Ook in België zijn de eerste patiënten gestorven aan de gevolgen van een besmetting met het nieuwe coronavirus. Deze week werd duidelijk dat het tijd was voor een krachtdadig optreden van de overheid. Gebeurt dit ook? In theorie is het antwoord simpel. Tal van handboeken lijsten de stappen op die een overheid moet zetten om een prioritaire publieke kwestie op te lossen. Begin eerst met een duidelijke probleemdefinitie. Kijk dan welke opties er bestaan en creëer er gerust ook nieuwe om die kwestie aan te pakken. Bepaal daarna waaraan het te realiseren alternatief zeker moet voldoen: is het belangrijk dat die optie effectief is op korte termijn? Of speelt net de kostprijs sterk mee? Toets in een volgende stap alle opties af aan die evaluatiecriteria.

En zo geredeneerd kan een overheid er vanuit gaan dat het na een duidelijke communicatie voor velen glashelder zal zijn waarom optie X gekozen werd, of net de combinatie van X + Y. Simpel. Logisch. Niets op aan te merken. Toch? Dat kan zo zijn, maar dan is zo'n analyse wel nodig voor elk aspect van een multi-dimensioneel probleem zoals de omgang met het nieuwe coronavirus. Zo'n oefening moet dan gedaan worden rond het gebrek aan mondmaskers in ziekenhuizen, en tegelijk ter preventie van een verdere virusuitbraak onder kinderen. Daarnaast moet ook gedacht worden aan reisadvies en verplichte richtlijnen bij thuis-quarantaine van besmette burgers. Immers, blind spots in de totaalaanpak van een crisis kan je je als overheid echt niet veroorloven evenmin als een optreden dat getuigt van weinig coördinatie tussen betrokken besturen.

Wat we nodig hebben, is rationeel optreden van de overheid.

Uiteraard leven we niet in zo'n puur rationeel functionerende wereld met bergen in te zetten kennis en zeeën tijd voor reflectie en overleg. "You can't take politics out of analysis", zo leerde de Amerikaanse politiek wetenschapster Deborah Stone ons al een tijd terug. En dat verklaart dan ook waarom politici in tijden van crisis openlijk toch de vinger wijzen naar een ander(mans partij) in plaats van volop te gaan voor samenwerking of tenminste de illusie van een kordaat 'politiek team'. Denk aan Antwerps burgemeester Bart De Wever die, initieel en naar eigen zeggen, geen grote evenementen in zijn stad kon verbieden na onduidelijk advies van Maggie De Block als federaal minister van volksgezondheid. Of aan Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke die deelnam aan het coronadebat tijdens De Afspraak en de vraag kreeg of er niet te veel ministers bevoegd zijn rond diezelfde kwestie in ons land. Een zwarte piet die hij wist te weren omdat een uitbrekende crisis niet het geschikte moment is voor zo'n institutionele debatten, maar volle aandacht vergt voor wat echt telt.

Dat laatste houdt dan in om naast de louter politieke overwegingen ook emotie maximaal te bannen uit het lopende beleidsgebeuren. Want paniek en onrust moeten ten allen prijze vermeden worden, net als te veel humor en creativiteit van burgers in hun respons op overheidsmaatregelen. Wat we nu nodig hebben, is een rationeel optreden van overheid en burgers tegen het nieuwe virus dat nu op ons afkomt.

In zo'n rationele aanpak past perfect dat beleidsexperten systematisch bijhouden wat er te leren valt. Microbioloog Herman Goossens is daar in verband met corona al volop mee bezig. Maar de realiteit wacht niet altijd op zo'n lessen, hoe relevant ook. Tijd dus om eens expliciet achterom te kijken naar wat we vandaag wel met enige zekerheid weten en als extra input kan dienen voor het gangbare coronabeleid.

Vroeg werk van de Zwitserse beleidsanalisten Knoepfel en Schneider is dan relevant, vooral wat de methode betreft. Begin jaren '80 keken zij hoe verschillende Europese landen streden tegen luchtvervuiling, en ter bescherming van het milieu. Hun analyse kreeg vorm door beleidsvoering voor te stellen als een kern, omringd door meerdere lagen. Elke laag moet worden afgepeld, tenminste als een overheid echt tot actie wilt komen.

De metafoor van een te pellen ui laat zich raden. Diep in de kern zitten dan concrete doelen zoals minder ziekenhuizen die kampen met een acuut tekort aan mondmaskers in het Belgisch coronabeleid. Hun realisatie beukt meteen in op twee stevige, interne lagen. Afpellen van de eerste vergt evaluatieve criteria om het behalen van doelstellingen te meten, zoals het aandeel ziekenhuizen dat na overheidsinterventie vrij is van die facilitaire nood.

De tweede laag is meer operationeel. En om die te strippen, zijn vooral keuzes nodig rond te gebruiken tools. Zorgen we als overheid bijvoorbeeld dat extra medisch materiaal ook in eigen land wordt geproduceerd? Lanceren we een oproep aan burgers om de bestaande voorraad niet verder te doen slinken? Of nemen we beide maatregelen tegelijk? Wat gekozen wordt, is cruciaal en bepaalt mee de substantie van een beleid. Maar actie rond dat beleid vergt meer, veel meer.

En daarom kent de 'beleids-ui' nog twee extra lagen. De derde slaat op politiek en/of administratieve arrangementen die nodig zijn voor de beleidsuitvoering. Is er een werkgroep nodig die zich verder over die ene, en tegelijk misschien nog andere, facilitaire kwestie buigt? Heeft die genoeg geld en capaciteit om die klus te klaren? Want pas al zo'n zaken zijn beslist, kunnen de procedurele taken uit de vierde laag worden aangevat. Typisch is het uitschrijven van concrete regels rond supervisie en bijsturing die tijdens het werk van een expertengroep zullen gelden. Eenmaal alle lagen doorlopen en dus weg, verschijnt het uiteindelijke beleidsprogramma. En dan pas is de overheid klaar voor echte actie.

De 'corona-ui' is door Belgische besturen al stevig in handen genomen. Aan elke laag is de voorbije weken gepeld. En daarbij vloeiden soms ook tranen bij betrokken beleidsactoren. Tranen van frustratie als burgers zich openlijk keren tegen maatregelen in hun eigen belang. Tranen van intens verdriet als het harde werk van velen toch niet het zwaarste leed bij sommigen vermeed. Tranen van onmacht door falende implementatie zijn er nog niet veel want de uitvoering van het coronabeleid komt nog maar op gang.

Tranen van onmacht door falende implementatie zijn er her en der ook al, met mate. Want de uitvoering van het coronabeleid draait nog niet op volle toeren. Zeker niet nadat de Nationale Veiligheidsraad van 12 maart tal van nieuwe coronamaatregelen lanceerde. Net bij hun uitvoering zijn zo'n onmachtstranen vaak nog te mijden. En dit precies door als overheid van meet af aan rationeel op te treden, met maatregelen die volwaardig zijn uitgewerkt en begrijpelijk gecommuniceerd naar alle burgers toe. Kritieke tijden dus, en niet alleen voor wie al met het coronavirus is besmet.

Ellen Wayenberg (PhD) is professor aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit Gent. Ze is gespecialiseerd in publiek beleid en bestuur met een bijzondere aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie, multi-level governance en lokale besturen.

Ook in België zijn de eerste patiënten gestorven aan de gevolgen van een besmetting met het nieuwe coronavirus. Deze week werd duidelijk dat het tijd was voor een krachtdadig optreden van de overheid. Gebeurt dit ook? In theorie is het antwoord simpel. Tal van handboeken lijsten de stappen op die een overheid moet zetten om een prioritaire publieke kwestie op te lossen. Begin eerst met een duidelijke probleemdefinitie. Kijk dan welke opties er bestaan en creëer er gerust ook nieuwe om die kwestie aan te pakken. Bepaal daarna waaraan het te realiseren alternatief zeker moet voldoen: is het belangrijk dat die optie effectief is op korte termijn? Of speelt net de kostprijs sterk mee? Toets in een volgende stap alle opties af aan die evaluatiecriteria. En zo geredeneerd kan een overheid er vanuit gaan dat het na een duidelijke communicatie voor velen glashelder zal zijn waarom optie X gekozen werd, of net de combinatie van X + Y. Simpel. Logisch. Niets op aan te merken. Toch? Dat kan zo zijn, maar dan is zo'n analyse wel nodig voor elk aspect van een multi-dimensioneel probleem zoals de omgang met het nieuwe coronavirus. Zo'n oefening moet dan gedaan worden rond het gebrek aan mondmaskers in ziekenhuizen, en tegelijk ter preventie van een verdere virusuitbraak onder kinderen. Daarnaast moet ook gedacht worden aan reisadvies en verplichte richtlijnen bij thuis-quarantaine van besmette burgers. Immers, blind spots in de totaalaanpak van een crisis kan je je als overheid echt niet veroorloven evenmin als een optreden dat getuigt van weinig coördinatie tussen betrokken besturen.Uiteraard leven we niet in zo'n puur rationeel functionerende wereld met bergen in te zetten kennis en zeeën tijd voor reflectie en overleg. "You can't take politics out of analysis", zo leerde de Amerikaanse politiek wetenschapster Deborah Stone ons al een tijd terug. En dat verklaart dan ook waarom politici in tijden van crisis openlijk toch de vinger wijzen naar een ander(mans partij) in plaats van volop te gaan voor samenwerking of tenminste de illusie van een kordaat 'politiek team'. Denk aan Antwerps burgemeester Bart De Wever die, initieel en naar eigen zeggen, geen grote evenementen in zijn stad kon verbieden na onduidelijk advies van Maggie De Block als federaal minister van volksgezondheid. Of aan Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke die deelnam aan het coronadebat tijdens De Afspraak en de vraag kreeg of er niet te veel ministers bevoegd zijn rond diezelfde kwestie in ons land. Een zwarte piet die hij wist te weren omdat een uitbrekende crisis niet het geschikte moment is voor zo'n institutionele debatten, maar volle aandacht vergt voor wat echt telt. Dat laatste houdt dan in om naast de louter politieke overwegingen ook emotie maximaal te bannen uit het lopende beleidsgebeuren. Want paniek en onrust moeten ten allen prijze vermeden worden, net als te veel humor en creativiteit van burgers in hun respons op overheidsmaatregelen. Wat we nu nodig hebben, is een rationeel optreden van overheid en burgers tegen het nieuwe virus dat nu op ons afkomt.In zo'n rationele aanpak past perfect dat beleidsexperten systematisch bijhouden wat er te leren valt. Microbioloog Herman Goossens is daar in verband met corona al volop mee bezig. Maar de realiteit wacht niet altijd op zo'n lessen, hoe relevant ook. Tijd dus om eens expliciet achterom te kijken naar wat we vandaag wel met enige zekerheid weten en als extra input kan dienen voor het gangbare coronabeleid. Vroeg werk van de Zwitserse beleidsanalisten Knoepfel en Schneider is dan relevant, vooral wat de methode betreft. Begin jaren '80 keken zij hoe verschillende Europese landen streden tegen luchtvervuiling, en ter bescherming van het milieu. Hun analyse kreeg vorm door beleidsvoering voor te stellen als een kern, omringd door meerdere lagen. Elke laag moet worden afgepeld, tenminste als een overheid echt tot actie wilt komen. De metafoor van een te pellen ui laat zich raden. Diep in de kern zitten dan concrete doelen zoals minder ziekenhuizen die kampen met een acuut tekort aan mondmaskers in het Belgisch coronabeleid. Hun realisatie beukt meteen in op twee stevige, interne lagen. Afpellen van de eerste vergt evaluatieve criteria om het behalen van doelstellingen te meten, zoals het aandeel ziekenhuizen dat na overheidsinterventie vrij is van die facilitaire nood. De tweede laag is meer operationeel. En om die te strippen, zijn vooral keuzes nodig rond te gebruiken tools. Zorgen we als overheid bijvoorbeeld dat extra medisch materiaal ook in eigen land wordt geproduceerd? Lanceren we een oproep aan burgers om de bestaande voorraad niet verder te doen slinken? Of nemen we beide maatregelen tegelijk? Wat gekozen wordt, is cruciaal en bepaalt mee de substantie van een beleid. Maar actie rond dat beleid vergt meer, veel meer. En daarom kent de 'beleids-ui' nog twee extra lagen. De derde slaat op politiek en/of administratieve arrangementen die nodig zijn voor de beleidsuitvoering. Is er een werkgroep nodig die zich verder over die ene, en tegelijk misschien nog andere, facilitaire kwestie buigt? Heeft die genoeg geld en capaciteit om die klus te klaren? Want pas al zo'n zaken zijn beslist, kunnen de procedurele taken uit de vierde laag worden aangevat. Typisch is het uitschrijven van concrete regels rond supervisie en bijsturing die tijdens het werk van een expertengroep zullen gelden. Eenmaal alle lagen doorlopen en dus weg, verschijnt het uiteindelijke beleidsprogramma. En dan pas is de overheid klaar voor echte actie.De 'corona-ui' is door Belgische besturen al stevig in handen genomen. Aan elke laag is de voorbije weken gepeld. En daarbij vloeiden soms ook tranen bij betrokken beleidsactoren. Tranen van frustratie als burgers zich openlijk keren tegen maatregelen in hun eigen belang. Tranen van intens verdriet als het harde werk van velen toch niet het zwaarste leed bij sommigen vermeed. Tranen van onmacht door falende implementatie zijn er nog niet veel want de uitvoering van het coronabeleid komt nog maar op gang. Tranen van onmacht door falende implementatie zijn er her en der ook al, met mate. Want de uitvoering van het coronabeleid draait nog niet op volle toeren. Zeker niet nadat de Nationale Veiligheidsraad van 12 maart tal van nieuwe coronamaatregelen lanceerde. Net bij hun uitvoering zijn zo'n onmachtstranen vaak nog te mijden. En dit precies door als overheid van meet af aan rationeel op te treden, met maatregelen die volwaardig zijn uitgewerkt en begrijpelijk gecommuniceerd naar alle burgers toe. Kritieke tijden dus, en niet alleen voor wie al met het coronavirus is besmet. Ellen Wayenberg (PhD) is professor aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de Universiteit Gent. Ze is gespecialiseerd in publiek beleid en bestuur met een bijzondere aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie, multi-level governance en lokale besturen.