In Knack van vorige week verscheen een artikel met een eerder pessimistische toon "waarom de grote doorbraak van kweekvlees uitblijft". Wij, leden van het Leuven Alt. Protein Project, blijven optimistisch. Laten we eens een heel conservatieve schatting maken van de potentiële impact van celkweekvlees, dus vlees gemaakt van spiercellen, maar zonder het volledige dier. We vertrekken van drie heel voorzichtige veronderstellingen.

Waarom we de doorbraak van kweekvlees moeten versnellen.

Ten eerste, stel dat er slechts een kans van een op tien is dat celkweekvlees ooit op goedkope en grote schaal kan geproduceerd worden. Waarschijnlijk de belangrijkste bottleneck bij de productie van celkweekvlees is het groeimedium, de vloeistof waarin de spiercellen groeien. Bij het verkennend onderzoek de afgelopen jaren, werd daar vaak kalverserum voor gebruikt. Maar kalverserum is commercieel gezien veel te duur. Ook het dierenleed en de milieu-impact ervan is groot, want het wordt gewonnen door een hartpunctie bij foetussen van zwangere koeien in het slachthuis. Het goede nieuws is dat veel kweekvleesbedrijven reeds volop diervrije alternatieven van kalverserum ontwikkelen. Daarbij gebruiken ze precisiefermentatie. Brood, wijn, bier, yoghurt, kaas, azijn, zuurkool en veel andere voedingsmiddelen worden gemaakt met fermentatie door eencellige micro-organismen (bacteriën en gisten). Precisiefermentatie ligt in het verlengde hiervan, waarbij micro-organismen heel nauwkeurig, veilig en efficiënt de gewenste voedingsstoffen voor het groeimedium maken. De verwachtingen zijn dat met precisiefermentatie de kostprijs van bijvoorbeeld eiwitten en vitamines drastisch gaat dalen, zoals reeds gebeurde met insuline van gistcellen. Dan zou celkweekvlees wel goedkoop en grootschalig geproduceerd kunnen worden, en dat celkweekvlees in de winkel zal dan wel degelijk 'no-kill' zijn: er zullen geen koeien en foetussen gedood worden. Dat kan - voor de melkdrinkende vegetariërs - niet gezegd worden van bijvoorbeeld koemelk, want zelfs drachtige melkkoeien worden geslacht, waarbij de foetussen ook sterven.

Ten tweede, stel dat, als celkweekvlees ooit op de markt komt, het op termijn slechts een tiende van de mondiale dierlijke vleesproductie gaat vervangen. Ook dit is wel een heel lage schatting. Kijk naar het gebruik van dieren en dierlijke producten in het verleden, die vervangen werden door diervrije technologieën. Voor paardenkoetsen, ossenploegen, postduiven, ganzenveren, bijenwaskaarsen, schapenwol, varkensinsuline en walvisolie kwamen er diervrije alternatieven: auto's, tractoren, telegrafen, balpennen, lampen, nylon, recombinant-DNA-gistinsuline en kerosine. En die alternatieven hebben de dierlijke varianten met telkens meer dan 90% vervangen. Dan is een 10% vervanging van dierlijk vlees door celkweekvlees geen overdreven inschatting.

Ten derde, stel dat extra financiering van onderzoek en ontwikkeling van celkweekvlees de innovatie ietsje versnelt, zodat celkweekvlees slechts een dag sneller op de markt komt. Het artikel in Knack kaartte aan dat celkweekvlees reeds grote kapitaalinjecties en hoge investeringsbedragen kent. We spreken hier van meer dan 100 miljoen euro per jaar aan totale investeringen wereldwijd. Dat klinkt veel, maar eigenlijk is dat nog zeer weinig, als we het vergelijken met bijvoorbeeld de totale donaties aan Amerikaanse dierenwelzijns- en milieuorganisaties, de totale overheidssubsidies voor de Europese veeteelt, of het mondiale budget voor de Global Coronavirus Response en de ontwikkeling van covidvaccins. Dan praten we telkens over meer dan 10 miljard euro per jaar, dus een factor honderd hoger dan het geld voor celkweekvlees. Dat de doorbraak van celkweekvlees uitblijft, is vooral te wijten aan het gebrek aan financiering. Het covid-vaccinonderzoek toont aan dat extra financiering een doorbraak enorm kan versnellen. Bijna niemand had verwacht dat we in minder dan een jaar wel vijf verschillende vaccins op de markt kregen. Zonder extra financiering konden we nog enkele jaren wachten op de vaccins. Als we zeggen dat extra budget voor celkweekvleesinnovatie de doorbraak met slechts een dag vervroegt, is dat wel heel voorzichtig uitgedrukt.

Een dag sneller celkweekvlees op de markt lijkt verwaarloosbaar, maar we mogen niet vergeten dat op een dag wereldwijd zo'n 200 miljoen dieren worden geslacht. Dus als we nu de bovenstaande drie zeer voorzichtige aannames combineren, dan kunnen we uitrekenen dat extra financiering voor onderzoek en ontwikkeling van celkweekvlees naar verwachting het leed bespaart van wel twee miljoen dieren in de veeteelt. Dat is meer dan het aantal foetussen dat in het onderzoek gebruikt werd voor kalverserum. En, als celkweekvlees even klimaatvriendelijk geproduceerd kan worden als plantaardige vleesvervangers, vermijden we de uitstoot van meer dan 100.000 ton CO2-equivalente broeikasgassen. Ter vergelijking: die hoeveelheid broeikasgassen zou met een effectieve koolstofheffing of CO2-taks al gauw 10 miljoen euro kosten.

Celkweekvlees belooft veel voordelen te hebben ten opzichte van dierlijk vlees: minder dierenleed, broeikasgasemissies, landgebruik, vermesting, watervervuiling, antibioticagebruik, virale infectierisico's, voedselvergiftigingen,... Enkele weken geleden verscheen er een nieuwe studie die wees op nog een extra voordeel: minder luchtvervuiling. De veeteelt draagt voor meer dan een tiende bij aan luchtvervuiling door ultrafijnstof en ammoniak. De hoeveelheid dierlijke producten die 300 Amerikanen over hun leven eten, veroorzaakt ruw geschat een extra sterfgeval door luchtvervuiling. Met diervrije alternatieven zoals celkweekvlees kunnen we ook die luchtvervuiling sterk terugdringen. Het belang van extra financiering voor celkweekvlees is dus niet te onderschatten.

Stijn Bruers, Roald Parmentier, Thomas Mermans, Diede Bogaerts, Bram Cockx en Lander Hendrickx zijn oprichters en leden van Leuven Alt. Protein Project.

In Knack van vorige week verscheen een artikel met een eerder pessimistische toon "waarom de grote doorbraak van kweekvlees uitblijft". Wij, leden van het Leuven Alt. Protein Project, blijven optimistisch. Laten we eens een heel conservatieve schatting maken van de potentiële impact van celkweekvlees, dus vlees gemaakt van spiercellen, maar zonder het volledige dier. We vertrekken van drie heel voorzichtige veronderstellingen.Ten eerste, stel dat er slechts een kans van een op tien is dat celkweekvlees ooit op goedkope en grote schaal kan geproduceerd worden. Waarschijnlijk de belangrijkste bottleneck bij de productie van celkweekvlees is het groeimedium, de vloeistof waarin de spiercellen groeien. Bij het verkennend onderzoek de afgelopen jaren, werd daar vaak kalverserum voor gebruikt. Maar kalverserum is commercieel gezien veel te duur. Ook het dierenleed en de milieu-impact ervan is groot, want het wordt gewonnen door een hartpunctie bij foetussen van zwangere koeien in het slachthuis. Het goede nieuws is dat veel kweekvleesbedrijven reeds volop diervrije alternatieven van kalverserum ontwikkelen. Daarbij gebruiken ze precisiefermentatie. Brood, wijn, bier, yoghurt, kaas, azijn, zuurkool en veel andere voedingsmiddelen worden gemaakt met fermentatie door eencellige micro-organismen (bacteriën en gisten). Precisiefermentatie ligt in het verlengde hiervan, waarbij micro-organismen heel nauwkeurig, veilig en efficiënt de gewenste voedingsstoffen voor het groeimedium maken. De verwachtingen zijn dat met precisiefermentatie de kostprijs van bijvoorbeeld eiwitten en vitamines drastisch gaat dalen, zoals reeds gebeurde met insuline van gistcellen. Dan zou celkweekvlees wel goedkoop en grootschalig geproduceerd kunnen worden, en dat celkweekvlees in de winkel zal dan wel degelijk 'no-kill' zijn: er zullen geen koeien en foetussen gedood worden. Dat kan - voor de melkdrinkende vegetariërs - niet gezegd worden van bijvoorbeeld koemelk, want zelfs drachtige melkkoeien worden geslacht, waarbij de foetussen ook sterven.Ten tweede, stel dat, als celkweekvlees ooit op de markt komt, het op termijn slechts een tiende van de mondiale dierlijke vleesproductie gaat vervangen. Ook dit is wel een heel lage schatting. Kijk naar het gebruik van dieren en dierlijke producten in het verleden, die vervangen werden door diervrije technologieën. Voor paardenkoetsen, ossenploegen, postduiven, ganzenveren, bijenwaskaarsen, schapenwol, varkensinsuline en walvisolie kwamen er diervrije alternatieven: auto's, tractoren, telegrafen, balpennen, lampen, nylon, recombinant-DNA-gistinsuline en kerosine. En die alternatieven hebben de dierlijke varianten met telkens meer dan 90% vervangen. Dan is een 10% vervanging van dierlijk vlees door celkweekvlees geen overdreven inschatting. Ten derde, stel dat extra financiering van onderzoek en ontwikkeling van celkweekvlees de innovatie ietsje versnelt, zodat celkweekvlees slechts een dag sneller op de markt komt. Het artikel in Knack kaartte aan dat celkweekvlees reeds grote kapitaalinjecties en hoge investeringsbedragen kent. We spreken hier van meer dan 100 miljoen euro per jaar aan totale investeringen wereldwijd. Dat klinkt veel, maar eigenlijk is dat nog zeer weinig, als we het vergelijken met bijvoorbeeld de totale donaties aan Amerikaanse dierenwelzijns- en milieuorganisaties, de totale overheidssubsidies voor de Europese veeteelt, of het mondiale budget voor de Global Coronavirus Response en de ontwikkeling van covidvaccins. Dan praten we telkens over meer dan 10 miljard euro per jaar, dus een factor honderd hoger dan het geld voor celkweekvlees. Dat de doorbraak van celkweekvlees uitblijft, is vooral te wijten aan het gebrek aan financiering. Het covid-vaccinonderzoek toont aan dat extra financiering een doorbraak enorm kan versnellen. Bijna niemand had verwacht dat we in minder dan een jaar wel vijf verschillende vaccins op de markt kregen. Zonder extra financiering konden we nog enkele jaren wachten op de vaccins. Als we zeggen dat extra budget voor celkweekvleesinnovatie de doorbraak met slechts een dag vervroegt, is dat wel heel voorzichtig uitgedrukt. Een dag sneller celkweekvlees op de markt lijkt verwaarloosbaar, maar we mogen niet vergeten dat op een dag wereldwijd zo'n 200 miljoen dieren worden geslacht. Dus als we nu de bovenstaande drie zeer voorzichtige aannames combineren, dan kunnen we uitrekenen dat extra financiering voor onderzoek en ontwikkeling van celkweekvlees naar verwachting het leed bespaart van wel twee miljoen dieren in de veeteelt. Dat is meer dan het aantal foetussen dat in het onderzoek gebruikt werd voor kalverserum. En, als celkweekvlees even klimaatvriendelijk geproduceerd kan worden als plantaardige vleesvervangers, vermijden we de uitstoot van meer dan 100.000 ton CO2-equivalente broeikasgassen. Ter vergelijking: die hoeveelheid broeikasgassen zou met een effectieve koolstofheffing of CO2-taks al gauw 10 miljoen euro kosten. Celkweekvlees belooft veel voordelen te hebben ten opzichte van dierlijk vlees: minder dierenleed, broeikasgasemissies, landgebruik, vermesting, watervervuiling, antibioticagebruik, virale infectierisico's, voedselvergiftigingen,... Enkele weken geleden verscheen er een nieuwe studie die wees op nog een extra voordeel: minder luchtvervuiling. De veeteelt draagt voor meer dan een tiende bij aan luchtvervuiling door ultrafijnstof en ammoniak. De hoeveelheid dierlijke producten die 300 Amerikanen over hun leven eten, veroorzaakt ruw geschat een extra sterfgeval door luchtvervuiling. Met diervrije alternatieven zoals celkweekvlees kunnen we ook die luchtvervuiling sterk terugdringen. Het belang van extra financiering voor celkweekvlees is dus niet te onderschatten.Stijn Bruers, Roald Parmentier, Thomas Mermans, Diede Bogaerts, Bram Cockx en Lander Hendrickx zijn oprichters en leden van Leuven Alt. Protein Project.