Ons overheidsbeslag behoort tot de hoogste van de wereld. Meer dan de helft van wat mensen verdienen vloeit rechtstreeks naar de overheid. Dat is immens. En toch blijven begrotingstekorten elke regeringsvorming opnieuw opduiken. Alsof het normaal is. Wel, dat is het dus niét.

Het grote probleem is een overheid die aan duizenden dingen geld geeft waar die niets te zoeken heeft. Miljarden van uw belastinggeld worden uitgegeven aan dingen als commerciële sportclubs, godsdiensten, tv-zenders waar niemand naar kijkt, nutteloze intercommunales, post- en treinbedrijven en - I kid you not - hamstercoördinatoren.

Ondertussen worden echt belangrijke taken verwaarloosd. Mensen met een beperking moeten tot 20 jaar (!) wachten op de juiste steun. Idem voor justitie, veiligheid en sleutelinfrastructuur. Dat zijn basisdingen die mensen van een overheid verwachten. We moeten dat op orde zetten.

We moeten eens heel eerlijk durven zijn: de overheid kan niet alle folietjes blijven betalen.

Het is daarom hoog tijd om eens heel eerlijk te zijn tegenover iedereen. We kunnen als overheid niet alles en iedereen blijven betalen. Dat ging al niet in de goede dagen. Al helemaal niet onder de huidige budgettaire omstandigheden. Dringend tijd om te bepalen wat de kerntaken van een overheid zijn.

Die enorm belangrijke oefening zal van de parlementen moeten komen. Wij zijn verkozen om zoiets te doen. In de vorige legislatuur deed de Vlaamse overheid al een magere poging. Het strandde in de eeuwige status-quo. Elke administratie vond hetgeen dat zij doet maatschappelijk enorm nuttig en onmisbaar. Niemand heft zichzelf zomaar op. Dat is even begrijpelijk als teleurstellend. Laat je deze keuzes in handen van de uitvoerende macht, dan komt er weinig van.

Het is aan ons, nieuwe parlementsleden, om het beter te doen. Wij volksvertegenwoordigers zouden de leidende politieke kracht in ons land moeten zijn. Niet de regering, partijvoorzitters, administratie of pers. De halfronden in ons land zijn de echte hoeksteen van de trias politica, zoals die ooit in de verlichte ideeën van John Locke en Montesquieu bedacht is.

We moeten die rol opeisen. Het parlement moet bepalen waar de overheid zijn middelen moet aan uitgeven. Niet langer andersom.

Noem het gerust 'de moeder-der-alle-commissies: kerntaken'.

We zitten daarbij nu in een enorm belangrijke fase. Het budgettaire kader wordt momenteel gezet. Heel erg bepalend voor wat we de komende vijf jaar beter kunnen doen. Parlementsleden moeten het resultaat van partijonderhandelingen traditioneel enkel maar goedkeuren. Ja of nee. Een laatste formalistische horde. Te nemen of te laten.

Vrienden volksvertegenwoordigers, we zijn toch voor veel meer verkozen dan enkel dat? Er zijn enorm dringende maatschappelijke keuzes te maken. Enkel in het parlement is dat mogelijk.

Donderdag Datenight

Klein voorbeeld: we geven jaarlijks ongeveer 300 miljoen euro uit aan absurd systeem van religieus onderwijs. Dat is bij benadering ook het bedrag dat je nodig hebt om de grootste noden voor dringende steun aan mensen met een beperking te dekken. Als zoiets tussen partijen uitgeworsteld moet worden, zoals nu het geval is, resulteert dat al snel in persoonlijke ruzies, een irritant spelletje poker en snelle veto's. Mensen zijn dat echt beu. Gelijk hebben ze.

Leg dat soort keuzes daarom voor in een gezond parlementair kerntakendebat. In alle parlementen van dit land. Doorbreek de eeuwige status-quo. Noem het gerust 'de moeder-der-alle-commissies: kerntaken'. Laten we fundamentele beleidskeuzes durven maken.

Wij als volksvertegenwoordigers moeten die kerntakenrol naar ons toetrekken. Zorgen voor echte volksvertegenwoordiging, die bepaalt waar een overheid zijn geld aan kan en mag uitgeven. Enkel de enorm belangrijke dingen. Sorry voor initiatieven als 'Donderdag Datenight', een overheidsprogramma dat mensen moet leren hoe je een goede relatie hebt. Ik ben er zeker van dat ze elders middelen vinden.

Vrienden volksvertegenwoordigers, we hebben te hard gewerkt voor onze zetels om er nu géén verschil mee te maken. Mensen verwachten dat van ons. Ik wil hen als nieuw parlementslid niet telleurstellen.