Anke Geeraerts
Anke Geeraerts
Diensthoofd Beleid bij Natuurpunt
Opinie

10/11/18 om 16:23 - Bijgewerkt op 09/11/18 om 19:50

'Waarom we beter geen zwijnen doden om varkens te redden'

'Zal een versoepeling van de jacht de Afrikaanse varkenspest indijken? Wel integendeel', schrijft Anke Geeraerts, diensthoofd beleid van Natuurpunt.

'Waarom we beter geen zwijnen doden om varkens te redden'

© Reuters

Sinds de Afrikaanse varkenspest in Wallonië is aangetroffen, beleeft het everzwijnendebat een nooit geziene climax. Jachtorganisatie Hubertusvereniging en enkele landbouworganisaties pleiten voor een versoepeling van de jacht, ook in natuurgebieden. Zal dat de Afrikaanse varkenspest indijken? Wel integendeel. Hygiënemaatregelen bij jagers en varkenshouders: dát helpt wel. Voor de andere uitdagingen die everzwijnen stellen, pleit Natuurpunt voor een everzwijnencoördinator die bestaande pilootprojecten aanstuurt en monitort. Dat zou een vooruitgang zijn in het debat en tegelijk schade voorkomen.

Delen

We doden beter geen zwijnen om varkens te redden.

Het klopt niet dat meer jacht de Afrikaanse varkenspest zal afremmen. Ondermeer topautoreit dr. Klaus Depner van het Duitse Instituut voor Epidemiologie bevestigt de wetenschappelijke basis voor dat standpunt. Rust in het bos is de beste manier om de verdere verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Ook het federaal voedselagentschap haalt aan dat hygiënemaatregelen cruciaal zijn.

Ook preventief zwijnen schieten is geen oplossing. Recent onderzoek toont aan dat de dichtheid van everzwijnen niet bepalend is voor het voorkomen van de ziekte. Dit komt doordat het virus zeer lang in dode everzwijnen aanwezig blijft. Ook al zijn er dus heel weinig everzwijnen, toch kan het virus overleven en overgedragen worden op varkens. Meer zwijnen schieten in tijden van Afrikaanse varkenspest zal eerder voor meer problemen dan voor oplossingen zorgen.

Waarom pleiten sommige landbouwverenigingen en de Hubertusvereniging dan toch voor meer jacht? Everzwijnen spelen een sleutelrol in de natuur, maar hebben door hun gedrag een onmiskenbare impact op natuur, landbouw, tuinen en het verkeer. Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek monitort landbouwschade met een drone en stelde vast dat in everzwijnengebied gemiddeld 20% van de gewassen vertrappeld wordt. Natuurbeheerders zien soms het resultaat van jarenlang secuur maaien in één nacht verdwijnen door zwijnerijen.

Deze conflicten tussen mens en wilde dieren leiden tot ongerustheid bij sommige burgers, politici, landbouwers en ja, ook bij natuurbeheerders. Vooral in Limburg is er de laatste maanden een luide roep naar oplossingen. Terecht, want niets doen verhoogt de frustraties bij wie schade ondervindt.

Delen

Als we écht meer en wilde natuur in Vlaanderen willen, dan moeten we een andere oplossing zoeken voor de conflicten die zich onvermijdelijk voordoen.

Maar meestal wordt jacht als eerste en enige oplossing naar voor geschoven. Veroorzaakt een dier last, dan moeten we dat doden. Die aanpak druist regelrecht in tegen waar Natuurpunt en veel Vlamingen voor staan: een Vlaanderen met meer natuur, meer wilde dieren en meer natuur dichtbij. Als we écht meer en wilde natuur in Vlaanderen willen, dan moeten we een andere oplossing zoeken voor de conflicten die zich onvermijdelijk voordoen.

In principe zijn er drie mogelijk oplossingen. Eerst en vooral meer ademruimte creëren voor wilde dieren: gebieden voorzien waar deze wilde dieren volledig hun wilde zelf mogen zijn. Zo kunnen everzwijnen perfect leven in grotere boscomplexen. In het versnipperde Vlaanderen zullen we ons landschap daarvoor op bepaalde plaatsen moeten herinrichten, natuurgebieden verbinden en ecoducten bouwen. Dat is ook nog eens goed voor het klimaat en voor iedereen die in de buurt van dat groen woont.

Maar tegelijk zullen we de ruimte opnieuw moeten leren delen met de natuur die ons omringt. Waarom moet de overheid schade uitbetalen als een steenmarter een autokabel stuk bijt? We zouden evengoed van autoconstructeurs kunnen eisen dat ze steenmarterbestendige auto's maken. We leggen toch onze huiskat niet om als ze aan onze zetel krabt? We voorzien een krabpaal. Preventieve maatregelen zijn een belangrijke sleutel om te leren samenleven: we kunnen gevoelige teelten of kwetsbare natuur omheinen op plaatsen waar het nodig is. Vergelijk het met kleine kinderen in huis: je zet slotjes op kasten, de medicijnenkast buiten handbereik en verwijst duimspijkers naar de prullenband.

En tot slot oplossing 3: dieren verplaatsen of beheren. Ook dat zal in ons sterk versnipperd en bebouwd Vlaanderen nodig zijn, laat ons daar niet aan twijfelen. Maar het kan niet als enige en eerste oplossing, het moet om de juiste redenen zijn, met effectieve methoden en met een zo klein mogelijk ecologische impact. Niet zoals het vandaag de dag vaak gebeurt: een ondoordachte drukjacht om omwonenden gerust te stellen, terwijl we weten dat dit eerder voor meer schade zorgt. Natuurpunt pleit ervoor om deze oplossingen toe te passen volgens het watervalprincipe: eerst meer ruimte voorzien, dan preventieve maatregelen, en dan pas dieren beheren.

In Vlaanderen worden via lokaal overleg, waarin landbouworganisaties en terreinbeheerders een plek rond de tafel krijgen, nu al gebieden afgebakend waar een bepaalde aanpak van everzwijnen wordt nagestreefd. Gebieden waar everzwijnen meer ruimte kunnen krijgen en gebieden waar het zwijn minder welkom is.

Na het afbakenen is de oefening stilgevallen. Zo worden er drukjachten georganiseerd in een bepaald gebied, maar wordt niet onderzocht welke impact dat heeft, zodat we niet kunnen bijsturen en ook niet kunnen bijleren. De focus is nog steeds sterk gericht op het schieten van dieren, en nauwelijks op ruimte creëren en preventieve maatregelen. Daar liggen enorme kansen voor de overheid om tot een verstandige en in de praktijk onderzochte aanpak te komen. Maar goede resultaten kunnen er enkel komen door een goede trekker en voldoende middelen. Een everzwijnencoördinator of een everzwijnentaskforce die, net zoals bij de wolf, jaarrond op het terrein acties coördineert, monitort en evalueert is absoluut noodzakelijk. Dan pas kunnen we een verstandig zwijnenbeleid voeren.

Onze partners