Fier mocht ik tien jaar lang de ambassadeur zijn van de innovatieve farmabedrijven. Nog steeds draag ik die sector in mijn hart. Vandaag buig ik het hoofd omdat de maatschappelijke beroering wordt beantwoord met stilte. Deze stilte kan een indruk van hooghartigheid wekken, terwijl de scherpte van het debat wijst op publieke afkeuring van de farmasector.

Tegen die achtergrond past een excuus. Zwijgen is niet altijd goud. Zeker niet in een belangrijk maatschappelijk debat, waarin zowel vragen van zorg en levenskwaliteit, als van prijs en winst samenlopen. De achtergrond van wanhopige ouders en massale solidariteit van het publiek vraagt om gebaar en gesprek, al kan verontwaardiging een sereen gesprek in de weg staan.

We hebben de kennis en kunde van de farmasector nodig, maar die moet de juiste ethische prioriteiten leggen.

De massa-solidariteit is in onze samenleving goed maar abstract georganiseerd in de ziekteverzekering. Dat die hier niet presteerde, is omdat ze dat niet kon en mocht. Het veelbesproken geneesmiddel is nog enkel in de USA erkend en daar op de markt aan een hoge Amerikaanse prijs. Amerikaanse patiënten voeren aan dat ze moeten meebetalen voor de Europese patiënten, die hun medicatie veel goedkoper verkrijgen aan prijzen die onze nationale overheden vastleggen. Maar hier is het nog een product in onderzoek dat niet op de markt is noch terugbetaalbaar.

Riziv en de Minister van Sociale Zaken handelen met kennis van zaken, en leggen voor nieuwe geneesmiddelen onder octrooi prijzen op die tientallen procenten onder de Amerikaanse liggen. Dat kan pas na Europese goedkeuring van werkzaamheid en veiligheid, maar de Europese klinische studies daarover lopen nog, onder leiding overigens van een Belgisch hoogleraar.

De ziekteverzekering maakt zorg bijzonder toegankelijk en subsidieert deze, op basis van de loontoeslagen en - steeds meer - belastinggeld. Technologie en nieuwste geneesmiddelen drijven de gezondheidswinst op en ook de kost. Ook omdat patiënten langer leven, is er een objectief financieringsprobleem. Als het BNP ongeveer 1 % stijgt, dan kan je niet blijvend een ziekteverzekering financieren waarvan de kost jaarlijks met 5 à 6 % toeneemt, laat staan als er uitgavenstijgingen zijn met meer dan dubbele percentages. Er is dus een objectief probleem.

Overheden, farmabedrijven en patiënten - die zich vaak ook gedragen als onbedachtzame en eisende consumenten - delen hier een verantwoordelijkheid om dit correct en fair aan te pakken. Dat kan beter.

In de USA krijgt de farmaceutische sector vandaag forse kritiek, niet alleen omwille van allerlei schandalen, zoals de foute marketing van verslavende middelen, maar ook sedert vastgesteld werd dat sommige farmabedrijven meer van hun winst investeerden in dividenduitkering en inkoop van eigen aandelen dan in research en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. 'Big pharma spends on share buybacks, but R&D ? Not so much' , schreef The New York Times in juli nog.

Greed is not good, greed is bad.Kortom, het praatje staat zichtbaar op iets te losse schroeven.

Steeds meer keert men zich radicaal tegen de farmaceutische sector, als totaal onetisch, en wordt farma gehoond.

Innovatieve geneesmiddelen hebben de zorg fors verbeterd en patiënten in de hele wereld fenomenaal geholpen. Ze kwamen er dank zij het fundamenteel en toegepast onderzoek, en de investeringen en ontwikkelingstechnologie van farmabedrijven. Omdat er geen relevante geneesmiddelen ontwikkeld worden door andere actoren, hebben we de farmaceutische bedrijven heel hard nodig voor de vooruitgang van zorg.

Uiteraard hebben we wel zowel de kennis en kunde nodig van de innovatieve farmabedrijven als hun maatschappelijk inzicht, en zowel hun innovatief vermogen als hun ethische attitude en sociale verantwoordelijkheid. Met de maatschappelijke en ethische elementen als juiste prioriteit, zijn een gemeende buiging van het hoofd en een actieve deelname aan het maatschappelijk debat weer vanzelfsprekend.

Prof. dr. em. Leo Neels is gewezen CEO pharma.be (2003-2013) en gewezen voorzitter van Vlerick Healthcare Mgt. Centre (2014-2019).