Premier Charles Michel wil voor twee miljard aandelen van BNP Paribas verkopen en ze gebruiken om te investeren. Prima idee. In december 2015 al stelden wij precies hetzelfde voor aan de Vlaamse regering. Investeer het geld van de 'bank van hier' in de 'mensen van hier', zeiden Joris Vandenbroucke en John Crombez toen naar aanleiding van de inlossing van de KBC-schuld. Minister-president Geert Bourgeois vond dat absoluut niet kunnen, want "zo zouden we de Vlaamse begroting in het verderf storten". Twee jaar later telt dat argument blijkbaar niet voor Oosterweel, een investering die hij koste wat het kost buiten de Vlaamse begroting wil houden, omdat hij "de Vlaming niet wil laten bloeden voor Oosterweel". Wat is het nu, minister-president Bourgeois? Met welk geld gaat u nu investeren in de toekomst van Vlaanderen?

'Waarom overheidsinvesteringen cruciaal zijn voor een Europese relance'

Investeren om de uitdagingen van morgen het hoofd te bieden, is een noodzaak. Er is het mobiliteitsinfarct, er is de noodzakelijke overgang naar een koolstofarme economie, de vergrijzing vraagt om nieuwe zorg en de recente babyboom om onderwijsinfrastructuur. Een flinke scheut investeringen kan de sociale spanning en polarisering ook doen afnemen. Daar dient dan ook een begroting voor. Zo investeert België al 25 jaar rond de 2,5% van het BBP: een ruim procent via de gewesten en gemeenschappen, een klein percent via de lokale overheden en nog geen half procent via de federale overheid. Dat moet veranderen. De twee miljard extra investeringen van Charles Michel zijn nodig, niet eenmalig, maar minstens elk jaar.

Helaas zijn er niet zoveel opties om de investeringen duurzaam te verhogen. De meest logische piste is dat we de extra schulden die eruit voortvloeien, aanvaarden en afbetalen volgens afschrijving. Alleen zijn de investeringen van onze overheden vandaag even groot als het begrotingstekort. Meer investeren is een groter tekort toelaten. Een alternatief is om niet het hele investeringsbedrag in één keer maar enkel de jaarlijkse afschrijving van de investeringen in de begroting te schrijven. Dat laatste is de praktijk in de boekhouding van privébedrijven, maar Eurostat laat dat nu niet toe voor overheden. Die regel veranderen, zoals ook Paul De Grauwe voorstelt, zou in één klap veel investeringsruimte vrijmaken. Een derde optie is de Europese financiering zelf sterk op te drijven. Dat was alvast de bedoeling van het Juncker-investeringsplan. Maar die komt voorlopig niet verder dan minder dan 0,1% BBP rechtstreekse extra investering, peanuts dus. Een investeringsplan van 5% BBP leunt dichter aan bij de werkelijke noden in Europa.

De échte doorbraak kan - zoals zo vaak - van Duitsland komen. De Duitse overheidsinvesteringen zijn (samen met de Belgische) bij de laagste in Europa. De Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, wil koste wat het kost jaarlijks zijn schwarze Null (begrotingsevenwicht) houden. Duitsland toont op die manier wat het van de rest van de eurozone verwacht: schuld afbouwen tot je onder de 60% overheidsschuld zit. Waarom? Omdat het de regel is.

En dat is twee keer fout. Ten eerste rekent Schäuble slecht want de voorbije drie jaar had hij telkens een half percent overschot op de begroting. Op die manier werd 20 miljard euro per jaar gewoon niet geïnvesteerd. Dat budgettaire overschot is ronduit belachelijk op een moment dat in Duitsland de nood aan investeringen hoog is en de eurozone economie moeizaam herstelt.

Maar ten tweede is het ook bedenkelijke macro-economie van Schäuble: als Duitsland wil dat andere landen van de eurozone hun schuld afbouwen, dan moet het zelf tegengas geven om de eurozone economie niet te verzwakken. De Duitse sociaaldemocraten zijn trouwens al zover: zij willen het surplus uitgeven.

En daar zit potentieel in voor een groter Europees akkoord in. Want als nieuwbakken president Emmanuel Macron straks Angela Merkel ziet, kan hij wijzen op het feit dat Frankrijk het dubbele investeert van Duitsland (niet het minst militair). Het recept voor een Europese economische relance is dan ook duidelijk: investeer het Duitse begrotingsoverschot, zorg dat alle Europese bedrijven effectief meedingen voor die openbare aanbestedingen en verander die onzinnige budgettaire regels die de eurozone de voorbije jaren eigenlijk niks anders dan miserie hebben gebracht.

The time is now. In Vlaanderen, in België, in Duitsland en heel de eurozone. De oude infrastructuur is aan vernieuwing toe, de sociale, ecologische en veiligheidsuitdagingen zijn gigantisch en de productiviteit van de eurozone economie moet hoger. We kunnen ondanks alle aanmoedigingen en belastingvoordelen niet rekenen op de markt om die uitdagingen het hoofd te bieden. Het is tijd voor meer directe overheidsinvesteringen om onze samenleving nieuwe zuurstof in te blazen. En als die overheidsprojecten goed gekozen worden, zal ook de staatsschuld er uiteindelijk beter bij varen door de sterkere economische groei.

Premier Charles Michel wil voor twee miljard aandelen van BNP Paribas verkopen en ze gebruiken om te investeren. Prima idee. In december 2015 al stelden wij precies hetzelfde voor aan de Vlaamse regering. Investeer het geld van de 'bank van hier' in de 'mensen van hier', zeiden Joris Vandenbroucke en John Crombez toen naar aanleiding van de inlossing van de KBC-schuld. Minister-president Geert Bourgeois vond dat absoluut niet kunnen, want "zo zouden we de Vlaamse begroting in het verderf storten". Twee jaar later telt dat argument blijkbaar niet voor Oosterweel, een investering die hij koste wat het kost buiten de Vlaamse begroting wil houden, omdat hij "de Vlaming niet wil laten bloeden voor Oosterweel". Wat is het nu, minister-president Bourgeois? Met welk geld gaat u nu investeren in de toekomst van Vlaanderen? Investeren om de uitdagingen van morgen het hoofd te bieden, is een noodzaak. Er is het mobiliteitsinfarct, er is de noodzakelijke overgang naar een koolstofarme economie, de vergrijzing vraagt om nieuwe zorg en de recente babyboom om onderwijsinfrastructuur. Een flinke scheut investeringen kan de sociale spanning en polarisering ook doen afnemen. Daar dient dan ook een begroting voor. Zo investeert België al 25 jaar rond de 2,5% van het BBP: een ruim procent via de gewesten en gemeenschappen, een klein percent via de lokale overheden en nog geen half procent via de federale overheid. Dat moet veranderen. De twee miljard extra investeringen van Charles Michel zijn nodig, niet eenmalig, maar minstens elk jaar. Helaas zijn er niet zoveel opties om de investeringen duurzaam te verhogen. De meest logische piste is dat we de extra schulden die eruit voortvloeien, aanvaarden en afbetalen volgens afschrijving. Alleen zijn de investeringen van onze overheden vandaag even groot als het begrotingstekort. Meer investeren is een groter tekort toelaten. Een alternatief is om niet het hele investeringsbedrag in één keer maar enkel de jaarlijkse afschrijving van de investeringen in de begroting te schrijven. Dat laatste is de praktijk in de boekhouding van privébedrijven, maar Eurostat laat dat nu niet toe voor overheden. Die regel veranderen, zoals ook Paul De Grauwe voorstelt, zou in één klap veel investeringsruimte vrijmaken. Een derde optie is de Europese financiering zelf sterk op te drijven. Dat was alvast de bedoeling van het Juncker-investeringsplan. Maar die komt voorlopig niet verder dan minder dan 0,1% BBP rechtstreekse extra investering, peanuts dus. Een investeringsplan van 5% BBP leunt dichter aan bij de werkelijke noden in Europa. De échte doorbraak kan - zoals zo vaak - van Duitsland komen. De Duitse overheidsinvesteringen zijn (samen met de Belgische) bij de laagste in Europa. De Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, wil koste wat het kost jaarlijks zijn schwarze Null (begrotingsevenwicht) houden. Duitsland toont op die manier wat het van de rest van de eurozone verwacht: schuld afbouwen tot je onder de 60% overheidsschuld zit. Waarom? Omdat het de regel is. En dat is twee keer fout. Ten eerste rekent Schäuble slecht want de voorbije drie jaar had hij telkens een half percent overschot op de begroting. Op die manier werd 20 miljard euro per jaar gewoon niet geïnvesteerd. Dat budgettaire overschot is ronduit belachelijk op een moment dat in Duitsland de nood aan investeringen hoog is en de eurozone economie moeizaam herstelt. Maar ten tweede is het ook bedenkelijke macro-economie van Schäuble: als Duitsland wil dat andere landen van de eurozone hun schuld afbouwen, dan moet het zelf tegengas geven om de eurozone economie niet te verzwakken. De Duitse sociaaldemocraten zijn trouwens al zover: zij willen het surplus uitgeven. En daar zit potentieel in voor een groter Europees akkoord in. Want als nieuwbakken president Emmanuel Macron straks Angela Merkel ziet, kan hij wijzen op het feit dat Frankrijk het dubbele investeert van Duitsland (niet het minst militair). Het recept voor een Europese economische relance is dan ook duidelijk: investeer het Duitse begrotingsoverschot, zorg dat alle Europese bedrijven effectief meedingen voor die openbare aanbestedingen en verander die onzinnige budgettaire regels die de eurozone de voorbije jaren eigenlijk niks anders dan miserie hebben gebracht.The time is now. In Vlaanderen, in België, in Duitsland en heel de eurozone. De oude infrastructuur is aan vernieuwing toe, de sociale, ecologische en veiligheidsuitdagingen zijn gigantisch en de productiviteit van de eurozone economie moet hoger. We kunnen ondanks alle aanmoedigingen en belastingvoordelen niet rekenen op de markt om die uitdagingen het hoofd te bieden. Het is tijd voor meer directe overheidsinvesteringen om onze samenleving nieuwe zuurstof in te blazen. En als die overheidsprojecten goed gekozen worden, zal ook de staatsschuld er uiteindelijk beter bij varen door de sterkere economische groei.