Donderdag 9 november, 10 uur, de polder vlakbij de kerncentrale van Doel. Zes jagers struinen door de velden met vijf geweren en twee honden. Elders in de polder worden ganzen opgestoten die luid gakkerend komen aangevlogen om de veiligheid van het natuurgebied Doelpolder Noord op te zoeken. Eén van de jagers richt zijn geweer omhoog en knalt een paar keer in de overvliegende troep. Een gans stuikt naar beneden en valt in de polder, aan de andere kant van een gracht dan waar de held met het geweer zich bevindt. Die kijkt verstoord en bekommert zich niet om het dier.
...

Donderdag 9 november, 10 uur, de polder vlakbij de kerncentrale van Doel. Zes jagers struinen door de velden met vijf geweren en twee honden. Elders in de polder worden ganzen opgestoten die luid gakkerend komen aangevlogen om de veiligheid van het natuurgebied Doelpolder Noord op te zoeken. Eén van de jagers richt zijn geweer omhoog en knalt een paar keer in de overvliegende troep. Een gans stuikt naar beneden en valt in de polder, aan de andere kant van een gracht dan waar de held met het geweer zich bevindt. Die kijkt verstoord en bekommert zich niet om het dier.Minutenlang blijft de nog levende gans zieltogend in de poldermodder liggen, krampachtig bewegend. Ten langen leste beslist de jager de gracht over te steken om het stervende dier te halen. Hij neemt het bij de nek en sleurt het mee, om het vervolgens achteloos in de gracht te gooien. Een kwartier later wandelt hij verder zonder zijn trofee. Het dier moet dus rotten in de polder in de plaats van als 'wild' geconsumeerd te worden, want dat is toch waar jagers zich altijd op beroepen: ze 'oogsten' voor een natuurlijke maaltijd. Ze willen zelfs de in Vlaanderen met uitsterven bedreigde patrijs blijven bejagen, want die levert toch zo'n heerlijke maaltijd op.Over dit verhaal, een beschaafde mens onwaardig, zijn verschillende bemerkingen te maken. De geviseerde vogelgroep bestond uit zowel kolganzen als grauwe ganzen. De kolgans is een volledig beschermde vogelsoort, waar niet op gejaagd mag worden. Voor hetzelfde geld had de man een beschermde diersoort afgeknald. Nu was het slachtoffer toevallig een grauwe gans. Daar mag alleen in speciale omstandigheden op gejaagd worden, in de context van de 'bijzondere jacht' voor het beperken van schade aan landbouwgewassen. Bijzondere jacht is onderhevig aan strikte regels. Er moeten bijvoorbeeld maatregelen genomen worden om schade te vermijden, zoals het plaatsen van afschrikkingsmiddelen - die waren in geen velden of wegen te bekennen. Daarenboven moet elke bijzondere jacht minstens 24 uur op voorhand gemeld worden aan het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Ik weet niet of dat in dit geval gebeurd is, maar het betrof in ieder geval een jachtovertreding.Het was echter vooral de nonchalance waarmee de jagers het stervende dier aan zijn lot overlieten die stuitend was. Ze hebben het in de publieke verdediging van hun praktijken steevast over hun liefde voor de natuur, waarbij ze soms zelfs laten uitschijnen dat ze moeite hebben met het doden, maar dat het helaas niet anders kan: het is voor het noodzakelijke beheer van onze natuur. Dat was in de polder echter niet het geval, daar vielen alle public relations praatjes ten prooi aan de harde realiteit van het veld. Het was schieten om het schieten.Het blijft een raadsel waarom er in deze tijden van groeiende aandacht voor alle mogelijke vormen van dierenwelzijn nog jacht wordt getolereerd. Slachthuizen worden geviseerd omdat dieren er lijden, een zoo wordt gesloten omdat sommige dieren er stress zouden hebben, boeren worden vervolgd omdat ze hun dieren verwaarlozen, dierproeven mogen niet meer hoewel ze nuttig zijn voor de geneeskunde, het zieligste zwerfkatje moet naar een asiel worden gebracht. Maar tegen een praktijk die dieren als levende schietschijven gebruikt wordt amper geprotesteerd. Er is geen enkele vorm van controle mogelijk op de mate van dierenleed die jacht veroorzaakt.In deze tijd van angst voor terreur en van steeds strenger wordende regelgeving rond wapenbezit is het daarenboven een opvallend anachronisme dat er gewapende burgers in ons landschap mogen rondlopen. Zeker omdat die gewapende burgers er geen graten in zien om zowel privétuinen als openbare domeinen (inbegrepen begraafplaatsen) als jachtgebied in te laten kleuren om aan de oppervlakte nodig voor een jachtvergunning te geraken. Vogelbescherming Vlaanderen bracht deze praktijk enkele jaren geleden aan het licht en slaagde er in te verkrijgen dat de jachtplannen vanaf de voorbije zomer digitaal beschikbaar zijn, zodat iedereen kan controleren of zijn eigendom niet op slinkse wijze als jachtgebied is ingekleurd. (Wie daar meer over wil weten, kan terecht op de site www.schietinactie.be.)Jagers voelen zich wel gemakkelijk miskend. De voorbije jaren was het de regel dat telkens als ik een column over de jacht publiceerde, er een brief naar de hoofdredacteur van Knack volgde met de vraag naar mijn ontslag, of in een beleefdere versie naar een verbod om mij nog over jacht en natuur te laten schrijven, wegens verregaande vooringenomenheid. Zo'n reactie zegt alles over het soort mensen dat jager is - het zouden er in Vlaanderen nog altijd meer dan 12.000 zijn. Het soort mensen dat jager is, schroomt zich niet om het ontslag van tegenstanders te eisen. You're fired! Het gamma omvat machtsmensen die enerzijds politici mobiliseren voor hun zaakjes, maar anderzijds geld parkeren in de belastingparadijzen waar nu weer zoveel over te doen is, onder meer door onthullingen in Knack. De maatschappij moet maar zien hoe ze haar vele problemen oplost, het zal zonder de steun zijn van het soort mensen dat jager is, ondanks het feit dat de maatschappij hun jachtactiviteit blijft tolereren.De zes schietgrage jagers in de polder waren op hazenjacht. In de periode dat ik ze observeerde, stootten ze drie keer een haas op. Drie keer schoten ze verschillende keren op het vluchtende dier, dat telkens een hond achter zich aan kreeg en moest rennen voor zijn leven. Gerechtigheid geschiedde: drie keer ontsnapte de haas. Mogelijk knalde de jager uit frustratie een argeloze gans uit de lucht, omdat de hazen hem te slim af waren. Maar ik herinner me uit de lang vervlogen tijd toen ik af en toe haas at - een praktijk die ik uit mijn leven heb gebannen, omdat ik met mijn eetgewoonten niet wil bijdragen aan de terreur die hazen in het jachtseizoen moeten ondergaan - dat ik tijdens de maaltijd regelmatig een hagelbolletje in mijn mond kreeg. De hazen die ik zag ontsnapten wel, maar misschien zijn ze door metalen bolletjes getroffen en liggen ze in hun leger te zieltogen. Niemand die het weet, niemand die er iets aan kan doen. Ik hanteer een andere invulling van liefde voor de natuur dan jagers. De mijne omhelst respect voor het leven, inbegrepen dat van de haas en de gans.