Veel jongeren staan ongeduldig te trappelen om de wereld te veroveren. Ze willen impact hebben en een zinvol bestaan opbouwen. Tegelijk zijn ze onzeker. Het lastige is dat betekenisvolle relaties ontwikkelen of je ergens in verdiepen veel tijd vraagt. Je kunt plannen maken, maar je ontdekt vooral via omwegen wat je kunt bijdragen. Dat inzicht heb ik na lange omzwervingen verkregen.
...

Veel jongeren staan ongeduldig te trappelen om de wereld te veroveren. Ze willen impact hebben en een zinvol bestaan opbouwen. Tegelijk zijn ze onzeker. Het lastige is dat betekenisvolle relaties ontwikkelen of je ergens in verdiepen veel tijd vraagt. Je kunt plannen maken, maar je ontdekt vooral via omwegen wat je kunt bijdragen. Dat inzicht heb ik na lange omzwervingen verkregen. Daarbij heeft ook George Eliot me geholpen. In haar roman Middlemarch (1872) beschrijft ze hoe mensen met vallen en opstaan hun aspiraties waarmaken. 'Het is nooit te laat om te worden wie je had kunnen zijn', noteert ze enigmatisch. Dat klinkt hoopgevend en veeleisend tegelijk. George Eliot (Mary Ann Evans, 1819-1880) verdiepte zich in filosofie, theologie en wetenschappen. Ze vertaalde Spinoza's Ethica uit het Latijn naar het Engels. In Middlemarch verwerkt ze spinozistische inzichten: mensen worstelen omdat ze zichzelf amper kennen, ze laten zich makkelijk door hun verbeelding of door oppervlakkige indrukken leiden, en ze overschatten hun eigen belangrijkheid. Daarmee staan ze hun eigen geluk in de weg. Neem de heldin, Dorothea Brooks. Ze is intelligent, rijk, jong, mooi. Wat kan er fout lopen? Wel, ze begrijpt haar eigen verlangens niet. Ze wil trouwen met de veel oudere dominee Casaubon. Hij doet zich voor als een wetenschappelijk genie, maar hij is een middelmatige, gefrustreerde, arrogante man. Dorothea denkt dat deze ijdele man haar liefheeft. Ze leest zijn verlovingsbrief en huilt van geluk. Maar die brief staat bol van vleierij en eigenwaan. Zo noemt Casaubon Dorothea superieur aan andere vrouwen. Hij bedoelt helaas dat zij zou uitblinken in onderdanigheid en zelfopoffering. Dorothea's nuchtere zus probeert haar voor deze afschuwelijke man te waarschuwen. Tevergeefs. Zo loopt het vaak: omstanders hebben een heldere kijk in jouw situatie, zij bespeuren motieven die je zelf niet kunt zien. Om zelfinzicht te hebben, moet je je eigen vooroordelen begrijpen en hoe die samenhangen met je verlangens, je opvoeding, de context. De beminnelijke Dorothea loopt dus in een gevaarlijke val. Vooraleer ze de liefde echt leert kennen, wordt ze tot het uiterste getest. Wat Dorothea's lot bemoeilijkt, is dat de meeste mensen om haar heen zich gedragen alsof zijzelf het centrum van de schepping zijn. Ze beoordelen de wereld vanuit hun eigen verlangens. Ze keuren goed wat voor hen toevallig ook nuttig is, ze veroordelen wat hun slecht uitkomt. Spinoza's remedie voor die menselijke misvatting is dat je jezelf en je omgeving af en toe vanuit het gezichtspunt van de eeuwigheid bekijkt, ' sub specie aeternitatis'. Zo neem je afstand van je kortzichtige, ik-gerichte perspectief. Eliot noteert het poëtischer: 'Als we het hele menselijke leven scherp zouden kunnen zien en horen, zou het zijn of we het gras konden horen groeien en het hartje van de eekhoorn horen kloppen, en zouden we sterven aan het gebrul aan gene zijde van de stilte. Zoals het is, lopen de snelsten van ons rond, waggelend met domheid.' Dorothea is een ambitieus personage; ook zij wil impact, hervormingen, verbeteringen. Tijdens haar leven verwezenlijkt ze veel. Maar ze wordt geen illustere vrouw. Is ze dan geworden wie ze had kunnen zijn? Eliot aarzelt niet en spreekt de lezer aan het einde van de roman trefzeker toe: 'Maar het effect van Dorothea's bestaan op de mensen om haar heen was van onmetelijke omvang. Want als het goede in de wereld toeneemt, hangt dit deels af van onhistorische daden; en dat het met jou en mij niet zo slecht is gesteld als het had kunnen zijn, is voor de helft te danken aan mensen die trouw een verborgen leven leiden, en in onbezochte graven rusten.' Ik hoef maar even naar Eliots stem te luisteren om te weten dat ze gelijk heeft.