Dat er in ons dichtbevolkte Vlaanderen veel druk is op de open ruimte, is een understatement. Vlaanderen zou bijna een miljoen hectare open ruimte hebben, maar daar wordt nog altijd elke dag 6 hectare van afgeknaagd. Een van de oplossingen ligt in dubbelgebruik: bepaalde zones inzetten voor meerdere doeleinden, zoals natuurwaarden creëren in landbouwgebied. De laatste maanden neemt Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) opvallende maatregelen om natuur en bos een dubbele functie te geven.
...

Dat er in ons dichtbevolkte Vlaanderen veel druk is op de open ruimte, is een understatement. Vlaanderen zou bijna een miljoen hectare open ruimte hebben, maar daar wordt nog altijd elke dag 6 hectare van afgeknaagd. Een van de oplossingen ligt in dubbelgebruik: bepaalde zones inzetten voor meerdere doeleinden, zoals natuurwaarden creëren in landbouwgebied. De laatste maanden neemt Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) opvallende maatregelen om natuur en bos een dubbele functie te geven. Natuur is het kneusje als het om het landgebruik in Vlaanderen gaat. Er zou ongeveer 31.000 hectare beschermde natuur in Vlaanderen zijn - ter vergelijking: er is ongeveer 700.000 hectare landbouwgrond. Hoeveel bos er is, is onduidelijk. Er circuleren uiteenlopende cijfers, omdat niet iedereen dezelfde boomsoorten meerekent als bos. Volgens de door experts bekritiseerde Boswijzer van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) was er in 2013 in Vlaanderen ongeveer 185.000 hectare bos. Er worden nog altijd aan de lopende band vergunningen voor ontbossing verleend, terwijl er problemen blijven met de bescherming van zonevreemde bossen. Toch groeit de indruk dat het Vlaamse bos het goed doet: de bossen verouderen, wat gunstig is voor de biodiversiteit. Zo doen bosvogels het de laatste tijd uitstekend. Minister Schauvliege liet onlangs evenwel een ballonnetje op over een nieuw bosplan. In plaats van mensen in bossen te laten wandelen of fietsen op goed aangeduide paden, met hier en daar speelstroken voor kinderen, zouden de bossen helemaal voor het publiek worden opengesteld, behalve op plekken die expliciet als verboden terrein worden aangeduid. In het jargon heet dat 'omgekeerde toegankelijkheid'. Zelfs boswachters van het ANB maken zich zorgen over de gevolgen van die maatregel voor de bescherming van het bosleven en de veiligheid van de bezoekers. 'De natuur is van iedereen, en de toegankelijkheid van natuur is afgesproken in het Vlaamse regeerakkoord', legt Schauvliege uit. 'Deze maatregel gaat over de 52.000 ha openbare bossen, die door de gemeenschap zijn betaald en dus voor de gemeenschap toegankelijk moeten zijn. Kwetsbare delen van het bos zal men uiteraard niet mogen betreden. Bijna alle politieke partijen gingen in het parlement akkoord met het project. De jeugdverenigingen zijn al jaren vragende partij om in het bos te mogen spelen zonder eerst een stapel paperassen in te moeten vullen. De beheerders van een openbaar bos zullen grondig moeten nadenken over de modaliteiten voor toegankelijkheid, en dat zal in het begin soms wat weerstand oproepen. Maar het komt wel goed.' Natuur- en bosverenigingen als Natuurpunt en BOS+, die steeds meer wrevel opwekken bij Schauvliege en haar kabinet, reageren sceptisch op het idee. Ze zijn uiteraard voorstander van speelbossen, maar ze menen dat die beter worden aangeduid in de buurt van dorpskernen en lokalen van jeugdverenigingen. Het voorstel van Schauvliege heeft uitsluitend betrekking op bossen van de Vlaamse overheid, maar welke bezoeker weet in welk soort bos hij of zij terechtkomt? Het spreekt voor zich dat niet alle bossen geschikt zijn om volledig open te worden gesteld voor de mens. Monotone aanplanten verdragen menselijk geweld beter dan kwetsbare bossen met zeldzame dieren en planten. In de praktijk hebben de meeste bossen en natuurgebieden al faciliteiten voor bezoekers, in de vorm van wandel- en fietsroutes met her en der aanduidingen van wat er te beleven valt. Natuur kan wel wat menselijke aanwezigheid verdragen. Het verwijt dat Natuurpunt soms van tegenstanders krijgt, dat de vereniging uitsluitend natuur voor haarzelf koopt, slaat nergens op: er zijn bijna geen natuurgebieden in Vlaanderen waarin geen ecotoerisme mogelijk is. Fietsers en wandelaars kunnen over heel Vlaanderen genieten van natuur en natuurvriendelijk bos beheerd door het ANB of verenigingen als Natuurpunt. Waarnemers maken zich ook zorgen om het feit dat jagersverenigingen aan het lobbyen zijn om in natuurgebieden te mogen jagen. Zo hebben ze hun oog laten vallen op de zogenaamde sigmagebieden: 5500 hectare prachtige en grootschalige waterrijke gebieden langs de Schelde en haar zijrivieren die moeten fungeren als buffer tegen overstromingen. De gebieden ontwikkelen zich als mooie natuur - een unicum in een regio waarin natuur vooral op de schop wordt genomen om plaats te maken voor 'rendabelere' bestemmingen. Sigmagebieden zijn erg aantrekkelijk voor ecotoerisme - denk maar aan de Kalkense Meersen (in de buurt van Wetteren) of de Kruibeekse polder. De jagers beroepen zich nu op het feit dat er bij de onteigeningen voor de realisatie van de sigmaplannen beloofd zou zijn dat de jachtrechten die toen verloren gingen, gecompenseerd zouden worden - een belofte van toenmalig minister-president Yves Leterme (CD&V). Jagers zijn op zoek naar extra jachtgebieden, zeker sinds Vogelbescherming Vlaanderen ontdekte dat ze massaal tuinen en andere privé- of overheidseigendommen (inbegrepen begraafplaatsen) laten inkleuren als 'speelterrein' voor hun natuuronvriendelijke activiteiten. Via de site www.schietinactie.be kunnen eigenaars controleren of hun tuin als jachtgebied is ingekleurd en die optie laten schrappen. Jagers verliezen dus terrein. Het ANB laat nagaan of jacht in sigmagebieden schadelijk kan zijn voor de natuurdoelstellingen. In het broedseizoen zou jacht sowieso onmogelijk zijn, op grote waterrijke gebieden ook. Als watervogels niet bejaagd worden, blijven ze zitten als er recreanten passeren, maar als er zelfs maar af en toe geschoten wordt, gaan ze bij elke menselijke verstoring in de brede omgeving massaal de lucht in. Steeds meer mensen ervaren jacht als een storend element in hun natuurbeleving. Als je natuur aantrekkelijk probeert te maken voor de maatschappij, is een natuuronvriendelijke activiteit als jacht er niet op zijn plaats. 'Mijn uitgangspunt is dat doortrekkende en overwinterende watervogels geen hinder mogen ondervinden van jacht in de sigmagebieden', legt Schauvliege uit. 'Een werkgroep van deskundigen heeft onderzocht welke natuurtypes compatibel zijn met welke vorm van jacht. In open, waterrijke gebieden wordt inderdaad beter niet gejaagd. In andere natuurtypes is jacht misschien wel een aantal dagen per jaar mogelijk, buiten de doortrekperiode van watervogels. Ik hoop dat wij de volgende maanden met de betrokken partijen een consensus bereiken over jacht in de sigmagebieden.' De jagers schermen in dit dossier met hun zichzelf aangemeten rol als noodzakelijke natuurbeheerders, want ze zouden bijdragen aan de bestrijding van schadelijke diersoorten als vossen en verwilderde ganzen. Ze gaan daarin ver. Toen ze in 2013 begonnen te ijveren voor jacht in het sigmagebied van Kruibeke, met als argument dat ze onder meer de everzwijnen zouden bestrijden, doken er ineens vier everzwijnen in het gebied op. Voor een goed begrip: het was de allereerste keer dat er everzwijnen gezien werden. De dieren bleken tam te zijn en vertoonden sporen van een leven in gevangenschap. Ze konden vrij gemakkelijk weer gevangen worden. Niets belet overigens dat bos- en natuurwachters van het ANB zelf beheersmaatregelen nemen, mocht dat wenselijk zijn. De schade die everzwijnen in de provincie Limburg veroorzaken, wordt nu misbruikt om te eisen dat er in natuurgebieden gejaagd moet kunnen worden, met hetzelfde argument van bestrijding als breekpunt. Het ANB vergoedt schade van everzwijnen aan landbouwgewassen en privé-eigendommen bijna nooit, omdat de dieren officieel tot het jachtwild behoren en er voor een schadevergoeding duidelijk moet worden gemaakt dat er vooraf maatregelen genomen werden om schade te vermijden, zoals het plaatsen van afsluitingen en rasters om de toegang voor de zwijnen te bemoeilijken. Zowel jagers als landbouwers doen in dit dossier wat ze graag doen: met scherp schieten op Natuurpunt. Ze worden daarin gesteund door politici van Open VLD - de enige partij in Vlaanderen die actief lobbyt voor de jacht. Het was ook Open VLD die het milieuvriendelijke voorstel van Schauvliege voor een verbod op het gebruik van plastic zakjes in winkels afschoot - ze is Vlaanderens meest milieuonvriendelijke partij. Open VLD vindt onder meer dat schade door everzwijnen verhaald moet kunnen worden op natuurverenigingen. Ze vindt overigens ook dat jagers een boete moeten krijgen als ze te weinig everzwijnen schieten. Die zien dat niet zitten zolang er plekken zijn waar ze niet mogen jagen, waardoor de bal weer in het kamp van de natuurverenigingen ligt. Schauvliege zit niet helemaal op dezelfde lijn: 'Ik heb faunazones afgebakend, waarbinnen alle betrokken partijen samen moeten bekijken hoe zij de steeds groeiende populatie everzwijnen binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen kunnen houden. Een te grote populatie everzwijnen bedreigt de natuur, de landbouw én de verkeersveiligheid. Je moet de Limburgse pers van de laatste maanden maar eens doornemen om dat te beseffen. Uiteraard kunnen natuurverenigingen die eigenaar zijn van een natuurgebied, weigeren daar te laten jagen. Als everzwijnen uit hun natuurgebieden schade berokkenen op een aanpalende eigendom, betaalt de overheid. Maar wanneer een private eigenaar geen jacht toestaat, kan hij zelf opdraaien voor de kosten van schade van everzwijnen.' Natuurpunt en natuurminnende biologen wijzen erop dat everzwijnen nuttig kunnen zijn in de natuur. Zeker in bossen dragen ze bij tot gezondere en meer diverse leefomstandigheden. De vraag is vooral of jacht in staat zal zijn de uitbreiding van het everzwijnbestand en de schade onder controle te brengen. Gezien de snelle aangroei van de populatie lijkt dat een utopie. Volgens Natuurpunt zal het openstellen van natuurgebieden voor jacht de everzwijnen net verjagen naar woonzones of landbouwgebieden, waarbij ze nog meer drukke wegen moeten oversteken dan nu al het geval is. Kortom: jacht in natuurgebieden zou het probleem vooral verplaatsen in plaats van het op te lossen. De jacht op everzwijnen is van een ander kaliber dan de jacht op duiven, konijnen en fazanten. Op everzwijnen wordt met kogels gejaagd, niet met hagel. Die kunnen naar verluidt op kilometers afstand nog gevaarlijk zijn voor mensen. Everzwijnjacht is dus risicovol voor argeloze natuurliefhebbers, zeker omdat er drijfjachten nodig zijn om kans op succes te hebben - everzwijnen zijn slimme beesten. De vraag rijst dan wie er verantwoordelijk zal zijn als er in een bos met 'omgekeerde toegankelijkheid' door de everzwijnjacht een menselijk slachtoffer valt.