Walter Pauli over John Crombez: ‘De Rode Ridder werd een eenzame held’

John Crombez. Hij is een shakespeareaanse figuur: een veelbelovende leider die nederlaag na nederlaag leed. © IDAgency
Walter Pauli

Vorige week kondigde John Crombez zijn afscheid van de nationale politiek aan. Daarmee maakt de ex-voorzitter zelf een einde aan een loopbaan die zich afspeelde in een tijd waarin de SP.A vooral in de knoop lag met zichzelf.

Kort voor zijn 47e verjaardag kondigt John Crombez aan dat hij aan de Universiteit Gent een onderzoeksproject zal leiden ‘naar de nieuwe structuur van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid’. De politicus keert terug naar waar het voor hem begon: de Gentse faculteit economie. Hij behoorde er in de jaren negentig tot een groepje rond Rudi Vander Vennet, de Gentse hoogleraar economie die graag progressieve economen verzamelt – John Crombez, bijvoorbeeld, maar ook diens vriend Gert Peersman. Zo leert Crombez al als student socialisten kennen zoals Freddy Willockx en Frank Vandenbroucke. In de Wetstraat braken vanaf 1999 de paars-groene jaren aan. De SP veranderde haar naam in SP.A en koos voor een koers die aanleunde bij de ‘Derde Weg’ van de Britse premier Tony Blair. Voor een partij die niet meer afkerig stond tegenover de markt, het bedrijfsleven en zelfs het grote geld was Crombez een interessant ‘profiel’. De zakenkrant De Tijd schreef over ‘doctor-assistent’ John Crombez, de ‘directeur van het Ghent Finance Center, dat zich binnen de vakgroep financiële economie van de RUG toespitst op fundamenteel onderzoek over financiële markten’. Crombez was ook docent beleggingsleer aan de Hogeschool Gent en werkte even als consultant-manager voor KPMG.

Crombez, Gennez, Smet, Van Brempt, Vanvelthoven, Tobback en Van den Bossche: ze zouden de geschiedenis ingaan als de generatie van de lange messen.

In september 2003, toen de SP.A op het toppunt van haar macht stond – Steve Stevaert had de Kamerverkiezingen gewonnen met 24,9 procent van de stemmen – trad Crombez in dienst van het kabinet van vicepremier Johan Vande Lanotte. Hij werd er adviseur overheidsbedrijven, op het eerste gezicht een merkwaardige job voor een beursspecialist. In werkelijkheid was Crombez aangetrokken om de privatisering te begeleiden van BIAC, de uitbater van de luchthaven van Zaventem.

Crombez kweet zich voortreffelijk van zijn taak. De krant De Standaard wijdde achteraf een lovend artikel aan die operatie (‘Vande Lanotte geeft Vlaanderen lesje’). De krant wees op de rol van kabinetschef Jannie Haek en adviseur John Crombez, en stelde de lucratieve verkoop van BIAC tegenover de “krakkemikkige’ beursgang van de Vlaamse openbare investeringsmaatschappij GIMV. Volgens het economische weekblad Trends hielp de oude krokodil Etienne Davignon hen bij subtiele aanpassingen van ‘de vereisten die in het lastenkohier vervat zaten’. In 2004 kocht de Australische beursgenoteerde groep Macquarie Airports 70 procent van de BIAC-aandelen voor 735 miljoen euro, meer dan verwacht. Neofiet John Crombez bewoog zich toen al op het niveau van de héél grote spelers.

Teddybeer

Crombez werd een belangrijke pion in de plannen van Johan Vande Lanotte. In januari 2005 werd Jannie Haek de nieuwe ceo van de NMBS-Holding. Crombez volgde hem op als kabinetschef. Dat nieuws werd positief onthaald. Haek had zich als kabinetschef opgesteld als een keiharde machtsmens die binnen de regering zonder veel scrupules de belangen van zijn baas verdedigde en diens wensen erdoor duwde. In vergelijking met die onbehouwen draufgänger was het alsof Vande Lanotte met Crombez voor een vriendelijke teddybeer had gekozen, een hartelijke medewerker die weliswaar zijn dossiers kende maar ook oprechte belangstelling toonde voor mensen en hun problemen.

In feite was Vande Lanotte niet bezig met de reorganisatie van zijn kabinet, maar met het grand design van zijn partij. In januari 2005 stelde hij Crombez aan als de nieuwe kabinetschef. In mei nam Stevaert ontslag als SP.A-voorzitter om gouverneur van Limburg te worden. De buitenwereld was verrast, maar intern was dat vertrek natuurlijk goed voorbereid. Vande Lanotte volgde Stevaert op, Freya Van den Bossche werd de nieuwe SP.A-vicepremier, John Crombez bleef kabinetschef. De benoeming van Haek, diens vervanging door Crombez, het vertrek van Stevaert, de promotie van Van den Bossche en het nieuwe voorzitterschap van Vande Lanotte waren elementen in één grote rokade, waarbij Vande Lanotte de beschikbare SP.A-stukken zo goed mogelijk probeerde te positioneren op het bord. Hij was aan zet.

Het vertrek van Stevaert werd uitgelegd als een persoonlijke keuze. In werkelijkheid was de Limburgse wonderboy de grip aan het verliezen op een partij waarin de kopstukken een andere koers begonnen te varen. Frank Vandenbroucke had de voorzitter kort voordien in een open brief opgeroepen om een ernstiger sociaaleconomisch beleid te voeren. De meningsverschillen lagen op straat. De SP.A had in 2004 ook al erg onverwacht de Vlaamse verkiezingen verloren: er bleef ‘maar’ 19,66 procent van de kiezers over, de voorkeurstemmen van populaire kopstukken als ‘Steve’ en ‘Freya’ waren gekelderd. Vandaar dat Vande Lanotte de SP.A wilde organiseren als een machine. De ministers dienden praktische resultaten te boeken. Van de partij en vooral de parlementsleden werd verwacht dat ze de lijn van de voorzitter ondersteunden, en dat bij voorkeur in volstrekte stilte – dat herleidde de kans op dissonantie tot nul.

SP.A- roadshow 2008 Werkelijk ál deze figuren zijn nadien betrokken geraakt in onderlinge afrekeningen.
SP.A- roadshow 2008 Werkelijk ál deze figuren zijn nadien betrokken geraakt in onderlinge afrekeningen.© BelgaImage

Vande Lanotte liet de SP.A leiden door een netwerk van Jogan-getrouwen. Caroline Gennez, Freya Van den Bossche en John Crombez maakten er deel van uit. De woordvoerder van Vande Lanotte bleef Vivi Lombaerts – zij was Crombezs partner. Een goede huisvriendin daar was Caroline Gennez, ook een ex-cabinetard van Vande Lanotte. Enzovoort. De SP.A had amper nog aparte ideologische fracties of dissidente vleugels. In de plaats daarvan kwamen er groepen en kliekjes waarbij het persoonlijke en politieke doorgaans vervlochten waren. En ineens was er ook minder plaats voor socialisten uit Leuven of Limburg.

Hybris

In die constellatie werd John Crombez een invloedrijk figuur. Als de belangrijkste SP.A-kabinetschef van het land begon hij de partij mee te besturen. In de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2007 noemde Rik Van Cauwelaert Crombez in Knack een ‘aanstormend talent’ dat ‘bij alle besprekingen van de partijtop wordt betrokken’. In die dagen wijdde de krant De Morgen een lyrisch artikel aan de ‘perfect afgestelde communicatiemachine’ die het SP.A-hoofdkwartier zou zijn. De partij deed een beroep op de Mortierbrigade, maar het bekende communicatiebureau van Jens Mortier mocht zich hoogstens inlaten met de look-and-feel van de campagne. SP.A-kaderleden en kabinetsmedewerkers met ‘John Crombez als chef de file’ bepaalden alles. Terwijl de professionele reclameboys erbij stonden, beslisten zij zowel over de inhoud als over ‘de slogans, de pins, de affiches, de internetfilmpjes en de Ja!-man’ (de slogan van de SP.A was ‘Ja!’, nvdr). Kortom, zo jubelde de journalist: het ‘socialistische propaganda-apparaat is een niet te stoppen machine’.

Het was pure hybris. De kiezer zei niet ‘ja’ maar ‘nee’, SP.A-Spirit viel verder terug tot 16,3 procent van de stemmen. De groep rond Crombez had het eigen kunnen veel te hoog ingeschat. Voor de SP.A wenkte de oppositie, Vande Lanotte zelf nam ontslag. Omdat Freya Van den Bossche het aanbod afsloeg, werd Caroline Gennez de nieuwe voorzitter. Haar voornaamste luitenant werd John Crombez. Hij werkte voortaan als fractiesecretaris in de Kamer, maar functioneerde tegelijk als de kabinetschef van de voorzitter. Hij werd ook klaargestoomd voor de actieve politiek. In 2008 mocht hij mee op het podium van een SP.A-roadshow: naast Gennez stonden daar Peter Vanvelthoven, Bruno Tobback, Kathleen Van Brempt, Freya Van den Bossche, Pascal Smet en dus ook John Crombez. Zij werden gepresenteerd als de gezichten van het nieuwe socialisme, maar ze zouden de geschiedenis ingaan als de generatie van de lange messen. Alle – álle – figuren van die roadshow zijn nadien betrokken geraakt in onderlinge afrekeningen.

De vijandelijkheden begonnen meteen na de (alweer slechte) Vlaamse verkiezingen van 2009. Caroline Gennez voerde dramatische wissels door. Van Brempt en Vanvelthoven, twee van de jonge leiders van de roadshow van één jaar eerder, werden gedumpt als Vlaams minister. Geen van beiden had die degradatie zien aankomen. Met politiek als zodanig had dat weinig te maken. Elke belangrijke SP.A’er was in die dagen maar beter groen in plaats van donkerrood, had enige sympathie voor werkgevers en hipsters enzovoort. Ministers werden voortaan benoemd of afgeserveerd op basis van persoonlijke loyauteit.

Daarom werd zelfs Frank Vandenbroucke politiek geliquideerd. Gennez voerde die operatie uit in opdracht van de verzamelde éminences grises van haar partij: ook zij waren de eigengereide Vandenbroucke beu. Zijn uitschakeling was een goed georganiseerde moord. Dat woord werd gebruikt door Gennezs vriend, advocaat Barteld Schutyser (ook een ex-kabinetslid van Vande Lanotte), die extern advies mocht geven bij die operatie. In een later uitgelekte e-mail had hij het over ‘l’assassinat du prince’.

Ook Crombez speelde zijn rol in het toneel dat opgevoerd werd op het SP.A-congres dat zijn fiat gaf aan het Vlaamse regeerakkoord, en tegelijk een valstrik was voor Vandenbroucke, Vanvelthoven en Van Brempt. ‘John Crombez legt voor aanvang van het congres aan de VRT uit dat niemand zich boven de partij mag stellen: Vandenbroucke zit vast’, schreef Knack. ‘In de congreszaal herhaalt Peter Vanvelthoven met veel vuur die boodschap. Vanvelthoven is fractieleider in de Kamer, iedereen (hijzelf incluis) ziet hem ook minister worden in de nieuwe Vlaamse regering. Vanvelthoven weet niet dat Gennez voor die “Limburgse” ministerspost al discreet heeft gepolst bij Ingrid Lieten. Lieten zegt pas “ja” als ze zeker is dat Vanvelthoven sowieso geen kans maakt. De betrokkene zelf wordt pas ná zijn stoere interventie op het congres op de hoogte gebracht van de beslissing.’

In de zeventien jaren dat Crombez aan toppolitiek deed, heeft de SP.A álle parlementsverkiezingen verloren. Probeer dan maar eens de moed erin te houden.

Gennez en Crombez dachten dus dat ze het ook wel konden zonder de inbreng van een absoluut toppoliticus als Frank Vandenbroucke. Natuurlijk mag een voorzitster ministers vervangen als ze vindt dat anderen het beter kunnen. Maar moest het echt zo brutaal? Kon een partij als de SP.A zich de luxe blijven veroorloven om toppolitici af te stoten, zonder gelijkwaardig talent aan te trekken? Louis Tobback was intussen ook op ramkoers gekomen met Gennez omdat ze oud-Spirit-kopstuk Bert Anciaux in de SP.A had geloodst, en dat in ruil voor een naamsverandering. SP.A betekende niet langer ‘Socialistische Partij Anders’, maar ‘Sociaal Progressief Alternatief’.

Turkijedeal

Bij de Vlaamse verkiezingen van 2009 was de SP.A nochtans al teruggevallen tot 15,2 procent van de stemmen. Bij de federale verkiezingen van 2010 ‘hield men stand’ op… 15,0 procent. Caroline Gennez voelde de bui hangen en was geen kandidaat om zichzelf op te volgen. Bruno Tobback werd in september 2011 met 96,6 procent van de stemmen verkozen tot nieuwe voorzitter, als grote hoop op betere tijden. Begin december 2011 moest hij drie SP.A’ers benoemen in de regering-Di Rupo. Dat werden Johan Vande Lanotte, John Crombez en Monica De Coninck. Gennez dacht dat zij als ex-voorzitster en gewezen onderhandelaar verdiend had om erbij te zijn, maar Tobback verkoos het Oostendse duo. Zij gaven geen krimp. Het was niet hun schuld dat de voorzitter zo brutaal voorbij was gegaan aan hun goede vriendin en bondgenote.

De regering- Di Rupo had in Vlaanderen de publieke opinie niet mee: het waren de hoogtijdagen van de N-VA als oppositiepartij. Bruno Tobback probeerde de SP.A te vernieuwen met een best interessant Congres van Leuven, maar de Vlaamse socialisten stoorden zich er niet aan in hun dagelijkse werk. Tobback liet de partij betijen. Bij de verkiezingen van 2014 klopte de SP.A af op amper 14,2 procent. De nederlaag werd de voorzitter aangerekend: de partij had Tobback niet verkozen om het nog slechter te doen dan Gennez.

Crombez greep zijn kans. Als staatssecretaris voor de Bestrijding van Sociale en Fiscale Fraude had hij het voortreffelijk gedaan. Dat werd ook erkend door de oppositie en zelfs door een aantal bedrijfsleiders. Zijn bijnaam was ‘De Rode Ridder’. In zijn interne strijd tegen Tobback kon hij bovendien bogen op het oude netwerk van Vande Lanotte, inbegrepen een gekwetste Caroline Gennez en Freya Van den Bossche. Dezelfde media die in 2011 in Tobback de redder van de SP.A hadden gezien, hesen in 2015 John Crombez op het schild als de nieuwe verlosser. Uitdager Crombez verpletterde voorzitter Tobback met 77,6 tegen 22,4 procent van de stemmen. In Leuven hoorde men een dreunende stem zeggen: ‘Ik voorspel u dat Crombez het niet onder de markt zal krijgen, met een partijbureau waarin haast niemand voor hem heeft gestemd, maar zo goed als iedereen tegen zijn voorganger.’

Het SP.A-partijbestuur bleek inderdaad de eerste tegenstander van de nieuwe voorzitter. Dat gebeurde voor het eerst nadat Crombez tijdens het VRT-programma De Zevende Dag van 31 januari 2016 op eigen houtje de ‘Turkijedeal’ van de Nederlandse socialist Diederik Samsom steunde, een betwiste regeling tussen de Europese Unie en Turkije over de opvang van vluchtelingen. Het was de eerste keer in jaren dat een SP.A-voorzitter zo duidelijk positie innam over een thema waarover die partij zich jarenlang liever niet uitsprak. Crombez had zijn eigen troepen verkeerd ingeschat. Zelfs vaste Gentse bondgenoten zoals Daniël Termont en Freya Van den Bossche vielen hem ter plaatse af. ‘Het standpunt van Crombez was een schande’, zei jongerenvoorzitter Aaron Ooms – Ooms is van Oostende. John Crombez had zijn gezag overschat.

Het voorzitterschap was amper een half jaar ver en de lijdensweg van de voorzitter was al begonnen. Vanuit de oppositie hadden SP.A’ers wel felle kritiek op het sociaaleconomische beleid van de centrumrechtse regering-Michel, en ze hielden dat de hele regeerperiode met veel ijver vol. Crombez slaagde er met zijn dossierkennis weleens in om een tv-debat te winnen van Bart De Wever (N-VA). Dat werd op het SP.A-hoofdkwartier dan wekenlang gevierd. Maar over het algemeen overtuigde de SP.A de kiezer niet meer: de peilingen bleven hoogstens een beetje minder slecht. Crombez verlegde de strijd naar het ethische terrein, zelfs naar de eigen partij. Mandatarissen moesten voortaan onberispelijk zijn – ook wie zich op een kleine fout liet betrappen, had er gelegen. Het overkwam de Gentse schepen Tom Balthazar, de Hasseltse burgemeester Hilde Claes, en bijna de Antwerpse SP.A-voorzitter Tom Meeuws. Doordat Crombez zijn eigen partij ostentatief zuiverde, konden de media niet anders dan blijven berichten over schandalen die steeds weer de SP.A troffen.

Dat Crombez de eer aan zichzelf houdt, kan erop wijzen dat hij weet dat er voor hem geen toekomst meer is.

Het deerde de voorzitter niet dat hij voor interne onrust zorgde, integendeel. Hij voerde een strikt cumulverbod in. Om het goede voorbeeld te geven had hij als voorzitter zelf ontslag genomen uit het parlement. Ook legde hij een verplichte verjonging van de kieslijsten op. Met enthousiaste steun van de jongeren werden die nieuwe regels goedgekeurd in juni 2016 op het Congres van Oostende. Vaak verbitterde oudgedienden begonnen af te haken.

Fin de règne

De gemeenteraadsverkiezingen van 2018 werden een ramp. Zelfs in Oostende verloor SP.A’er Johan Vande Lanotte de sjerp. Het maakte de voorzitter niet vrolijker. Journalisten zagen met Crombez gebeuren wat daarvoor Gennez en Tobback al was overkomen: jonge, opwekte politici zonder complexen werden als partijvoorzitter bittere, argwanende figuren die het ongeluk van hun partij aan anderen verweten: altijd trof de media schuld, kiezers werden bekeken als verwende egoïsten. Ook de ooit zo vriendelijke Crombez werd een norse, op zichzelf teruggeplooide politicus.

De Rode Ridder kreeg een make-over als een nieuwe Robin Hood: Crombez richtte zijn pijlen voortaan op zelfgekozen boosdoeners. Hij trok ten strijde tegen een Oostendse vrederechter die zich had verrijkt met de aanstelling van bewindvoerders voor bejaarden. Hij liet in de media weten ‘dat hij al meisjes had ontvoerd uit huizen van waaruit hun prostitutie wordt georganiseerd’. Dat was geen strijd van de SP.A, dat was zijn persoonlijke oorlog. Hij zei dat het ‘in het verlengde’ lag van zijn politieke werk, maar eigenlijk was het een alternatief ervoor. In dat parallelle leven als eenzame held kon hij goed doen zonder zich voortdurend te hoeven verantwoorden. De positieve waardering die hij dan kreeg, deed hem deugd. Maar elk individualisme heeft zijn prijs. Robin Hood schoot zichzelf in de voet toen hij defensieminister Steven Vandeput (N-VA) tot ontslag wilde dwingen met bewijzen van gesjoemel. Alleen bleek die beschuldiging gebaseerd op vervalste e-mails, afkomstig van Limburgers met een dubieus verleden en aangebrande, rechtse sympathieën. Toen Crombez kort voor de verkiezingen van 2019 out of the blue pleitte voor een ‘verplichte kinderstop’ voor drugsverslaafden en andere ‘onbekwamen’, vroegen zelfs zijn medewerkers hem om (daarover) zijn mond te houden. Nog voor de verkiezingen van 2019 was zijn voorzitterschap feitelijk aan zijn einde gekomen.

Bij de jongste Kamerverkiezingen viel de SP.A terug tot 10,7 procent, een diepterecord. In de zeventien jaren dat John Crombez aan toppolitiek deed, heeft de SP.A álle parlementsverkiezingen verloren. Probeer dan maar eens de moed erin te houden. Een uitleg voor dat laatste dramatische verlies hebben de SP.A-leden en -kiezers nooit gekregen. Crombez liet de nederlaag nooit openlijk analyseren, wat wel gebeurde bij de CD&V van Wouter Beke. Hij bespaarde zichzelf zijn eigen kelk. Mogelijk hoopte hij op eerherstel door zijn partij in de nieuwe Vlaamse regering te loodsen, in de zogenaamde ‘bourgondische’ coalitie van N-VA, Open VLD en SP.A. Maar la vengeance est un plat qui se mange froid. Uitgerekend Bruno Tobback liet weten dat hij in zo’n constructie een dissident zou zijn. Voor formateur De Wever maakte Tobbacks verzet van de SP.A een onbetrouwbare en numeriek te kleine partner. De Tijd zoomde in op zijn adieu aan Crombez: ‘De Wever beseft dat hij het doodsvonnis van de SP.A-voorzitter heeft getekend. Hij rijdt naar Oostende om de beslissing bij een kop koffie toe te lichten. “Uit menselijkheid”, klinkt het bij de N-VA. “Bart was zich ervan bewust dat hij Crombez in een heel moeilijke positie duwde.”‘

Toen was er al een nieuwe troonpretendent: ‘King Connah’. Conner Rousseau leerde het klappen van de zweep als jonge partijmedewerker in ‘het kamp John Crombez-Freya Van den Bossche’, of wat dat nog voorstelde tijdens Crombezs fin de règne. De waarheid heeft haar rechten: zonder de verjongingskuur die Crombez zijn eigen partij had opgelegd, was Rousseau mogelijk niet op een verkiesbare plaats geraakt.

Crombez verlaat de nationale politiek net nu zijn opvolger mee aan tafel zit bij de ‘federale onderhandelingen van de laatste kans’. Als er een regering van zou komen, mag de SP.A straks een paar regeringsleden aanwijzen. Dat Crombez de eer aan zichzelf houdt, kan erop wijzen dat hij weet dat er voor hem geen toekomst meer is. In die zin is hij een shakespeareaanse figuur: een lieve man die al snel betrokken werd bij gemene manoeuvres, een veelbelovende leider die nederlaag na nederlaag leed. Al verdient hij ook herinnerd te worden als de voorzitter die tegen zijn eigen partij en alle mediacommentaren in zijn verjongingsoperatie doorvoerde. Daardoor lijkt de SP.A vandaag eindelijk in staat om te doen wat de Vlaamse socialisten niet meer konden sinds de Stevaert-jaren: het verleden achter zich laten. Dat is de historische verdienste van John Crombez.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content