Soms kan ik echt boos worden. Vroeger voelde ik me dan ellendig: ik was boos op mezelf dat ik boos was. Nu heb ik dat niet meer. Natuurlijk heeft woede een slechte reputatie, ze lijkt zo'n gevaarlijke, destructieve emotie. Sociaal kun je jezelf beter altijd beheersen. Wie hard uitvaart, heeft het debat al verloren.
...

Soms kan ik echt boos worden. Vroeger voelde ik me dan ellendig: ik was boos op mezelf dat ik boos was. Nu heb ik dat niet meer. Natuurlijk heeft woede een slechte reputatie, ze lijkt zo'n gevaarlijke, destructieve emotie. Sociaal kun je jezelf beter altijd beheersen. Wie hard uitvaart, heeft het debat al verloren. Maar kan woede dan niet eerlijk of rechtvaardig zijn? Volgens Aristoteles wel. In zijn Retorica definieert hij haar als 'een met pijn gepaard gaande drang tot openlijke wraakneming wegens een blijk van geringschatting van de persoon zelf of van een van de zijnen, door mensen wie het niet past hen gering te schatten.' Kortom, wie woedend is, reageert op een schade en eist gerechtigheid. Woede bevat een mengeling van pijn en genot, de razende wil zijn toorn doen voelen. Hij wil dat zijn omgeving zijn emotie opmerkt. Wie zich schaamt, bijvoorbeeld, wil zich juist kleiner maken. Voor de Grieken getuigt de woede van een verlangen naar erkenning en van een gefrustreerde zelfachting. In Homeros' Ilias wordt de Griekse held Achilles woedend omdat een andere leider, Agamemnon, als hoofdaanvoerder wordt geëerd. Achilles trekt zich wrokkig terug en het Griekse leger ondergaat zware verliezen. In Plato's ideale staat worden de wachters gedreven door thumos, een trotse, bezielende kracht die met woede verwant is. Die thumos is het derde deel van de ziel, naast de geest ( nous) en de lichamelijke begeerten ( epithumia). De koning-filosoof en de bestuurders laten zich door de rede leiden en het volk door lage begeerten. Maar de woede inspireert de middenklasse, de wachters, om de gemeenschap te verdedigen. Woede kan dus nobel en waardig zijn. Dat verandert in de Bijbel. In het Oude Testament daalt Gods vernietigende toorn over de aarde neer, hij creëert een zondvloed en plagen in Egypte. Profeten vallen woedend uit omdat hun volgelingen de heilige voorschriften niet eerbiedigen. Een ziedende Christus verjaagt de kooplui uit de tempel. Maar de goddelijke wet maant alle gelovigen aan om de woede als een ondeugd te beschouwen, ze is een vorm van zonde. Daarmee wekt woede ook schuldgevoel op: als je boos durft te worden, schiet je moreel tekort. In de moderniteit overheerst nog meer argwaan tegenover de woede, omdat haar politieke connotatie verandert. De Franse Revolutie bewijst dat furieuze volksmassa's aloude politieke systemen kunnen omverwerpen. Enerzijds is boosheid over onrecht een politiek wapen geworden. Anderzijds vereist het democratische debat rede en argumentatie. Tijdens de verlichting, het tijdperk van de rede, wordt zelfbeheersing belangrijker. De vraag rijst of de woedende mens wel voldoende rationeel is, en dus wel politieke legitimiteit verdient. In Over het politieke hekelt Chantal Mouffe die nadruk op rationaliteit: passies en confrontaties vormen juist de essentie van het politieke. Woede, angst en strijdvaardigheid horen evengoed bij het politieke proces als redelijk overleg. En Mouffe waarschuwt: als felle emoties geen politieke erkenning meer krijgen, worden extreme politieke opvattingen sterker. Tegenstanders mag je niet zomaar diskwalificeren, omdat je ze niet redelijk genoeg vindt. Daarmee bewijs je de democratie juist geen dienst. Wat doe je nu met je woede? Voor mij kan ze betekenen dat je voor jezelf opkomt. Dat is niet verkeerd. Wanneer je woede te veel onderdrukt, bouw je toch vooral frustraties op. Erken je boosheid dus, zonder haar in wrok te laten ontaarden. Daarbij kan woede andere emoties verbergen, zoals angst of verdriet. Dat ontdek je door afstand en inzicht te hebben. En door zelfverwijten over de boosheid te vermijden. Niet elke felheid is verblindend: je kunt ook op de juiste persoon, in de juiste mate en om de juiste reden boos worden.