Op een sneeuwachtige nacht verlaat ik mijn appartement om een taxi te nemen. De stad ligt er verlaten bij. Ik loop naar een populair restaurant om de hoek, hopend dat restaurantbezoekers er per taxi arriveren. Dat gebeurt, en ik sta klaar om in de volgende wagen te stappen. Plots begint een gezette man naast mij te tieren. Hij duwt me opzij en duikt op de achterbank. De taxi rijdt weg. Ik blijf diep vernederd achter.

Deze situatie overkwam de Amerikaanse schrijver Tom Wolfe. Dertig jaar later spreekt hij nog van een pijnlijke herinnering. Het was vernederend omdat hij de man een smak had kunnen geven, maar dat - om begrijpelijke redenen - niet deed. Daarmee had hij het onderspit gedolven. Afschuwelijk.

De stoïcijn blijft immuun voor vernedering omdat hij zijn kijk op de werkelijkheid zelf bepaalt.

Je kunt sociale relaties niet begrijpen zonder de rol van vernedering te erkennen. Vooral romanschrijvers weten die emotie scherp te verbeelden. Wolfe noemt de vernedering de vijand van geluk, meer nog dan de dood. Daarom moet een schrijver de soms nauwelijks merkbare, maar beslissende wenken tijdens sociale interacties weergeven. Die geven aan waar personages in de pikorde passen. Zulke taferelen versterken een roman: lezers herkennen zich in de vele kleine krenkingen van het dagelijks leven. Wolfe volgt hier Max Webers statustheorie. Een samenleving kent drie soorten stratificatie: klasse, status en partij. Status slaat op de eer die je krijgt (of niet) binnen een groep. Je levensstijl geeft aan tot welke groep je behoort: hoe je consumeert, converseert en reageert. Elke statusgroep heeft eigen regels. Daaruit kun je afleiden wat eervol is.

Tom Wolfe gebruikt dat in zijn werk: zijn personages behoren tot uiteenlopende leefwerelden, met aparte levensstijlen, aparte codes. Ze ijveren onderling voor elkaars erkenning en zijn beledigd wanneer ze die niet krijgen. Ook in meesterwerken zoals Tolstojs Anna Karenina of Guy de Maupassants Bel-Ami staan statusverschillen centraal.

Filosofen hebben de rol van vernedering minder onderkend. Ze hebben angst, verdriet, schuld of woede veel uitgebreider behandeld. Martha Nussbaum (dankzij Aristoteles) en Avishai Margalit geven wel een typering. Waarom snijdt deze emotie zo diep in de ziel?

Je ervaart vernedering wanneer iemand je status verlaagt, en dus je zelfrespect aantast.

Je ervaart vernedering wanneer iemand je status verlaagt, en dus je zelfrespect aantast. Dat wekt andere gevoelens op, zoals woede, afkeer of schaamte. Zo'n krenking kan een enorme wraakzucht uitlokken. Dat maakt haar een gevaarlijke emotie: de vernedering is de stille drijfveer achter heel wat (wan)gedrag. Zelfs al gebeurde ze onopzettelijk. Zo kan een politicus zich gekrenkt voelen na een verkiezingsnederlaag. Daarom is de vernedering zo'n complexe emotie: ze kan een lijden uitdrukken waarvoor er geen dader is. Dat geldt ook wanneer ze cultureel bepaald is: een man kan zich gekleineerd voelen door een vrouwelijke baas, omdat hij meent dat vrouwen zich ondergeschikt moeten opstellen.

Een vernedering is pijnlijk, omdat ze de kloof toont tussen wie je meent te zijn en wie je blijkt te zijn in de ogen van anderen. Je ijdelheid beïnvloedt dus je gevoeligheid. De verbeelding speelt een rol: een kleine daad wordt kwetsender, naarmate je er conclusies over je zelfbeeld aan verbindt. Niet met 'mevrouw' worden aangesproken, is pas erg als je denkt dat de ander je minacht.

Als je gevoelens van vernedering wilt vermijden, moet je je zelfrespect zo min mogelijk van anderen laten afhangen. Maar dat is niet makkelijk, en zeker niet voor wie zich snel vernederd voelt. Je kunt wel een voorbeeld nemen aan de stoïcijn: die blijft immuun voor vernedering - en voor haar tegendeel, lof - omdat hij zijn kijk op de werkelijkheid zelf bepaalt. Niet toevallig wordt de stoïcijnse levenswijze de uitweg voor Tom Wolfes meest innemende personage, in zijn magistrale roman A Man in Full.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.