Het dreigende stroomtekort drukt ons met de neus op de feiten. Het energiebeleid van de Electrabel-partijen is mislukt. Elektriciteit is duurder en minder zeker dan bij het begin van de regering. Bovendien is de regering is voor haar redding afhankelijk van Engie Electrabel. Want de Electrabel-partijen hebben het investeringsklimaat doelbewust kapot gemaakt door telkens opnieuw twijfel te zaaien over de vastberadenheid van de Belgische regering en door te talmen met evidente alternatieven.

We hebben nood aan een energiebeleid dat ervoor zorgt dat het licht niet uitgaat en de prijzen onder controle houdt.

Het huidige, dreigende stroomtekort was nochtans perfect vermijdbaar mocht deze regering vanaf dag 1 ingezet hebben op interconnecties met het buitenland en nieuwe gascentrales. Een kabel met de overtollige Clauscentrales in Nederlands Limburg van minder dan 10 km was voldoende geweest om de voorspelde tekorten te compenseren. Dat energieminister Marie Christine Marghem van de MR geen haast had, hoeft niet te verbazen. De partij van de premier is al lang de spreekbuis van Electrabel, in die mate zelfs dat Electrabel zelf hun onderhandelingsfiches schrijft. Maar dat ook N-VA zich zo heeft laten inpakken door het Frans-Belgische energie-establishment toont de lichtzinnigheid van een partij die politieke positionering boven ernstig beleid verkiest. Op vlak van energiebeleid heeft de N-VA zich de Belgische ziekte helemaal eigen gemaakt.

Dat hoeft niet zo te zijn. Toen ik voor de lange regeringsonderhandelingen van 2010-2011 aan tafel zat voor SP.A mocht ik aan tafel met de CEO van Electrabel, toen Sophie Dutordoir. Na wat koetjes en kalfjes, zei ze kortaf: 'Als jullie het protocol over het uitstel van de kernuitstap niet respecteren, dan is het oorlog'. Het protocol van 2009 was onderhandeld en ondertekend door premier Herman Van Rompuy en Engie-topman Gérard Mestrallet en voorzag het uitstel van de kernuitstap in ruil voor nucleaire rente. Ik keek op van boven mijn bord tomaat-garnaal en antwoordde: 'Dan zal het oorlog zijn. Wij gaan dat protocol nooit aanvaarden.' Maar laat mij de vraag omdraaien: je had nu eens een regering zonder SP.A, waarom heeft die regering de kernuitstap dan niet bij wet uitgesteld?'. Waarna een weinig vriendelijke analyse van toenmalig energieminister Paul Magnette volgde. De regering Di Rupo heeft het protocol effectief terzijde gelaten, de kerncentrales Doel 1 en 2 gesloten en de uitstap van de andere centrales vastgelegd, nieuwe offshore windparken gegarandeerd en een ondersteuningsmechanisme voor gas beslist. Dat beleid is meteen teruggedraaid van zodra SP.A uit de regering verdween.

Het zou te makkelijk zijn om enkel de regering te viseren. Waarom heeft de beheerder van het hoogspanningsnet Elia niet gewoon zelf een kabel naar de Clauscentrales gelegd? In plaats van op overnamejacht te gaan in de rest van Europa had ze beter eerst haar verantwoordelijkheid voor de thuismarkt genomen. En waar blijft energieregulator CREG in dit verhaal? Ooit was die een steunpilaar in de bestrijding van de marktmacht van Electrabel. Nu blinkt die uit door afwezigheid. De conclusie vandaag is heel simpel: België lijkt niet in staat om zijn productiemarkt zelf te beheren.

Voor een echte, competitieve productiemarkt is België te klein en de EU te groot: een Benelux-markt tussen Frankrijk en Duitsland is de oplossing.

Sommigen zeggen dat de eenmaking van de Europese energiemarkt het Belgisch geklungel zal opvangen. Dat is te optimistisch. De lidstaten zijn nog steeds bevoegd voor een hele reeks regels die de energiemarkt gesmeerd moet laten lopen. De planning van nieuwe productiecapaciteit kan bovendien niet zonder nationale en lokale overheden. Sommigen zeggen dat de markt nooit zal werken en we beter de energieproductie nationaliseren. Dat is naïef. Het zou de greep van de kernlobby alleen versterken en vooral de factuur van de ontmanteling nationaliseren. De landen met de grootste staatsbedrijven investeren net minder in alternatieven. Neen, we moeten de marktmacht van de grote spelers Engie en EDF in de energieproductie breken, net zoals Johan Vande Lanotte de marktmacht van Electrabel voor energielevering aan gezinnen heeft gebroken met strengere regels en transparante concurrentie ('durf te kiezen').

Voor een echte, competitieve productiemarkt is België te klein en de EU te groot: een Benelux-markt tussen Frankrijk en Duitsland is de oplossing. De Nederlanders hebben overcapaciteit en professionele regulatoren. Laat ons de elektriciteitsmarkten helemaal samenvoegen. De Duitse, Franse en Scandinavische bedrijven mogen dan volop concurreren voor elektriciteit aan de laagste prijs, in het voordeel van de Benelux-consument. Het is tijd voor een pragmatisch, rationeel en vooruitziend energiebeleid. Een beleid dat ervoor zorgt dat het licht niet uitgaat en de prijzen onder controle houdt. Wie beter dan de Nederlanders om dat samen met ons te doen?

Het dreigende stroomtekort drukt ons met de neus op de feiten. Het energiebeleid van de Electrabel-partijen is mislukt. Elektriciteit is duurder en minder zeker dan bij het begin van de regering. Bovendien is de regering is voor haar redding afhankelijk van Engie Electrabel. Want de Electrabel-partijen hebben het investeringsklimaat doelbewust kapot gemaakt door telkens opnieuw twijfel te zaaien over de vastberadenheid van de Belgische regering en door te talmen met evidente alternatieven. Het huidige, dreigende stroomtekort was nochtans perfect vermijdbaar mocht deze regering vanaf dag 1 ingezet hebben op interconnecties met het buitenland en nieuwe gascentrales. Een kabel met de overtollige Clauscentrales in Nederlands Limburg van minder dan 10 km was voldoende geweest om de voorspelde tekorten te compenseren. Dat energieminister Marie Christine Marghem van de MR geen haast had, hoeft niet te verbazen. De partij van de premier is al lang de spreekbuis van Electrabel, in die mate zelfs dat Electrabel zelf hun onderhandelingsfiches schrijft. Maar dat ook N-VA zich zo heeft laten inpakken door het Frans-Belgische energie-establishment toont de lichtzinnigheid van een partij die politieke positionering boven ernstig beleid verkiest. Op vlak van energiebeleid heeft de N-VA zich de Belgische ziekte helemaal eigen gemaakt.Dat hoeft niet zo te zijn. Toen ik voor de lange regeringsonderhandelingen van 2010-2011 aan tafel zat voor SP.A mocht ik aan tafel met de CEO van Electrabel, toen Sophie Dutordoir. Na wat koetjes en kalfjes, zei ze kortaf: 'Als jullie het protocol over het uitstel van de kernuitstap niet respecteren, dan is het oorlog'. Het protocol van 2009 was onderhandeld en ondertekend door premier Herman Van Rompuy en Engie-topman Gérard Mestrallet en voorzag het uitstel van de kernuitstap in ruil voor nucleaire rente. Ik keek op van boven mijn bord tomaat-garnaal en antwoordde: 'Dan zal het oorlog zijn. Wij gaan dat protocol nooit aanvaarden.' Maar laat mij de vraag omdraaien: je had nu eens een regering zonder SP.A, waarom heeft die regering de kernuitstap dan niet bij wet uitgesteld?'. Waarna een weinig vriendelijke analyse van toenmalig energieminister Paul Magnette volgde. De regering Di Rupo heeft het protocol effectief terzijde gelaten, de kerncentrales Doel 1 en 2 gesloten en de uitstap van de andere centrales vastgelegd, nieuwe offshore windparken gegarandeerd en een ondersteuningsmechanisme voor gas beslist. Dat beleid is meteen teruggedraaid van zodra SP.A uit de regering verdween.Het zou te makkelijk zijn om enkel de regering te viseren. Waarom heeft de beheerder van het hoogspanningsnet Elia niet gewoon zelf een kabel naar de Clauscentrales gelegd? In plaats van op overnamejacht te gaan in de rest van Europa had ze beter eerst haar verantwoordelijkheid voor de thuismarkt genomen. En waar blijft energieregulator CREG in dit verhaal? Ooit was die een steunpilaar in de bestrijding van de marktmacht van Electrabel. Nu blinkt die uit door afwezigheid. De conclusie vandaag is heel simpel: België lijkt niet in staat om zijn productiemarkt zelf te beheren. Sommigen zeggen dat de eenmaking van de Europese energiemarkt het Belgisch geklungel zal opvangen. Dat is te optimistisch. De lidstaten zijn nog steeds bevoegd voor een hele reeks regels die de energiemarkt gesmeerd moet laten lopen. De planning van nieuwe productiecapaciteit kan bovendien niet zonder nationale en lokale overheden. Sommigen zeggen dat de markt nooit zal werken en we beter de energieproductie nationaliseren. Dat is naïef. Het zou de greep van de kernlobby alleen versterken en vooral de factuur van de ontmanteling nationaliseren. De landen met de grootste staatsbedrijven investeren net minder in alternatieven. Neen, we moeten de marktmacht van de grote spelers Engie en EDF in de energieproductie breken, net zoals Johan Vande Lanotte de marktmacht van Electrabel voor energielevering aan gezinnen heeft gebroken met strengere regels en transparante concurrentie ('durf te kiezen').Voor een echte, competitieve productiemarkt is België te klein en de EU te groot: een Benelux-markt tussen Frankrijk en Duitsland is de oplossing. De Nederlanders hebben overcapaciteit en professionele regulatoren. Laat ons de elektriciteitsmarkten helemaal samenvoegen. De Duitse, Franse en Scandinavische bedrijven mogen dan volop concurreren voor elektriciteit aan de laagste prijs, in het voordeel van de Benelux-consument. Het is tijd voor een pragmatisch, rationeel en vooruitziend energiebeleid. Een beleid dat ervoor zorgt dat het licht niet uitgaat en de prijzen onder controle houdt. Wie beter dan de Nederlanders om dat samen met ons te doen?