Wereldwijd kampen maar liefst 2,2 miljard mensen met overwicht. 700 miljoen van hen zijn zelfs zwaarlijvig. Ons land scoort slechter dan gemiddeld: in België is één derde van de volwassen bevolking te dik. Dat zijn de waanzinnige cijfers uit een grootschalig onderzoeksproject in 195 landen. Dat terwijl obesitas één van de belangrijkste vermijdbare doodsoorzaken is. Ook in ons land is de problematiek acuut, en zelfs ronduit alarmerend als het op kinderen aankomt: 1 op 5 minderjarige Belgen is te dik. Obesitas bij kinderen is problematisch voor een gezonde ontwikkeling en lichaamsgroei. En naast fysieke gevolgen heeft obesitas vaak ook ongunstige effecten op de psychische en sociale ontwikkeling. Overgewicht is vaak een aanleiding tot pestgedrag, en niet bevorderlijk voor zelfvertrouwen.

'Waarom supermarkten een cruciale bondgenoot zijn in de strijd tegen obesitas'

Goede raad rond gezond eten krijgen is één ding, dat in de praktijk brengen met jengelende kinderen in of naast de winkelkar, is een ander. Dat weet elke goedbedoelende ouder met een beetje kindjaren op de teller. Onze baby's maken een goede start: 4 op 5 eet dan elke dag fruit en bijna alle baby's eten elke dag groenten. Maar dat zakt al snel als een pudding in elkaar: op lagere schoolleeftijd eet minder dan 1 op 10 Vlaamse kinderen dagelijks nog voldoende groenten én fruit.

Kinderen bepalen mee de inhoud van de winkelkar, en dat gebeurt onder de invloed van reclame en subtiele marketingtechnieken. De Wereldgezondheidsorganisatie erkent dat ook en roept dit daarom uit tot actiepunt voor overheden. Bovendien blijkt uit Nederlands onderzoek dat de grote meerderheid van de reclame niet voor gezonde maar voor ongezonde voedingsproducten is. Als je weet dat over drie op de vier aankopen nog in de winkel beslist wordt, dan weet je dat de strategieën van retailers een grote impact hebben. Daarom hebben kleine duwtjes in de goede richting, zoals het op ooghoogte van kinderen plaatsen van gezonde voedingsproducten (nudging), in de winkel ook effect.

Maar er is goed nieuws. Dat kan ik alvast besluiten uit een uitgebreide gespreksronde met de belangrijkste retailers in de voedingssector (zoals Colruyt, Albert Heijn, Carrefour en Delhaize) en met hun koepelorganisaties Comeos en Fevia. Retailers zijn bondgenoten voor meer gezonde marketing. Ze houden de vinger aan de pols en beseffen dat dit leeft bij hun klanten. De concurrentie in de sector is groot, en veel retailers willen zich graag profileren als gezonde supermarkt. Healthy food ambassadors en andere influencers worden ingezet om gezonde producten te promoten. Dat stimuleert nu al gezonde innovatie.

Als de grote supermarktketen Tesco in het Verenigd Koninkrijk beslist om geen snoep meer aan de kassa te leggen, is dat een goede zaak voor de gezondheid van de klanten. Vervangen we dat snoep door snackgroenten en fruit, dan maken we twee keer winst: de supermarkt op de verkoop van gezonde voeding en de samenleving op vlak van gezondheid. Tomaatjes en worteltjes kan je ook laten aanprijzen door populaire kinderidolen. Verschillende supermarkten doen het al: als het werkt, waarom dan niet meer van dat?

De bereidheid is er, het is aan de minister van Volksgezondheid om de retailers nu nog het extra duwtje in de rug te geven, bijvoorbeeld door een engagementsverklaring te vragen van de sector. De supermarkten vragen vooral twee zaken, zo bleek uit de gesprekken die ik voerde: vrijheid en ondersteuning door de overheid. De vrijheid om de gezonde (kids)marketing te zoeken die bij hun eigenheid past en waarmee ze in gezonde concurrentie met elkaar kunnen treden. Voor een liberale minister kan dat bezwaarlijk een probleem zijn.

Ten tweede vraagt de sector aan de overheid meer ondersteuning. De overheid kan via die ondersteuning de geloofwaardigheid van de supermarktketens verhogen.. Zeker de 'Belgian Pledge', het initiatief van zelfregulering waarin de sector afspraken maakt om marketing gericht op kinderen onder de 12 te beperken, kan versterkt worden: door meer bedrijven die de Pledge ondertekenen; door een uitbreiding van de zelfregulering naar sociale media en videoblogs; door onafhankelijke monitoring, ook van bedrijven die de Belgian Pledge niet ondertekenen. Voor inspiratie kan naar Nederland gekeken worden: daar werken ze met een reclamecode en gaan de CEO's van supermarkten resultaatsverbintenissen aan met stakeholders en het kritische burger- en middenveld.

De overheid kan heel wat doen. Met Groen stellen we een hele reeks maatregelen voor om obesitas bij minderjarigen te beperken, gaande van duidelijkere voedseletikettering tot zorgtrajecten voor kinderen met obesitas en hun ouders en transparantere controles. Maar misschien nog belangrijker onze uitgestoken hand naar de supermarktketens. Ze zijn een cruciale bondgenoot in de strijd tegen obesitas. De sector is vragende partij. Nu nog een minister die er echt een prioriteit van maakt.

Wereldwijd kampen maar liefst 2,2 miljard mensen met overwicht. 700 miljoen van hen zijn zelfs zwaarlijvig. Ons land scoort slechter dan gemiddeld: in België is één derde van de volwassen bevolking te dik. Dat zijn de waanzinnige cijfers uit een grootschalig onderzoeksproject in 195 landen. Dat terwijl obesitas één van de belangrijkste vermijdbare doodsoorzaken is. Ook in ons land is de problematiek acuut, en zelfs ronduit alarmerend als het op kinderen aankomt: 1 op 5 minderjarige Belgen is te dik. Obesitas bij kinderen is problematisch voor een gezonde ontwikkeling en lichaamsgroei. En naast fysieke gevolgen heeft obesitas vaak ook ongunstige effecten op de psychische en sociale ontwikkeling. Overgewicht is vaak een aanleiding tot pestgedrag, en niet bevorderlijk voor zelfvertrouwen. Goede raad rond gezond eten krijgen is één ding, dat in de praktijk brengen met jengelende kinderen in of naast de winkelkar, is een ander. Dat weet elke goedbedoelende ouder met een beetje kindjaren op de teller. Onze baby's maken een goede start: 4 op 5 eet dan elke dag fruit en bijna alle baby's eten elke dag groenten. Maar dat zakt al snel als een pudding in elkaar: op lagere schoolleeftijd eet minder dan 1 op 10 Vlaamse kinderen dagelijks nog voldoende groenten én fruit. Kinderen bepalen mee de inhoud van de winkelkar, en dat gebeurt onder de invloed van reclame en subtiele marketingtechnieken. De Wereldgezondheidsorganisatie erkent dat ook en roept dit daarom uit tot actiepunt voor overheden. Bovendien blijkt uit Nederlands onderzoek dat de grote meerderheid van de reclame niet voor gezonde maar voor ongezonde voedingsproducten is. Als je weet dat over drie op de vier aankopen nog in de winkel beslist wordt, dan weet je dat de strategieën van retailers een grote impact hebben. Daarom hebben kleine duwtjes in de goede richting, zoals het op ooghoogte van kinderen plaatsen van gezonde voedingsproducten (nudging), in de winkel ook effect. Maar er is goed nieuws. Dat kan ik alvast besluiten uit een uitgebreide gespreksronde met de belangrijkste retailers in de voedingssector (zoals Colruyt, Albert Heijn, Carrefour en Delhaize) en met hun koepelorganisaties Comeos en Fevia. Retailers zijn bondgenoten voor meer gezonde marketing. Ze houden de vinger aan de pols en beseffen dat dit leeft bij hun klanten. De concurrentie in de sector is groot, en veel retailers willen zich graag profileren als gezonde supermarkt. Healthy food ambassadors en andere influencers worden ingezet om gezonde producten te promoten. Dat stimuleert nu al gezonde innovatie.Als de grote supermarktketen Tesco in het Verenigd Koninkrijk beslist om geen snoep meer aan de kassa te leggen, is dat een goede zaak voor de gezondheid van de klanten. Vervangen we dat snoep door snackgroenten en fruit, dan maken we twee keer winst: de supermarkt op de verkoop van gezonde voeding en de samenleving op vlak van gezondheid. Tomaatjes en worteltjes kan je ook laten aanprijzen door populaire kinderidolen. Verschillende supermarkten doen het al: als het werkt, waarom dan niet meer van dat? De bereidheid is er, het is aan de minister van Volksgezondheid om de retailers nu nog het extra duwtje in de rug te geven, bijvoorbeeld door een engagementsverklaring te vragen van de sector. De supermarkten vragen vooral twee zaken, zo bleek uit de gesprekken die ik voerde: vrijheid en ondersteuning door de overheid. De vrijheid om de gezonde (kids)marketing te zoeken die bij hun eigenheid past en waarmee ze in gezonde concurrentie met elkaar kunnen treden. Voor een liberale minister kan dat bezwaarlijk een probleem zijn. Ten tweede vraagt de sector aan de overheid meer ondersteuning. De overheid kan via die ondersteuning de geloofwaardigheid van de supermarktketens verhogen.. Zeker de 'Belgian Pledge', het initiatief van zelfregulering waarin de sector afspraken maakt om marketing gericht op kinderen onder de 12 te beperken, kan versterkt worden: door meer bedrijven die de Pledge ondertekenen; door een uitbreiding van de zelfregulering naar sociale media en videoblogs; door onafhankelijke monitoring, ook van bedrijven die de Belgian Pledge niet ondertekenen. Voor inspiratie kan naar Nederland gekeken worden: daar werken ze met een reclamecode en gaan de CEO's van supermarkten resultaatsverbintenissen aan met stakeholders en het kritische burger- en middenveld.De overheid kan heel wat doen. Met Groen stellen we een hele reeks maatregelen voor om obesitas bij minderjarigen te beperken, gaande van duidelijkere voedseletikettering tot zorgtrajecten voor kinderen met obesitas en hun ouders en transparantere controles. Maar misschien nog belangrijker onze uitgestoken hand naar de supermarktketens. Ze zijn een cruciale bondgenoot in de strijd tegen obesitas. De sector is vragende partij. Nu nog een minister die er echt een prioriteit van maakt.