Ben ik een ouderwets mannetje dat vijftig jaar te laat geboren is? Heel soms vraag ik me dat wel eens af, bijvoorbeeld toen ik even geleden Hedonia van Kees van Kooten las. Het is een boekje uit 1984 dat zich makkelijk laat samenvatten: Van Kootens vrouw, Barbara, mag naar New York voor een interview met Woody Allen, en haar man is ervan overtuigd dat ze verliefd zal worden op de filmmaker en hij in Nederland alleen met de kinderen zal achterblijven. Van Kooten schrijft ook erg geestig over de dingen waar hij als kind mee lachte. Wann...

Ben ik een ouderwets mannetje dat vijftig jaar te laat geboren is? Heel soms vraag ik me dat wel eens af, bijvoorbeeld toen ik even geleden Hedonia van Kees van Kooten las. Het is een boekje uit 1984 dat zich makkelijk laat samenvatten: Van Kootens vrouw, Barbara, mag naar New York voor een interview met Woody Allen, en haar man is ervan overtuigd dat ze verliefd zal worden op de filmmaker en hij in Nederland alleen met de kinderen zal achterblijven. Van Kooten schrijft ook erg geestig over de dingen waar hij als kind mee lachte. Wanneer hij ergens in het boek een scène navertelt waarbij hijzelf en Wim de Bie mogen samenwerken met Wim Kan, wordt het zelfs ontroerend. Kees van Kooten heeft een groot talent voor bewonderen, en Kan verdient het natuurlijk ook. Ik moet nog altijd grinniken om zijn oudejaarsconferences uit de jaren zeventig. Ik geloof dat ik ook wel zo'n beetje de enige ben die er af en toe nog eens naar kijkt. Niet dat er vandaag geen geestige dingen worden gemaakt. Michelle Wolf presenteert sinds kort wekelijks een eigen programma voor Netflix. Ze raakte hier bekend toen ze tijdens het White House Correspondents' Dinner Sarah Huckabee Sanders uitlachte terwijl die woordvoerster van Donald Trump anderhalve meter verderop zat. Dat was al grappig, en het niveau dat ze elke week haalt, is jaloersmakend. Het schrijversteam dat ze heeft ook, natuurlijk. Maar ik kom toch vaak terug bij mensen uit de tijd van Kan: Wim Sonneveld, Annie Schmidt, Toon Hermans soms zelfs. Het geestigste cabaret dat ik dit seizoen zag, was Freek de Jonge die oud materiaal van Neerlands Hoop speelde. Waarom? Het gaat telkens, denk ik, om het verschil tussen Jeroom en Peter van Straaten. Ik heb nooit goed begrepen wat er na zovele jaren nog geestig blijft aan Jeroom. Nog altijd maakt hij dezelfde cynische cartoons: zijn onschuldig ogende figuurtjes vechten, roepen, schelden, neuken en bedriegen elkaar. Als tiener moest ik daar ontzettend hard om lachen, nu is dat doodvervelend. In de tekeningen van Peter van Straaten praten mensen zichzelf met één subtiel zinnetje de dieperik in. Iemand die in bed zelfs maar één verkeerd woord zegt tegen zijn liefje, tegen zijn vrouw waar hij al veertig mee is getrouwd of tegen het meisje dat hij op café probeert te versieren. De gevolgen zijn desastreus en soms al af te lezen op iemands gezicht, bij Jeroom is er van gevolgen geen sprake. Micha Wertheim, de slimste komiek van zijn generatie, vraagt zich sinds kort op De Correspondent af waarom de rol van satire uitgewerkt lijkt te zijn. Als echt alles gezegd kan worden, is het niet meer de moeite om nog te luisteren.