Tegen eind mei 2021 zal slechts 2,1 % van de Afrikanen ten minste één dosis van een COVID-19-vaccin hebben ontvangen. We moeten de vaccinatiekloof tussen geavanceerde economieën en ontwikkelingslanden dichten om te voorkomen dat dit leidt tot wat Tedros Ghebreyesus "vaccinatieapartheid" noemt. Dit streven is zowel moreel juist als in ieders belang.

Daarom moet er multilateraal worden opgetreden om wereldwijd de productie van vaccins te vergroten en de uitrol ervan te versnellen. Sinds het begin van de pandemie is dit de door de EU gekozen aanpak. Het is nu ook de weg die de G20-leiders hebben uitgestippeld tijdens de mondiale gezondheidstop van 21 mei in Rome.

De pandemie maakt nog steeds duizenden slachtoffers per dag, en in het huidige tempo duurt het tot 2023 voor de hele wereld gevaccineerd is. Een breed gevaccineerde wereldbevolking is echter de enige manier om een einde te maken aan de pandemie. Zo niet dan dreigt de toename van varianten de doeltreffendheid van de bestaande vaccins te ondergraven.

We moeten de vaccinatiekloof dichten.

Vaccinatie is ook een voorwaarde voor het opheffen van de beperkingen die onze economieën en vrijheden belemmeren. Deze beperkingen benadelen de hele wereld, maar wegen nog zwaarder op ontwikkelingslanden. Geavanceerde landen kunnen meer steunen op sociale mechanismen en economische maatregelen om de gevolgen van de pandemie voor hun burgers te beperken.

Indien de vaccinatiekloof blijft bestaan, dreigt dit de trend van dalende armoede en mondiale ongelijkheid van de voorbije decennia teniet te doen. Zo'n negatieve dynamiek zou de economische bedrijvigheid belemmeren en geopolitieke spanningen doen toenemen. De kosten van niet ingrijpen zouden ongetwijfeld veel hoger liggen voor geavanceerde economieën dan wat we gezamenlijk zouden moeten uitgeven om de hele wereld te helpen te vaccineren. De EU is dan ook voorstander van het door het Internationaal Monetair Fonds voorgestelde plan van 50 miljard dollar om dit jaar 40 % en uiterlijk midden volgend jaar 60 % van de wereldbevolking te vaccineren.

Daartoe hebben we een nauw gecoördineerd, multilateraal plan van aanpak nodig. We moeten ons verzetten tegen de dreiging van "vaccindiplomatie", waarbij de levering van vaccins wordt gekoppeld aan politieke doelstellingen, en "vaccinnationalisme", waarbij landen vaccins voor zichzelf reserveren. In tegenstelling tot andere landen heeft de EU beide praktijken sinds het begin van de pandemie afgewezen. Tot nu toe zijn we de enige mondiale speler geweest die zijn eigen bevolking vaccineert en tegelijkertijd grote hoeveelheden vaccins uitvoert en substantieel bijdraagt aan de uitrol van vaccins in lage-inkomenslanden. Europeanen kunnen hier trots op zijn.

In 2020 ondersteunde de EU het onderzoek naar en de ontwikkeling van vaccins en droeg zij aanzienlijk bij aan de totstandkoming van de nieuwe generatie mRNA-vaccins. Vervolgens werd de EU een belangrijke producent van COVID-19-vaccins, goed voor 40 % van de tot dusver toegediende doses in de hele wereld. De EU heeft ook 240 miljoen doses naar 90 landen uitgevoerd, nagenoeg evenveel als er in de EU zelf zijn toegediend.

Het samenwerkingsverband tussen de EU en haar lidstaten en financiële instellingen - dat we tot Team Europa hebben gedoopt - doneert ook vaccins aan buurlanden in nood, met name in de Westelijke Balkan. En zoals overeengekomen tijdens de laatste Europese Raad, hebben we de doelstelling om voor eind 2021 nog eens minstens 100 miljoen doses te doneren aan lage- en middeninkomenslanden. Met 2,8 miljard euro heeft Team Europa bovendien de belangrijkste bijdrage geleverd aan de Covax-faciliteit, die armere landen toegang biedt tot vaccins. Ongeveer een derde van alle doses die tot dusver in het kader van Covax zijn geleverd, werd door de EU bekostigd. Deze inspanning is echter nog lang niet voldoende om te voorkomen dat de vaccinatiekloof groter wordt.

Om dat te bereiken, zouden landen met de vereiste kennis en middelen hun productiecapaciteit moeten opschroeven, zodat ze hun eigen bevolking kunnen vaccineren en meer vaccins kunnen uitvoeren, net als de EU. In samenwerking met vaccinproducenten werken wij aan een verhoging van de productiecapaciteit tot meer dan 3 miljard doses per jaar tegen eind 2021. Onze Europese industriële partners hebben toegezegd om voor eind dit jaar 1,3 miljard doses te leveren aan lage-inkomenslanden zonder winstoogmerk en aan middeninkomenslanden tegen lagere prijzen. Ze hebben zich er ook toe verbonden om in 2022 nog eens meer dan 1,3 miljard doses te leveren, waarvan een grote hoeveelheid via Covax.

Alle landen moeten afzien van maatregelen die een beperkende impact hebben op de toeleveringsketens van vaccins. Ook de overdracht van kennis en technologie moet makkelijker, zodat meer landen vaccins kunnen produceren. Van onze kant moedigen wij de Europese producenten ertoe aan dit te doen, vooral in Afrika. Op 18 mei nam ik deel aan de top van Parijs over financiële steun voor Afrika, waar de leiders van het continent benadrukten dat Afrika 99 % van zijn vaccins invoert. Daar moet verandering in komen. Team Europa lanceert daarom een initiatief - met 1 miljard euro aan financiering uit de EU-begroting en Europese financiële ontwikkelingsinstellingen - om samen met de Afrikaanse partners de productie­capaciteit voor vaccins, geneesmiddelen en gezondheidstechnologieën in Afrika te vergroten.

Om een dergelijke overdracht van technologie en knowhow te realiseren gaat onze voorkeur uit naar een systeem van vrijwillige licenties. Als dit ontoereikend blijkt, kan toevlucht worden genomen tot dwanglicenties, waar de bestaande Trips-Overeenkomst en de Verklaring van Doha van 2001 reeds in voorzien. Volgens sommige landen is deze flexibiliteit echter te moeilijk en te langzaam om toe te passen. Om deze overdracht van technologie te versnellen zal de EU begin juni met een nieuw voorstel komen binnen het WTO-kader.

De COVID-19-pandemie heeft ons eraan herinnerd dat gezondheid een mondiaal collectief goed is. Ons gezamenlijke optreden om de COVID-19-vaccinatiekloof te dichten, moet de eerste stap zijn naar echte wereldwijde gezondheidssamenwerking, zoals opgenomen in de verklaring van Rome die onlangs op de mondiale gezondheidstop is aangenomen.

Josep Borrell is hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid / vicevoorzitter van de Europese Commissie.

Tegen eind mei 2021 zal slechts 2,1 % van de Afrikanen ten minste één dosis van een COVID-19-vaccin hebben ontvangen. We moeten de vaccinatiekloof tussen geavanceerde economieën en ontwikkelingslanden dichten om te voorkomen dat dit leidt tot wat Tedros Ghebreyesus "vaccinatieapartheid" noemt. Dit streven is zowel moreel juist als in ieders belang. Daarom moet er multilateraal worden opgetreden om wereldwijd de productie van vaccins te vergroten en de uitrol ervan te versnellen. Sinds het begin van de pandemie is dit de door de EU gekozen aanpak. Het is nu ook de weg die de G20-leiders hebben uitgestippeld tijdens de mondiale gezondheidstop van 21 mei in Rome. De pandemie maakt nog steeds duizenden slachtoffers per dag, en in het huidige tempo duurt het tot 2023 voor de hele wereld gevaccineerd is. Een breed gevaccineerde wereldbevolking is echter de enige manier om een einde te maken aan de pandemie. Zo niet dan dreigt de toename van varianten de doeltreffendheid van de bestaande vaccins te ondergraven.Vaccinatie is ook een voorwaarde voor het opheffen van de beperkingen die onze economieën en vrijheden belemmeren. Deze beperkingen benadelen de hele wereld, maar wegen nog zwaarder op ontwikkelingslanden. Geavanceerde landen kunnen meer steunen op sociale mechanismen en economische maatregelen om de gevolgen van de pandemie voor hun burgers te beperken. Indien de vaccinatiekloof blijft bestaan, dreigt dit de trend van dalende armoede en mondiale ongelijkheid van de voorbije decennia teniet te doen. Zo'n negatieve dynamiek zou de economische bedrijvigheid belemmeren en geopolitieke spanningen doen toenemen. De kosten van niet ingrijpen zouden ongetwijfeld veel hoger liggen voor geavanceerde economieën dan wat we gezamenlijk zouden moeten uitgeven om de hele wereld te helpen te vaccineren. De EU is dan ook voorstander van het door het Internationaal Monetair Fonds voorgestelde plan van 50 miljard dollar om dit jaar 40 % en uiterlijk midden volgend jaar 60 % van de wereldbevolking te vaccineren. Daartoe hebben we een nauw gecoördineerd, multilateraal plan van aanpak nodig. We moeten ons verzetten tegen de dreiging van "vaccindiplomatie", waarbij de levering van vaccins wordt gekoppeld aan politieke doelstellingen, en "vaccinnationalisme", waarbij landen vaccins voor zichzelf reserveren. In tegenstelling tot andere landen heeft de EU beide praktijken sinds het begin van de pandemie afgewezen. Tot nu toe zijn we de enige mondiale speler geweest die zijn eigen bevolking vaccineert en tegelijkertijd grote hoeveelheden vaccins uitvoert en substantieel bijdraagt aan de uitrol van vaccins in lage-inkomenslanden. Europeanen kunnen hier trots op zijn. In 2020 ondersteunde de EU het onderzoek naar en de ontwikkeling van vaccins en droeg zij aanzienlijk bij aan de totstandkoming van de nieuwe generatie mRNA-vaccins. Vervolgens werd de EU een belangrijke producent van COVID-19-vaccins, goed voor 40 % van de tot dusver toegediende doses in de hele wereld. De EU heeft ook 240 miljoen doses naar 90 landen uitgevoerd, nagenoeg evenveel als er in de EU zelf zijn toegediend.Het samenwerkingsverband tussen de EU en haar lidstaten en financiële instellingen - dat we tot Team Europa hebben gedoopt - doneert ook vaccins aan buurlanden in nood, met name in de Westelijke Balkan. En zoals overeengekomen tijdens de laatste Europese Raad, hebben we de doelstelling om voor eind 2021 nog eens minstens 100 miljoen doses te doneren aan lage- en middeninkomenslanden. Met 2,8 miljard euro heeft Team Europa bovendien de belangrijkste bijdrage geleverd aan de Covax-faciliteit, die armere landen toegang biedt tot vaccins. Ongeveer een derde van alle doses die tot dusver in het kader van Covax zijn geleverd, werd door de EU bekostigd. Deze inspanning is echter nog lang niet voldoende om te voorkomen dat de vaccinatiekloof groter wordt.Om dat te bereiken, zouden landen met de vereiste kennis en middelen hun productiecapaciteit moeten opschroeven, zodat ze hun eigen bevolking kunnen vaccineren en meer vaccins kunnen uitvoeren, net als de EU. In samenwerking met vaccinproducenten werken wij aan een verhoging van de productiecapaciteit tot meer dan 3 miljard doses per jaar tegen eind 2021. Onze Europese industriële partners hebben toegezegd om voor eind dit jaar 1,3 miljard doses te leveren aan lage-inkomenslanden zonder winstoogmerk en aan middeninkomenslanden tegen lagere prijzen. Ze hebben zich er ook toe verbonden om in 2022 nog eens meer dan 1,3 miljard doses te leveren, waarvan een grote hoeveelheid via Covax.Alle landen moeten afzien van maatregelen die een beperkende impact hebben op de toeleveringsketens van vaccins. Ook de overdracht van kennis en technologie moet makkelijker, zodat meer landen vaccins kunnen produceren. Van onze kant moedigen wij de Europese producenten ertoe aan dit te doen, vooral in Afrika. Op 18 mei nam ik deel aan de top van Parijs over financiële steun voor Afrika, waar de leiders van het continent benadrukten dat Afrika 99 % van zijn vaccins invoert. Daar moet verandering in komen. Team Europa lanceert daarom een initiatief - met 1 miljard euro aan financiering uit de EU-begroting en Europese financiële ontwikkelingsinstellingen - om samen met de Afrikaanse partners de productie­capaciteit voor vaccins, geneesmiddelen en gezondheidstechnologieën in Afrika te vergroten.Om een dergelijke overdracht van technologie en knowhow te realiseren gaat onze voorkeur uit naar een systeem van vrijwillige licenties. Als dit ontoereikend blijkt, kan toevlucht worden genomen tot dwanglicenties, waar de bestaande Trips-Overeenkomst en de Verklaring van Doha van 2001 reeds in voorzien. Volgens sommige landen is deze flexibiliteit echter te moeilijk en te langzaam om toe te passen. Om deze overdracht van technologie te versnellen zal de EU begin juni met een nieuw voorstel komen binnen het WTO-kader. De COVID-19-pandemie heeft ons eraan herinnerd dat gezondheid een mondiaal collectief goed is. Ons gezamenlijke optreden om de COVID-19-vaccinatiekloof te dichten, moet de eerste stap zijn naar echte wereldwijde gezondheidssamenwerking, zoals opgenomen in de verklaring van Rome die onlangs op de mondiale gezondheidstop is aangenomen. Josep Borrell is hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid / vicevoorzitter van de Europese Commissie.