Bij het begin van het nieuwe jaar prijkt Eric Wittouck met een vermogen van 10,8 miljard euro nog altijd boven aan de ranglijst van de meest gefortuneerde landgenoten die Ludwig Verduyn op zijn website De Rijkste Belgen minutieus bijhoudt. Hij wordt op de voet gevolgd door Alexandre Van Damme (10,5 miljard euro). Net als de meesten in de top 10 konden zij voortbouwen op een aanzienlijk familiefortuin. Wittoucks grootvader legde aan het eind van de 19e eeuw met de Tiense Suikerraffinaderij de basis voor de Belgische suikerindustrie. Die van Van Damme runde brouwerij Piedboeuf in Jupille. Na fusies en overnames is zijn kleinzoon Alexandre vandaag bestuurder en hoofdaandeelhouder van de grootste brouwerij ter wereld, AB Inbev.
...

Bij het begin van het nieuwe jaar prijkt Eric Wittouck met een vermogen van 10,8 miljard euro nog altijd boven aan de ranglijst van de meest gefortuneerde landgenoten die Ludwig Verduyn op zijn website De Rijkste Belgen minutieus bijhoudt. Hij wordt op de voet gevolgd door Alexandre Van Damme (10,5 miljard euro). Net als de meesten in de top 10 konden zij voortbouwen op een aanzienlijk familiefortuin. Wittoucks grootvader legde aan het eind van de 19e eeuw met de Tiense Suikerraffinaderij de basis voor de Belgische suikerindustrie. Die van Van Damme runde brouwerij Piedboeuf in Jupille. Na fusies en overnames is zijn kleinzoon Alexandre vandaag bestuurder en hoofdaandeelhouder van de grootste brouwerij ter wereld, AB Inbev. Zulke 'oude miljardairs' houden goed stand in het lijstje met rijkste Belgen, maar de 'nieuwe rijken' zijn in opmars. Het gaat om selfmade men - ja, het zijn zo goed als altijd mannen - die geen familiefortuin erfden, maar alles aan zichzelf te danken hebben, zoals Katoen Natie-baas Fernand Huts (2,7 miljard euro) of Marc Coucke (1 miljard euro), de oprichter van Omega Pharma. Er is alvast één opmerkelijk verschil tussen de 'oude' en de 'nieuwe rijken'. Families als Wittouck en Van Damme huldigen nog altijd het principe ' pour vivre heureux vivons cachés': ze hebben het liefst dat er niets over hen wordt geschreven. Van Wittouck circuleren maar enkele foto's. Daarop troont zijn Japanse echtgenote Mayu Amano hem mee naar een high-society-evenement in zijn woonplaats Monaco, waar zij zaakvoerster is van High Life Monaco, een evenementenbureau voor liefdadigheidsdoelen. Ook van Van Damme zijn er maar enkele beelden. Op een ervan zit hij ineengedoken op de tribune van RSC Anderlecht, andere tonen hem op zijn sportfiets tijdens de Cyclotour du Léman in het Zwitserse Lausanne, nabij zijn villa in Chéserex. Groot is het verschil met iemand als Marc Coucke, die zich graag laat interviewen, deelneemt aan televisieprogramma's en daarbij zelfs ongevraagd een polonaise inzet. Ook Huts zoekt graag de belangstelling op. Zo poseerde hij gewillig voor de Antwerpse Boerentoren, die hij in 2020 kocht. Eveneens opvallend: terwijl Wittouck en Van Damme door de koning tot baron werden benoemd, dragen Huts en Coucke geen adellijke titel. Om de rijkdom van deze landgenoten even in een ruimer perspectief te plaatsen: de rijkste man ter wereld is momenteel Elon Musk, met zijn vermogen van 216 miljard euro. De oprichter van autofabrikant Tesla schuwt de publiciteit niet. Integendeel, hij is zeer actief op Twitter, waar hij bitcoin aanprijst en reclame maakt voor de ruimtereizen van zijn bedrijf SpaceX. Hij werd zowel door de zakenkrant Financial Times als het weekblad Time net verkozen tot persoon van het jaar. Het grootste deel van het fortuin van de rijkste Belgen zit meestal in hun ondernemingen. Bij Huts is dat Katoen Natie, bij Van Damme AB Inbev en ondertussen ook sauzenreus Kraft Heinz en hamburgerketen Burger King. Het gaat om papiergeld, aandelen. Andere gefortuneerden verkochten hun onderneming en kregen grote bedragen op hun rekening gestort, dat ze vervolgens investeerden in andere bedrijven. Dat laatste is het geval bij Eric Wittouck. Hij verkocht Tiense Suiker in 1989 voor 945 miljoen euro aan het Duitse Südzucker, waarna hij dat geld investeerde in het Amerikaanse bedrijf Weight Watchers. Ludwig Verduyn noemt het 'enigszins cynisch' dat Wittouck geld dat hij verdiende met suikerproductie in een bedrijf heeft gestoken dat mensen aanzet om te vermageren. De transactie legde Wittouck in elk geval geen windeieren. Via zijn Luxemburgse holding Artal controleert hij zo'n 5,3 miljard euro aan beleggingen op Wall Street. Ook Marc Coucke haalde onmiskenbaar voordeel uit een verkoop. Hij liet in 2014 zijn bedrijf Omega Pharma voor 3,6 miljard euro over aan het Amerikaanse Perrigo. Er ontstond enige ophef toen duidelijk werd dat hij nauwelijks belastingen hoefde te betalen op de meerwaarde van de verkoop van zijn aandelen. 'Ik snap al de heisa,' reageerde Coucke, 'maar ik meen dat ik veel meer aan de Belgische staatskas zal bijdragen door te investeren in nieuwe bedrijven.' Na de verkoop stak Coucke via zijn investeringsvehikel Alychlo, vernoemd naar zijn dochters Alysée en Chloé, geld in een hele rist ondernemingen, zoals speculaasfabrikant Lotus Bakeries, groente- en fruitreus Greenyard, de Brusselse vastgoedpromotor Immobel, de Oostendse bouwgroep Versluys en allerhande farmabedrijven. Hij investeerde in de noodlijdende voetbalclub RSC Anderlecht en richtte vorig jaar Padelworld op, een onderneming waarmee hij in ons land 100 à 200 padelvelden uit de grond wil stampen. Het zijn maar enkele voorbeelden van zijn, althans volgens sommigen, 'wilde investeringsdrift'. De Tijd bracht eind vorig jaar een zestigtal familieholdings in kaart, die net als Coucke geld in de economie pompten. Volgens berekeningen van de zakenkrant herinvesteerden de ondernemersfamilies de afgelopen tien jaar 8,5 miljard euro. Daarbij zijn grofweg twee soorten familieholdings te onderscheiden. Enerzijds zijn er de historische eigenaars van grote bedrijven, die de dividenden die ze jaarlijks opstrijken in andere ondernemingen steken. Anderzijds heb je de familieholdings van ondernemers die hun kroonjuwelen van de hand deden en dat geld naar de economie laten terugstromen door in andere bedrijven te stappen. Een voorbeeld van die eerste groep is de holding Verlinvest van de familie Werner de Spoelberch, aandeelhouder van AB Inbev, die met een vermogen van 6,8 miljard euro op de derde plaats staat in de Rijkste Belgen-lijst. Bij Verlinvest werken meer dan 30 mensen om dat geld zo goed mogelijk te laten renderen. De holding investeerde in uiteenlopende ondernemingen, zoals het chocoladebedrijf Tony's Chocolonely, het modemerk G-Star en de drankengroep Rémy Cointreau. Verlinvest is zeer actief in India, waar het onder meer aandeelhouder is van het techbedrijf Byju's, dat momenteel gewaardeerd wordt op 18 miljard dollar (16 miljard euro) en in de gespecialiseerde pers omschreven wordt als 'een goudklomp'. En dan zijn er de ondernemers die hun bedrijf verkochten en met dat kapitaal in andere bedrijven investeerden, zoals Filip Balcaen (1,3 miljard euro), die rijk werd met de verkoop van tapijtfabrikant Balta en vinylbedrijf IVC. Met zijn investeringsholding Baltisse investeert hij graag in vastgoed. Zo is hij eigenaar van de IBM-toren aan de Brusselse Kruidtuinlaan. De 'Vlaamse luierkoning' Bart Vanmalderen (1,5 miljard euro) investeerde het geld dat hij verdiende met de verkoop van zijn bedrijf Ontex via zijn familieholding VM Invest in Drylock Technologies, een producent van ultradunne luiers, en in de beursgenoteerde vastgoedontwikkelaar VGP van de familie Van Geet, die met een fortuin van 1,8 miljard euro ook bij de twintig rijkste Belgen behoort. Rijke ondernemers helpen met hun fortuin dus andere ondernemers groeien, innoveren en meerwaarde creëren. Dat is goed voor de werkgelegenheid, de welvaart en de staatskas. En als de zaken goed gaan, levert dat natuurlijk ook winst op voor henzelf. Een vrij recente trend is dat nieuwe rijken almaar vaker de handen in elkaar slaan en samen fondsen oprichten. Een ervan is Fund+, een geesteskind van Désiré Collen. De Leuvense hoogleraar vergaarde een fortuin als ontdekker van t-PA, een geneesmiddel dat bloedklonters oplost en hartinfarcten en beroerten bestrijdt. Zijn vermogen wordt op 'slechts' 43 miljoen euro geraamd. Om toch voldoende financiële slagkracht te hebben om te investeren in biotechbedrijven, ging hij op zoek naar geld. Dat vond hij bij ondernemers als ex-Voka-voorzitter Urbain Vandeurzen en Vic Swerts, die ook op de Rijkste Belgen-lijst prijken. Aan het fortuin van Swerts (660 miljoen euro) hangt een boeiend verhaal vast. Swerts bezit nog altijd het bedrijf Soudal, bekend van siliconen, lijmen en andere producten voor de bouwsector. 'Ik wil, tot eer en glorie van de familie, Soudal laten uitgroeien tot een Bekaert of een Solvay', zei hij ooit in Knack. 'Ik zou een familiale stichting willen oprichten zodat het bedrijf meerdere generaties in de familie blijft.' Swerts is ook aandeelhouder van entertainmentgroep Studio 100 van Gert Verhulst en Hans Bourlon (gezamenlijk goed voor 241 miljoen euro), waarvoor hij scheep ging met 3D Investors. Dat is de holding van Frank Donck (92 miljoen euro), ooit eigenaar van de nummer een in de Belgische zuivelindustrie, Comelco. Het is maar een van de vele samenwerkingen die Swerts is aangegaan met andere rijken. Met het geld dat hij naar eigen zeggen 'te veel heeft', stapte hij al in meerdere fondsen. Zo zit hij niet alleen in Fund+ van Collen maar ook in het CE Family Fund van de familie Moorkens (ex-invoerder van voornamelijk Japanse en Aziatische wagens: 120 miljoen euro) en Geert Noels (vermogensbeheerder Econopolis), dat durfkapitaal geeft aan Belgische niet-beursgenoteerde familiebedrijven. Alles samen zijn volgens Swerts zijn investeringen in fondsen goed voor 50 miljoen euro. 'Tussen haakjes, in een van die fondsen was onze inleg al na een jaar terugverdiend', bekende Swerts ooit aan ons zusterblad Trends. Swerts stopte bijvoorbeeld ook geld in Smile Invest, een fonds dat werd opgericht door Urbain Vandeurzen (421 miljoen euro). Het verhaal van Vandeurzen is illustratief voor heel wat 'nieuwe rijken'. Hij was de belangrijkste aandeelhouder van LMS, dat ooit begon als een spin-off van de KU Leuven die testsystemen en simulatiesoftware voor het ontwerpen van auto's, vliegtuigen en machines vervaardigde. In 2012 rinkelde de kassa: LMS werd voor 700 miljoen euro verkocht aan het Duitse technologieconcern Siemens. Vandeurzen wilde zijn vermogen gespreid investeren en kwam tot de conclusie dat hij dat beter kon doen als hij over meer kapitaal beschikte. Daarom richtte hij Smile Invest op, waarin naast Swerts onder anderen ook Jan Toye (holding Diepensteyn en ex-hoofdaandeelhouder van brouwerij Palm: 231 miljoen euro) en Noël Essers (oprichter transportbedrijf H.Essers: 263 miljoen euro) stapten. Smile Invest investeerde al in een verwarmingsspecialist, een IT-groep en een specialist in medisch materiaal. 'Weet je trouwens waar Smile voor staat?' vroeg Vandeurzen ooit aan Knack. ' Smart money for innovation leaders. Maar Smile drukt ook uit dat het plezant moet blijven. Investeren in beloftevolle bedrijven is een fantastische stiel. Ten eerste help je bedrijven groeien en sterk worden. Ten tweede is het een goede investering van je familievermogen. Ten derde draag je bij tot de welvaart van deze regio. En ten vierde kun je dat doen samen met je vrienden en collega's uit de Vlaamse ondernemerswereld. Bestaat er iets plezanters?' Het mag duidelijk zijn: het geld van vermogenden werkt als een soort vliegwiel. Het wordt ingezet om andere bedrijven naar een hoger niveau te tillen. Het is geen vorm van liefdadigheid, want het moet opbrengen, en het liefst meer dan wat een private banker kan bieden. Bovendien zorgt het voor een betere netwerking - steeds meer rijken vinden elkaar. Raakten gefortuneerde families vroeger in elkaar verstrengeld via huwelijken, dan gebeurt dat vandaag almaar meer via gemeenschappelijke financiële belangen. De rijken investeren niet alleen in andere bedrijven, ze zijn ook tuk op vastgoed. Zo bezit Marc Coucke grote delen van het Ardense stadje Durbuy. Nog straffer is wat de familie Cigrang realiseerde. De nauwelijks bekende Antwerpse familie zit achter de rederij Cobelfret en heeft een vermogen van 1,4 miljard euro. Ze is ook aandeelhouder van Bank Degroof Petercam, bouwmaterialengroep Etex en enkele modebedrijven, waaronder A.F.Vandevorst en Christian Wijnants. Maar het meest tot de verbeelding spreekt hun aankoop van het eiland Espalmador in de Spaanse Balearen, waarvoor de Cigrangs in 2018 18 miljoen euro betaalden. Het paradijselijke eiland is 3 kilometer lang en 800 meter breed - goed voor 137 hectare - en is beschermd natuurgebied. Er staan twee huizen, een kapel en een vuurtoren. Onder meer de Britse prins William, zijn echtgenote Kate Middleton en societyster Paris Hilton verbleven er ooit. De rijkste Belgen investeren ook graag in wijngaarden. Urbain Vandeurzen produceert wijn in Linden, nabij Lubbeek, anderen kochten een wijndomein in Frankrijk. De havenfamilie Van de Vyvere (650 miljoen euro) telde minstens 25 miljoen euro neer voor het bekende wijndomein Château Phélan Ségur in het Franse Saint-Estèphe. De textielfamilie Sioen (516 miljoen euro) bezit het wijnkasteel Château La Marzelle in Saint-Émilion, bij Bordeaux. De hoofdvogel werd afgeschoten door de familie Frère. Stamvader Albert Frère werd in de vorige eeuw steevast omschreven als 'de rijkste Belg' en gaf, zoals het toen hoorde, zo goed als nooit interviews. Samen met de Fransman Bernard Arnault, eigenaar van luxegroep LVMH, telde hij in 1998 800 miljoen euro neer voor het prestigieuze wijndomein Cheval Blanc. Frère stierf in 2018. Zijn fortuin werd verdeeld onder zijn twee kinderen, Gérald en Ségolène, elk goed voor een vermogen van 3,5 miljard euro en de nummers vier en vijf in de Rijkste Belgen-lijst. Cheval Blanc is een van de weinige activa die ze nog samen bezitten. Vergis u niet, een wijndomein is voor de rijken een onderneming zoals een andere. 'Een wijnkasteel is net zo goed een bedrijf, waar de productie, de logistiek, de human resources en de cijfers moeten kloppen', verklaarde Jean-Charles Joris, de telg van de familie Sioen die het wijndomein Château La Marzelle leidt, aan Trends. 'Maar een fabriek kun je in enkele weken of maanden bouwen, met een chateau gaat dat niet. Wijn vergt dieptewerk en veel geduld. Het is een werk van decennia.' En dan is er natuurlijk kunst. Zo goed als alle rijken investeren in kunstobjecten, maar meestal krijgt het publiek er niets van te zien. Al zijn er uitzonderingen. Zo stelde Hans Bourlon (Studio 100) al werk van Vlaamse kunstenaars als Rik Wouters, Emile Claus, Gustave De Smet, Constant Permeke en James Ensor tentoon in de Heilige Geestkapel in Mechelen. Marc Coucke bezit een 500-tal kunstwerken, waarvan 300 van de avant-gardekunstenaar Marcel Duchamp. Een deel ervan presenteert hij in de Deweer Art Gallery in het West-Vlaamse Otegem. In 'zijn' Durbuy wil hij een museum voor moderne kunst bouwen om zijn collectie een definitievere plek te geven. De bekendste gefortuneerde kunstverzamelaar is Fernand Huts. Samen met zijn echtgenote Karine Van den Heuvel bezit hij een indrukwekkende collectie, gaande van kunst uit de Zuidelijke Nederlanden van de middeleeuwen tot de barok, over archeologisch textiel en kant, tot CoBrA en hedendaagse kunst. Alles werd ondergebracht in The Phoebus Foundation, die is gevestigd op het Kanaaleiland Jersey, een belastingparadijs. Huts, die officieel in het Britse Kent woont, zegt dat de stichting 'niet zozeer om fiscale redenen' op Jersey werd ondergebracht, 'maar vooral omdat de Angelsaksische stichtingen geen staatsstructuren zijn. De traditie van private stichtingen die kunst verzamelen en beheren is daar veel sterker verankerd'. Huts heeft de voorbije jaren delen van zijn kunstverzameling aan het publiek getoond. Op dit moment loopt een tentoonstelling met werk van de 17e-eeuwse schilder Jacob Jordaens in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Huts kocht twee jaar geleden de iconische Boerentoren in Antwerpen en wil hem omvormen tot een 'cultuurtoren', waar onder meer een deel van zijn collectie te zien zal zijn. Daarmee treedt hij in de voetsporen van puissant rijke ondernemers zoals Bernard Arnault en François Pinault, die in Parijs respectievelijk de Fondation Louis Vuitton en de Bourse de Commerce oprichtten. Enkele jaren geleden zei Huts dat hij jaarlijks 8 miljoen euro in kunst investeerde, evenveel als wat de Vlaamse regering toen uitgaf aan 21 musea. 'Ik doe het omdat ik cultuur ontzettend belangrijk vind', aldus Huts. 'Elke beslissing in mijn leven steunt op geschiedenis en cultuur. In mijn ogen is iedere beslissing van een entrepreneur de ontmoeting tussen verleden en toekomst. Je moet dus je verleden en de cultuur koesteren. Maar de middelen die de cultuursector van de overheid krijgt, worden steeds kleiner. Daar wil ik iets aan doen.' Het is zijn manier om te doen wat ze 'in het Engels giving back to society noemen', vindt Huts. Veel rijke Belgen proberen op een andere manier iets terug te geven aan de samenleving. Ze beginnen dan een stichting voor een of ander goed doel, niet zelden na een confrontatie met het noodlot. Nadat zijn jongste zoon in 1999 was omgekomen bij een verkeersongeval, richtte Albert Frère de Fondation Charles-Albert Frère op, die kinderen met een fysieke, sociale of mentale handicap helpt. Een ander voorbeeld is Jean-Pierre Berghmans, lid van de discrete Waalse familie achter Lhoist, de grootste fabrikant van kalk en dolomiet (bijna 3 miljard euro). Baron Berghmans werd het slachtoffer van een jachtongeval, waarbij zijn voet zwaar werd toegetakeld. Na een succesvolle operatie doneerde hij als dank jarenlang elk jaar 63.000 euro aan de leerstoel Berghmans-Dereymaeker, waarmee aan de KU Leuven onderzoek werd verricht naar het functioneren van de enkel. Ook Luc Verelst (114 miljoen euro), ooit eigenaar van de gelijknamige bouwfirma, stak geld in wetenschappelijke research. Nadat bij zijn zus kanker was vastgesteld, lanceerde hij het Antikankerfonds, dat onderzoek naar kankerbehandelingen steunt. Onder de geldschieters vinden we Alexandre Van Damme en Filip Balcaen terug. Intussen richtte Verelst ook het fonds Droia op, dat de zoektocht naar medicijnen tegen genetische en vaak zeldzame ziektes financiert. Onder anderen Marc Coucke en Urbain Vandeurzen investeren in dat fonds. Ook Vandeurzen zelf richtte enkele fondsen op. Hij verloor zijn moeder aan alzheimer en zijn schoonzoon, journalist Peter Vandeborne, aan kanker. Vandeurzen putte uit zijn eigen fortuin en verzamelde geld bij andere ondernemers om aan het UZ Leuven een superlab te financieren, dat onderzoek doet naar 'aandoeningen met een grote maatschappelijke impact', zoals kanker en hersenaandoeningen, waaronder de ziekte van Alzheimer. Het zijn maar enkele voorbeelden van wat we elders eerder hebben gezien. Denk maar aan de Bill & Melinda Gates Foundation, de grootste particuliere stichting ter wereld. Zij werd in het leven geroepen door Bill Gates, medeoprichter van computergigant Microsoft. Recent trok de stichting miljarden uit om vaccins te ontwikkelen tegen corona. Vanzelfsprekend valt het toe te juichen dat superrijke landgenoten een deel van hun fortuin besteden aan cultuur en goede doelen, maar tegelijk wringt het. Wat als ze onmisbaar worden? Wat als kunst en wetenschappelijk onderzoek financieel al te zeer afhankelijk worden van gefortuneerde weldoeners? Het roept natuurlijk ook de vraag op of onze overheden op die terreinen wel voldoende doen met belastinggeld. Eén ding is zeker: het is alvast beter dat gefortuneerden hun geld daaraan besteden, dan dat ze het uitgeven aan een nóg groter jacht aan de Côte d'Azur, waarvoor bovendien een ingewikkelde fiscale constructie via Malta wordt opgezet om de fiscus te slim af te zijn. Want daar hebben alleen zij iets aan.