Vorige dinsdag, op 25 mei, vierde de Fédération Wallonie-Bruxelles haar tienjarige bestaan. Het is te zeggen, het tienjarige bestaan van die benaming, want officieel bestaat er helemaal geen Waals-Brusselse federatie, maar is het gewoon een zelfgekozen nieuwe benaming voor de Franse Gemeenschap.

Het hoeft niet te verbazen dat dit stuntje sindsdien voor flink wat verontwaardiging zorgt in Vlaamse middens. Nochtans, hoe arrogant het ook moge klinken, het geeft wel duidelijk aan hoe Wallonië zich met Brussel wil verhouden. Dat doet de vraag rijzen: wat belet Vlaanderen om hetzelfde te doen?

'Vlaanderen laat Brussel niet los' is het gekende en volgehouden Vlaamse adagium. Alleen weten we niet zo goed hoe we Brussel moeten 'vasthouden', laat staan dat we zouden weten wat we er precies mee aan moeten. Verschillende politici, politicologen en andere kenners hebben hun tanden al stukgebeten op 'het probleem Brussel'.

Misschien moeten we het probleem wat pragmatischer aanpakken, net zoals onze zuidervrienden dat doen. We moeten Brussel niet alleen vasthouden, maar vooral ook omarmen. Laten we om te beginnen Brussel erkennen als een 'geval apart'. Het is te zeggen: een stad in Vlaanderen die op een aantal vlakken anders is dan de andere, maar toch ook gewoon deel uitmaakt van Vlaanderen.

We moeten Brussel niet alleen vasthouden, maar vooral ook omarmen.

Vervolgens benoemen we onze verhouding tot dat geval apart: de 'Brussels-Vlaamse Unie'. Inderdaad, we zetten Brussel eerst in de naam, dat is een beetje mouwvegerij, maar het geeft aan dat we Brussel echt wel een belangrijke plaats willen geven. En dat we er een unie van maken, toont dan weer dat we Brussel dichter bij ons willen hebben dan in een federatie. Met die twee elementen zet deze benaming de hechte band die we met onze hoofdstad hebben heel precies neer.

Die naam legt meteen ook de lat een stuk hoger voor de Vlaamse verankering van en in Brussel. Want laten we wel wezen: er is wel een uitgewerkt Vlaams beleidsplan dat in handen ligt van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, maar in de praktijk doen we toch véél te weinig?

Vlaanderen heeft in Brussel persoonsgebonden bevoegdheden. Die zijn cultuur, onderwijs, gezondheidszorg, bijstand aan personen en justitie. Dit zijn belangrijke bevoegdheden waarmee je de plaatselijke bevolking rechtstreeks ten dienste kan zijn. Om deze bevoegdheden te financieren, bedacht de Vlaamse Overheid de zogenaamde 'Brusselnorm'. Die norm werd in 1999 in het keven geroepen door de Vlaamse regering, die een derde van de Brusselse bevolking als haar doelpubliek beschouwde. Aan de hand daarvan wordt sindsdien het budget bepaald dat de Vlaamse Overheid in Brussel wil investeren. In de praktijk komt dit neer op 5% van het totale Vlaamse budget voor gemeenschapsbevoegdheden.

In absolute cijfers gaat het om een budget van om en bij de 1 miljard euro. Dat is best veel, maar toch nog niet voldoende. Immers, als je Brussel als een Vlaamse stad ziet, is de hele bevolking je doelgroep en niet slechts een derde. Dat is in de realiteit ook zo, wat bijvoorbeeld heel goed te merken is in het onderwijs.

Het Nederlandstalig onderwijs staat zeer hoog aangeschreven in Brussel, ook en misschien zelfs vooral bij anderstaligen. Het is bijzonder populair bij de Brusselse gezinnen, en dus niet alleen die van de 'Vlaamse doelgroep'. Iedereen begrijpt dat het extra kansen biedt op de arbeidsmarkt.

Het Nederlandstalig onderwijs is zo populair dat er niet genoeg plaatsen zijn voor alle geïnteresseerden, ook al gaat het gros van de Brusselnorm naar dat Nederlandstalig onderwijs. Er is nu plaats voor zo'n 100.000 kleuters, leerlingen en studenten. Op een bevolking van meer dan een miljoen. Dat ligt dus zelfs ver onder de 1/3 van de Brusselnorm. Dat maakt dat liefst 650 van de 2275 leerlingen die zich aangemeld hebben, op dit moment uit de boot valt.

Nochtans is dit een uitgelezen manier om Brusselaars, en met hen ook de stad, aan Vlaanderen te binden. Kwalitatief onderwijs biedt bovendien ook extra kansen om een hele nieuwe generatie Brusselaars zicht te geven op een beloftevolle toekomst en zo alvast iets te doen aan de veel te hoge jeugdwerkloosheid.

Ook cultureel blijft Vlaanderen achterophinken. Nochtans is een diverse stad als Brussel de perfecte plek om de rijkdom van de Vlaamse cultuur te delen. Nee, niet alleen de romantiek uit het verleden, maar vooral alle creativiteit die Vlaanderen en zijn Vlaamse artiesten, kunstenaars, makers en andere creatieve en ondernemende geesten te bieden hebben. Ok, corona heeft zeker behoorlijk lelijk huisgehouden in die wereld, maar zodra het weer kan moet Vlaanderen er cultureel staan in zijn hoofdstad. Het is immers via cultuur dat je die gedeelde identiteit smeedt die een gemeenschap hecht en solidair maakt. Als je met onderwijs het verstand van de mensen wint, dan win je met cultuur hun hart.

Maar ook gezondheidszorg, bijstand en justitie zijn zorgenkindjes. We horen ze bijvoorbeeld regelmatig, de verhalen over Nederlandsonkundige dokters en verplegers in de Brusselse spoedafdelingen. Je kan dan wat verontwaardigd zijn en blijven jammeren over het niet naleven van de taalwetgeving, maar beter is toch nog te zorgen dat die Nederlandstalige dienstverlening verzekerd is. Organiseer Nederlandse taallessen voor het zorgpersoneel, zorg voor een soort van Nederlandstalige permanentie in de Brusselse ziekenhuizen, bouw desnoods 'Nederlandstalige' ziekenhuizen, naar analogie met de scholen, waar uiteraard iedereen welkom is, maar waar Nederlands de voertaal is. Kortom: wees creatief en inventief en zoek elke opportuniteit op om de band tussen Brussel en Vlaanderen hecht(er) te maken.

Als we Brussel als de Vlaamse hoofdstad zien en willen blijven zien, moeten we Brussel ook koesteren en alle ruimte en kansen geven om zich verder te ontwikkelen tot een moderne, Vlaamse stad van wereldformaat. En kunnen we over tien jaar de naam 'Brussels-Vlaamse Unie' ook weer in de schuif van het verleden steken.

Tom Garcia is kernlid van Vlinks.

Vorige dinsdag, op 25 mei, vierde de Fédération Wallonie-Bruxelles haar tienjarige bestaan. Het is te zeggen, het tienjarige bestaan van die benaming, want officieel bestaat er helemaal geen Waals-Brusselse federatie, maar is het gewoon een zelfgekozen nieuwe benaming voor de Franse Gemeenschap. Het hoeft niet te verbazen dat dit stuntje sindsdien voor flink wat verontwaardiging zorgt in Vlaamse middens. Nochtans, hoe arrogant het ook moge klinken, het geeft wel duidelijk aan hoe Wallonië zich met Brussel wil verhouden. Dat doet de vraag rijzen: wat belet Vlaanderen om hetzelfde te doen?'Vlaanderen laat Brussel niet los' is het gekende en volgehouden Vlaamse adagium. Alleen weten we niet zo goed hoe we Brussel moeten 'vasthouden', laat staan dat we zouden weten wat we er precies mee aan moeten. Verschillende politici, politicologen en andere kenners hebben hun tanden al stukgebeten op 'het probleem Brussel'.Misschien moeten we het probleem wat pragmatischer aanpakken, net zoals onze zuidervrienden dat doen. We moeten Brussel niet alleen vasthouden, maar vooral ook omarmen. Laten we om te beginnen Brussel erkennen als een 'geval apart'. Het is te zeggen: een stad in Vlaanderen die op een aantal vlakken anders is dan de andere, maar toch ook gewoon deel uitmaakt van Vlaanderen. Vervolgens benoemen we onze verhouding tot dat geval apart: de 'Brussels-Vlaamse Unie'. Inderdaad, we zetten Brussel eerst in de naam, dat is een beetje mouwvegerij, maar het geeft aan dat we Brussel echt wel een belangrijke plaats willen geven. En dat we er een unie van maken, toont dan weer dat we Brussel dichter bij ons willen hebben dan in een federatie. Met die twee elementen zet deze benaming de hechte band die we met onze hoofdstad hebben heel precies neer. Die naam legt meteen ook de lat een stuk hoger voor de Vlaamse verankering van en in Brussel. Want laten we wel wezen: er is wel een uitgewerkt Vlaams beleidsplan dat in handen ligt van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, maar in de praktijk doen we toch véél te weinig?Vlaanderen heeft in Brussel persoonsgebonden bevoegdheden. Die zijn cultuur, onderwijs, gezondheidszorg, bijstand aan personen en justitie. Dit zijn belangrijke bevoegdheden waarmee je de plaatselijke bevolking rechtstreeks ten dienste kan zijn. Om deze bevoegdheden te financieren, bedacht de Vlaamse Overheid de zogenaamde 'Brusselnorm'. Die norm werd in 1999 in het keven geroepen door de Vlaamse regering, die een derde van de Brusselse bevolking als haar doelpubliek beschouwde. Aan de hand daarvan wordt sindsdien het budget bepaald dat de Vlaamse Overheid in Brussel wil investeren. In de praktijk komt dit neer op 5% van het totale Vlaamse budget voor gemeenschapsbevoegdheden.In absolute cijfers gaat het om een budget van om en bij de 1 miljard euro. Dat is best veel, maar toch nog niet voldoende. Immers, als je Brussel als een Vlaamse stad ziet, is de hele bevolking je doelgroep en niet slechts een derde. Dat is in de realiteit ook zo, wat bijvoorbeeld heel goed te merken is in het onderwijs.Het Nederlandstalig onderwijs staat zeer hoog aangeschreven in Brussel, ook en misschien zelfs vooral bij anderstaligen. Het is bijzonder populair bij de Brusselse gezinnen, en dus niet alleen die van de 'Vlaamse doelgroep'. Iedereen begrijpt dat het extra kansen biedt op de arbeidsmarkt. Het Nederlandstalig onderwijs is zo populair dat er niet genoeg plaatsen zijn voor alle geïnteresseerden, ook al gaat het gros van de Brusselnorm naar dat Nederlandstalig onderwijs. Er is nu plaats voor zo'n 100.000 kleuters, leerlingen en studenten. Op een bevolking van meer dan een miljoen. Dat ligt dus zelfs ver onder de 1/3 van de Brusselnorm. Dat maakt dat liefst 650 van de 2275 leerlingen die zich aangemeld hebben, op dit moment uit de boot valt.Nochtans is dit een uitgelezen manier om Brusselaars, en met hen ook de stad, aan Vlaanderen te binden. Kwalitatief onderwijs biedt bovendien ook extra kansen om een hele nieuwe generatie Brusselaars zicht te geven op een beloftevolle toekomst en zo alvast iets te doen aan de veel te hoge jeugdwerkloosheid.Ook cultureel blijft Vlaanderen achterophinken. Nochtans is een diverse stad als Brussel de perfecte plek om de rijkdom van de Vlaamse cultuur te delen. Nee, niet alleen de romantiek uit het verleden, maar vooral alle creativiteit die Vlaanderen en zijn Vlaamse artiesten, kunstenaars, makers en andere creatieve en ondernemende geesten te bieden hebben. Ok, corona heeft zeker behoorlijk lelijk huisgehouden in die wereld, maar zodra het weer kan moet Vlaanderen er cultureel staan in zijn hoofdstad. Het is immers via cultuur dat je die gedeelde identiteit smeedt die een gemeenschap hecht en solidair maakt. Als je met onderwijs het verstand van de mensen wint, dan win je met cultuur hun hart.Maar ook gezondheidszorg, bijstand en justitie zijn zorgenkindjes. We horen ze bijvoorbeeld regelmatig, de verhalen over Nederlandsonkundige dokters en verplegers in de Brusselse spoedafdelingen. Je kan dan wat verontwaardigd zijn en blijven jammeren over het niet naleven van de taalwetgeving, maar beter is toch nog te zorgen dat die Nederlandstalige dienstverlening verzekerd is. Organiseer Nederlandse taallessen voor het zorgpersoneel, zorg voor een soort van Nederlandstalige permanentie in de Brusselse ziekenhuizen, bouw desnoods 'Nederlandstalige' ziekenhuizen, naar analogie met de scholen, waar uiteraard iedereen welkom is, maar waar Nederlands de voertaal is. Kortom: wees creatief en inventief en zoek elke opportuniteit op om de band tussen Brussel en Vlaanderen hecht(er) te maken. Als we Brussel als de Vlaamse hoofdstad zien en willen blijven zien, moeten we Brussel ook koesteren en alle ruimte en kansen geven om zich verder te ontwikkelen tot een moderne, Vlaamse stad van wereldformaat. En kunnen we over tien jaar de naam 'Brussels-Vlaamse Unie' ook weer in de schuif van het verleden steken.Tom Garcia is kernlid van Vlinks.