Het zesde mestactieprogramma (MAP 6) moet de nitraatvervuiling in de Vlaamse rivieren weer onder controle krijgen tegen 2022. Het plan stelt een verbetering van minstens 4 mg nitraat per liter voorop in gebieden met een ongunstige waterkwaliteit. Maar dit jaar werd in die gebieden net een verslechtering van 4 mg vastgesteld. De voorbije drie winterjaren lag het percentage meetpunten met een overschrijding van de drempelwaarde van 50 mg nitraat per liter ook ruim boven de 20 procent. Halverwege MAP 6 liggen de waterkwaliteitsdoelstellingen dan ook verder af dan bij de start. Het Mestrapport maakt duidelijk dat de bemestingspraktijken aan de basis liggen van hoge nitraatresidu's in de bodem. Het gemiddelde nitraatresidu is de laatste drie jaar gestegen tot 85 kg nitraatstikstof per hectare in 2019. De droge weersomstandigheden van de voorbije jaren hebben ongetwijfeld ook een invloed gehad op de evolutie van de waterkwaliteit. De VMM benadrukt wel dat het de verantwoordelijkheid is van elke landbouwer om de bemesting slim en juist uit te voeren. Uit het rapport blijkt ook dat de naleving van de mestwetgeving beter moet. In 2019 werden ruim 380 bedrijven doorgelicht en bij 55 procent daarvan werden boetes, maatregelen of sancties opgelegd. Vlaams minister van Omgeving en Handhaving Zuhal Demir (N-VA) wil dan ook blijven inzetten op gerichte controles. "Het verscherpte toezicht op de teeltvrije zone langs waterlopen zorgde voor een sterke daling van het aantal vaststellingen, maar de inbreukpercentages blijven hoog en vereisen een sterke aanwezigheid van de inspecteurs op het terrein." Vanaf 2021 zal de nieuwe "Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit" de land- en tuinbouwers ondersteunen bij het aanleren en toepassen van de beste en innovatieve landbouwpraktijken. Toch zijn er nog bijkomende maatregelen nodig om op korte termijn een drastische verbetering van de waterkwaliteit te realiseren. Volgens de VMM vereist dat een inspanning van alle betrokken actoren, in de eerste plaats de land- en tuinbouwers, maar ook van de verwerkers, vervoerders, veevoederleveranciers, landbouwconsulenten en kunstmestproducten en -handelaars. (Belga)

Het zesde mestactieprogramma (MAP 6) moet de nitraatvervuiling in de Vlaamse rivieren weer onder controle krijgen tegen 2022. Het plan stelt een verbetering van minstens 4 mg nitraat per liter voorop in gebieden met een ongunstige waterkwaliteit. Maar dit jaar werd in die gebieden net een verslechtering van 4 mg vastgesteld. De voorbije drie winterjaren lag het percentage meetpunten met een overschrijding van de drempelwaarde van 50 mg nitraat per liter ook ruim boven de 20 procent. Halverwege MAP 6 liggen de waterkwaliteitsdoelstellingen dan ook verder af dan bij de start. Het Mestrapport maakt duidelijk dat de bemestingspraktijken aan de basis liggen van hoge nitraatresidu's in de bodem. Het gemiddelde nitraatresidu is de laatste drie jaar gestegen tot 85 kg nitraatstikstof per hectare in 2019. De droge weersomstandigheden van de voorbije jaren hebben ongetwijfeld ook een invloed gehad op de evolutie van de waterkwaliteit. De VMM benadrukt wel dat het de verantwoordelijkheid is van elke landbouwer om de bemesting slim en juist uit te voeren. Uit het rapport blijkt ook dat de naleving van de mestwetgeving beter moet. In 2019 werden ruim 380 bedrijven doorgelicht en bij 55 procent daarvan werden boetes, maatregelen of sancties opgelegd. Vlaams minister van Omgeving en Handhaving Zuhal Demir (N-VA) wil dan ook blijven inzetten op gerichte controles. "Het verscherpte toezicht op de teeltvrije zone langs waterlopen zorgde voor een sterke daling van het aantal vaststellingen, maar de inbreukpercentages blijven hoog en vereisen een sterke aanwezigheid van de inspecteurs op het terrein." Vanaf 2021 zal de nieuwe "Begeleidingsdienst voor Betere Bodem- en Waterkwaliteit" de land- en tuinbouwers ondersteunen bij het aanleren en toepassen van de beste en innovatieve landbouwpraktijken. Toch zijn er nog bijkomende maatregelen nodig om op korte termijn een drastische verbetering van de waterkwaliteit te realiseren. Volgens de VMM vereist dat een inspanning van alle betrokken actoren, in de eerste plaats de land- en tuinbouwers, maar ook van de verwerkers, vervoerders, veevoederleveranciers, landbouwconsulenten en kunstmestproducten en -handelaars. (Belga)