De voorbije week werd ik, als jonge strafrechtadvocaat, met verstomming geslagen: uit een recent rapport van het Controleorgaan op de Politionele Informatie ('COC') bleek dat in de politiezone Erpe-Mere/Lede agenten al minstens een jaar lang stiekem hadden meegeluisterd naar het vertrouwelijk overleg tussen advocaten en hun cliënten. Advocaten die voorafgaand of tijdens het verhoor met hun cliënt wilden overleggen kregen een lokaal toegewezen waarin een camera met microfoon onafgebroken alles registreerde. Het is evident dat deze politiepraktijk een flagrante aantasting betekent van de basisbeginselen van ons rechtssysteem; er staan zelfs gevangenisstraffen op.

Wanneer advocaten stiekem worden afgeluisterd: indignez-vous!

Mijn ontsteltenis werd echter des te groter toen ik merkte hoe weinig verontwaardiging deze schokkende ontdekking wist te ontlokken aan pers en publieke opinie: een paar kleine krantenartikelen, geen enkele voorpagina en meteen oud nieuws. Ook het COC zelf leek deze onthulling meteen met de mantel der liefde toe te dekken door te stellen dat de inbreuk "niet wetens en willens" gebeurd zou zijn. Nochtans werd de afgeluisterde informatie kennelijk wel degelijk gebruikt: het was een verdachte die de kat de bel aanbond nadat hij tijdens zijn verhoor moest vaststellen dat de ondervragers op de hoogte waren van zaken die zij enkel konden weten indien zij het vertrouwelijk overleg met zijn advocaat hadden afgeluisterd.

"Is dat dan zo erg?", hoor ik u denken. Heiligt het doel van de misdaadbestrijding niet de middelen? Ik weet het, strafrechtadvocatuur schurkt, vanwege haar aard, onvermijdelijk aan tegen de schaduwzijde van onze maatschappij. Het gaat over gedragingen die wij als samenleving onwenselijk en vaak zelfs onaanvaardbaar vinden en over mensen die niet altijd 'schone handen' hebben. Dat zijn feiten. Maar waar het mij koud om het hart van wordt, is de vaststelling dat de quasi kritiekloze aanvaarding van deze feiten een vrijbrief dreigt te worden voor om het even welke politionele tussenkomst, zelfs al is die illegaal.

Treffend op dit vlak is dat de Belgische rechtbanken, in toepassing van de zogenaamde Antigoonleer, in steeds verregaandere mate onrechtmatig verkregen bewijs gebruiken als basis voor een strafrechtelijke veroordeling. Zo stelde, in april 2021, het Grondwettelijk Hof voor de tweede keer vast dat de Belgische wetgever zich al jaren niet houdt aan fundamentele procedurele regels in verband met dataretentie. De Belgische wetgeving daarover werd ongrondwettelijk bevonden maar in dezelfde adem gaf het Hof mee dat al dat onregelmatig verzameld bewijs dankzij de Antigoonleer toch nog probleemloos gebruikt kan worden in strafprocedures. Op zo'n ogenblik kan ik mij slechts afvragen of de strafprocedure nog meer is dan wat verstrooiende "muzak" terwijl wij als samenleving loodrecht naar beneden sjezen.

U leest hierin misschien de klaagzang van een procedurepleiter, en dat is het ook. Maar voor mij is procedure geen scheldwoord. Procedure is een beetje zoals privacy: mensen die niets te verbergen hebben, zijn ten onrechte geneigd er nogal losjes mee om te springen. Wanneer alles goed gaat en het systeem van de rechtsstaat naar behoren werkt, lijken zowel procedure als privacy het schild waarmee louche achterkamertjesfiguren staan te zwaaien in de hoop zich ergens aan te onttrekken. Zo eenvoudig is het evenwel niet. Uit de talrijke mensenrechtendossiers met betrekking tot Turkije die ik de afgelopen jaren heb behandeld, heb ik geleerd dat deze premisse van een goed werkende rechtsstaat veel minder evident is dan wij graag geloven. Vandaag kijkt niemand in Turkije nog op wanneer advocaten, rechters of procureurs worden aangehouden omdat zij gewetensvol hun job doen. Ook die situatie is echter ooit klein begonnen met, bijvoorbeeld, het inperken van het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt. Toen daarop geen echte reactie of sanctie volgde maar, integendeel, een stilzwijgen zonder publieke verontwaardiging, werden de grenzen steeds verder verlegd. Wat begint met het aftasten van de wet, eindigt in wetteloosheid.

Het respect voor onze procedureregels is cruciaal omdat het een ijsbijl is die belet dat de maatschappij afglijdt naar een situatie waarin niemand nog kan rekenen op de bescherming van de wet. Die bescherming is de grondvoorwaarde voor ons samenleven, de dampkring rond ons menselijk ecosysteem. Wanneer u in de toekomst dus nog iets dergelijks leest of hoort of ziet: indignez-vous!

Johan Heymans is vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten, gespecialiseerd in strafrecht en mensenrechten; en lid van de Vrijdaggroep.

De voorbije week werd ik, als jonge strafrechtadvocaat, met verstomming geslagen: uit een recent rapport van het Controleorgaan op de Politionele Informatie ('COC') bleek dat in de politiezone Erpe-Mere/Lede agenten al minstens een jaar lang stiekem hadden meegeluisterd naar het vertrouwelijk overleg tussen advocaten en hun cliënten. Advocaten die voorafgaand of tijdens het verhoor met hun cliënt wilden overleggen kregen een lokaal toegewezen waarin een camera met microfoon onafgebroken alles registreerde. Het is evident dat deze politiepraktijk een flagrante aantasting betekent van de basisbeginselen van ons rechtssysteem; er staan zelfs gevangenisstraffen op. Mijn ontsteltenis werd echter des te groter toen ik merkte hoe weinig verontwaardiging deze schokkende ontdekking wist te ontlokken aan pers en publieke opinie: een paar kleine krantenartikelen, geen enkele voorpagina en meteen oud nieuws. Ook het COC zelf leek deze onthulling meteen met de mantel der liefde toe te dekken door te stellen dat de inbreuk "niet wetens en willens" gebeurd zou zijn. Nochtans werd de afgeluisterde informatie kennelijk wel degelijk gebruikt: het was een verdachte die de kat de bel aanbond nadat hij tijdens zijn verhoor moest vaststellen dat de ondervragers op de hoogte waren van zaken die zij enkel konden weten indien zij het vertrouwelijk overleg met zijn advocaat hadden afgeluisterd."Is dat dan zo erg?", hoor ik u denken. Heiligt het doel van de misdaadbestrijding niet de middelen? Ik weet het, strafrechtadvocatuur schurkt, vanwege haar aard, onvermijdelijk aan tegen de schaduwzijde van onze maatschappij. Het gaat over gedragingen die wij als samenleving onwenselijk en vaak zelfs onaanvaardbaar vinden en over mensen die niet altijd 'schone handen' hebben. Dat zijn feiten. Maar waar het mij koud om het hart van wordt, is de vaststelling dat de quasi kritiekloze aanvaarding van deze feiten een vrijbrief dreigt te worden voor om het even welke politionele tussenkomst, zelfs al is die illegaal. Treffend op dit vlak is dat de Belgische rechtbanken, in toepassing van de zogenaamde Antigoonleer, in steeds verregaandere mate onrechtmatig verkregen bewijs gebruiken als basis voor een strafrechtelijke veroordeling. Zo stelde, in april 2021, het Grondwettelijk Hof voor de tweede keer vast dat de Belgische wetgever zich al jaren niet houdt aan fundamentele procedurele regels in verband met dataretentie. De Belgische wetgeving daarover werd ongrondwettelijk bevonden maar in dezelfde adem gaf het Hof mee dat al dat onregelmatig verzameld bewijs dankzij de Antigoonleer toch nog probleemloos gebruikt kan worden in strafprocedures. Op zo'n ogenblik kan ik mij slechts afvragen of de strafprocedure nog meer is dan wat verstrooiende "muzak" terwijl wij als samenleving loodrecht naar beneden sjezen. U leest hierin misschien de klaagzang van een procedurepleiter, en dat is het ook. Maar voor mij is procedure geen scheldwoord. Procedure is een beetje zoals privacy: mensen die niets te verbergen hebben, zijn ten onrechte geneigd er nogal losjes mee om te springen. Wanneer alles goed gaat en het systeem van de rechtsstaat naar behoren werkt, lijken zowel procedure als privacy het schild waarmee louche achterkamertjesfiguren staan te zwaaien in de hoop zich ergens aan te onttrekken. Zo eenvoudig is het evenwel niet. Uit de talrijke mensenrechtendossiers met betrekking tot Turkije die ik de afgelopen jaren heb behandeld, heb ik geleerd dat deze premisse van een goed werkende rechtsstaat veel minder evident is dan wij graag geloven. Vandaag kijkt niemand in Turkije nog op wanneer advocaten, rechters of procureurs worden aangehouden omdat zij gewetensvol hun job doen. Ook die situatie is echter ooit klein begonnen met, bijvoorbeeld, het inperken van het vertrouwelijk overleg tussen advocaat en cliënt. Toen daarop geen echte reactie of sanctie volgde maar, integendeel, een stilzwijgen zonder publieke verontwaardiging, werden de grenzen steeds verder verlegd. Wat begint met het aftasten van de wet, eindigt in wetteloosheid.Het respect voor onze procedureregels is cruciaal omdat het een ijsbijl is die belet dat de maatschappij afglijdt naar een situatie waarin niemand nog kan rekenen op de bescherming van de wet. Die bescherming is de grondvoorwaarde voor ons samenleven, de dampkring rond ons menselijk ecosysteem. Wanneer u in de toekomst dus nog iets dergelijks leest of hoort of ziet: indignez-vous! Johan Heymans is vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten, gespecialiseerd in strafrecht en mensenrechten; en lid van de Vrijdaggroep.