoV-2, is er weinig aandacht voor de noemer. Dit zou betekenen dat we ook kijken naar de totale prevalentie (inclusief de asymptomatische en milde gevallen), de totale mortaliteit (niet enkel deze veroorzaakt door SARS-CoV-2) en voldoende aandacht blijven schenken aan de andere ziekten. Met gerichte steekproeven van enkele honderden mensen bekomen we al bruikbare cijfers over het gedeelte van de bevolking dat al een besmetting heeft doorgemaakt. Qua oversterfte blijkt voor België dat er in maart een lichte oversterfte was, maar dat dit ook reeds in sommige van de recente voorgaande jaren het geval was. Om de gezondheidsimpact van verschillende ziekten te vergelijken ontwikkelden wetenschappers het concept van de DALYs (Disability-adjusted life years). Je kan het beschouwen als een combinatie van het aantal verloren (gezonde) levensjaren te wijten aan een bepaalde aandoening. DALYs voor SARS-CoV-2 zijn nog niet beschikbaar. We kunnen wel al schatten dat in het allerslechtste geval (zonder maatregelen) met 50 000 doden in België en een gemiddeld verlies van 10 levensjaren per geval, de DALYs ongeveer 500 000 zouden bedragen. Dat is vijf keer meer dan de jaarlijkse impact van alle andere infectieuze ziekten in België en vier maal minder dan de jaarlijkse impact van niet-infectieuze aandoeningen (hart- en vaatziekten, kanker, enzovoorts). Met SARS-CoV-2 worden we geconfronteerd met een onbekende ziekte die een dodentol kan eisen die we niet meer gewoon zijn. Toch moeten we niet enkel het aantal doden en hospitalisaties in het nieuws brengen, maar ook het grotere gezondheidsplaatje en de totale sterfte om de bevolking goed te informeren.Dierenartsen worden regelmatig geconfronteerd met virale uitbraken in niet-immune populaties met hogere sterftecijfers dan SARS-CoV-2. Denk maar aan blauwtong, porciene epidemische diarree of Afrikaanse Varkenspest. Ze weten dat snelle en drastische maatregelen nodig zijn om zo'n uitbraak in te dijken. Ze weten ook dat de economische impact van 'gewone' en chronische aandoeningen vaak groter is omdat ze dagelijks en langdurig is. Dierenartsen zijn zich ook ten volle bewust dat hun interventies moeten passen binnen de economie van het boerenbedrijf. Toch lijkt het ongepast om te praten over de economische waarde van een mensenleven. Impliciet doen we dit nochtans de hele tijd. Wetenschapsfilosoof Bas Haring toonde aan dat de (Nederlandse) maatschappij bereid is om ongeveer € 5 miljoen uit te geven aan infrastructuur per vermeden verkeersslachtoffer. De kwestie is ook erg actueel bij de vraag voor hoeveel de sociale zekerheid kan tussenkomen bij een duur maar noodzakelijk geneesmiddel. Onze maatregelen tegen het virus veroorzaken een ongeziene economische impact, hebben verregaande maatschappelijke gevolgen en leggen een bijkomende last op de schouders van de toekomstige generaties. Meer dan één (gezondheids)econonoom en socioloog waarschuwt voor het dodentol en de maatschappelijke prijs van de maatregelen, in tegenstelling tot de tol van het virus. Deze discussies verdienen meer aandacht in de huidige aanpak.Alles is biologie. Van de drie grote denkers van de Moderne Tijd (Darwin, Marx, Freud), bleven enkel Darwins ideeën overeind. In zijn meesterwerk De ontdekking van de hemel poneerde Harry Mulisch dat enkel biologie Hitlers machtsontplooiing kan verklaren. Het is normaal dat er krachtig opgetreden wordt tegen het kleine aandeel van de bevolking dat de maatregelen niet naleeft. Vanuit biologisch standpunt is het echter te riskant dat een volledige populatie kiest voor dezelfde overlevingsstrategie. Het virus sprong van vleermuizen over op mensen. Een groeiende wereldpopulatie en haar druk op het ecosysteem verhoogt de kans op ziekteoverdracht tussen dier en mens. Een biologische functie van virussen is om overpopulatie tegen te gaan. Anderzijds is het verbeteren van onze levensomstandigheden altijd al een handeling tegen natuurkrachten geweest. Ja, er zal een vaccin komen tegen SARS-Cov-2. En ja, er zullen nog gevaarlijke virussen overspringen van dier op mens. De huidige situatie maakt nogmaals duidelijk dat de gezondheid van ecosystemen, dieren en mensen nauw met elkaar verbonden zijn. Dit wordt erkend in de One Health aanpak. Deze staat voor de samenwerking van verschillende disciplines voor een betere gezamenlijke gezondheid van mens, dier en omgeving. We zullen dit meer dan ooit nodig hebben.Er worden vandaag tientallen adviezen per dag geformuleerd om de crisis aan te pakken. Het verwerken van grote hoeveelheden informatie uit verschillende wetenschappelijke domeinen (ook deze die hier niet vermeld werden) vormt een grote uitdaging voor de politiek. Er bestaan wetenschappelijke methoden om beslissingen te baseren op verschillende criteria. Ze zullen meer dan ooit nodig zijn, maar zullen altijd aantonen dat onze systemen imperfect zijn en vol onzekerheden. Laten we dus ook leren leven met kwetsbaarheid en onzekerheid. De manier waarop we hiermee omgaan geeft ons waardigheid. Leiderschap gebaseerd op overtuiging en gezond verstand zal altijd nodig zijn. Of zoals Toon Hermans het zei: 'wijs is anders dan geleerd.'