In haar bejubelde show Nanette vertelt de lesbische comédienne Hannah Gadsby dat ze genoeg heeft van gemakkelijke zelfspot. Als je je in de marges van de samenleving bevindt, is het op den duur niet meer grappig om met jezelf de draak te steken, zegt ze. De Australische Gadsby groeide op in het conservatieve Tasmanië, waar men volgens haar meer wist van eenhoorns dan van lesbiennes.
...

In haar bejubelde show Nanette vertelt de lesbische comédienne Hannah Gadsby dat ze genoeg heeft van gemakkelijke zelfspot. Als je je in de marges van de samenleving bevindt, is het op den duur niet meer grappig om met jezelf de draak te steken, zegt ze. De Australische Gadsby groeide op in het conservatieve Tasmanië, waar men volgens haar meer wist van eenhoorns dan van lesbiennes. Ook in Vlaanderen hebben lesbische vrouwen lange tijd aan de randen van de samenleving verbleven - en volgens sommigen bevinden ze zich daar nog altijd. En ook hier is collectief weinig bekend over de emancipatiestrijd, de identiteit, de subcultuur en de specifieke problemen van lesbiennes. Homoseksuele mannen traden al kort na de Tweede Wereldoorlog georganiseerd op de voorgrond, lesbiennes werden pas op het einde van de jaren 1970 zichtbaar in de homobeweging. 'In de eerste decennia van de homobeweging speelden lesbiennes, zoals in de rest van de samenleving, geen enkele rol', staat te lezen op de website holebipioniers.be. 'Het woord lesbienne werd voor die tijd ook nauwelijks gebruikt, omdat lesbiennes feitelijk onzichtbaar waren.' 'Terwijl de allereerste Belgische vereniging voor homo's en lesbiennes in 1953 door Suzan Daniel, een vrouw, is opgericht', zegt Marian Lens (59), een lesbische activiste die in Brussel tussen 1985 en 2002 de enige lesbische boekhandel in de wereld openhield, en die vandaag met haar vzw L-Tour lesbische rondleidingen in de hoofdstad organiseert. 'Toen de homo's erbij kwamen, hebben die Suzan Daniel eruitgezet, omdat ze niet aan een vrouw de leiding wilden geven. In tegenstelling tot wat vaak wordt geschreven, waren wij er dus wel vanaf het prille begin bij. Alleen blijft de bijdrage van de lesbiennes in de geschiedschrijving van de holebibeweging altijd onderbelicht, omdat we maar vrouwen zijn.' Marian Lens, die bekendstaat als een radicale en compromisloze lesbienne, vindt het in dat licht typisch dat in een documentairereeks over holebipioniers alleen homoseksuele mannen worden opgevoerd. 'Ik vroeg laatst aan een van de mannen die in Voor de mannen wordt geïnterviewd: waar zijn de lesbiennes? Dit is toch de 21e eeuw? Daar zat hij wel wat mee verveeld.' Binnen de vroege holebibeweging stonden homo's en lesbiennes dus vaak op gespannen voet, omdat de lesbiennes vonden dat de mannen het laken naar zich toe trokken, terwijl de lesbiennes en hun eisen in de schaduw bleven staan. Zichtbaarheid verwerven en strijden tegen mannelijke dominantie waren dan ook belangrijke redenen voor activistische lesbiennes om zich in de jaren 1970, op het elan van de tweede feministische golf, aan te sluiten bij de vrouwenbeweging. Niet dat er sprake was van een overrompeling: de zichtbare, geëngageerde lesbiennes vormden toen in Vlaanderen een klein netwerk, voor wie de vrouwenbeweging een soort ontmoetingsplek werd. 'In die tijd kenden wij elkaar allemaal in Vlaanderen. Onze namen konden heel gemakkelijk in één adresboekje', vertelt Mips Meyntjens (64), een lesbische feministe die in de jaren 1980 actief werd in lesbische verenigingen en vormingsactiviteiten organiseerde voor lesbische vrouwen. De vrouwenbeweging van de jaren 1970 was strijdlustig op vele fronten, maar de rechten van lesbiennes waren zeker geen prioriteit. Meer nog, na verloop van tijd werden de lesbiennes door heteroseksuele feministes als een blok aan het been gezien. 'Eigenlijk waren wij ook daar absoluut niet welkom', zegt Marian Lens. 'Wij gaven de vrouwenbeweging een slechte naam.' Mips Meyntjens, die zelf uit de vrouwenbeweging kwam, is genuanceerder in haar oordeel. 'De tweede feministische golf eiste gelijke rechten voor alle vrouwen. Een tijdlang liep dat goed. Maar op een gegeven moment, naarmate wij groeiden als tegenmacht, kwamen ook de verschillen aan de oppervlakte. Lesbische vrouwen wilden zichtbaar zijn en daar hadden heterovrouwen het moeilijk mee, omdat ze bang waren dat de lesbiennes in de vrouwenbeweging heterovrouwen zouden afschrikken, en de verwezenlijking van hun eisen zouden bemoeilijken.' Zo ontstonden vanaf het midden van de jaren 1970 autonome, vaak radicaalfeministische lesbische verenigingen, zoals Sappho in Gent. Boos over het gebrek aan solidariteit in de vrouwenbeweging gingen lesbiennes in de jaren 1980 - naast de Vrouwendag - een aparte lesbiennedag organiseren. Psychologe en auteur Majo Van Ryckeghem (1950) publiceerde in 1992 met Thuiskomen: scènes uit een lesbisch bestaan een bestseller waarin expliciet lesbische seksualiteit werd beschreven. De toenmalige BRTN liet haar uitgebreid aan het woord in een praatprogramma, wat op de Vlaamse televisie gold als een primeur. In het boek rekent Van Ryckgehem af met het beeld van de militante, zelfbewuste lesbienne. Ze beschrijft het jarenlange gevecht met haar lesbische geaardheid en de angst, onzekerheid en schaamte die ermee gepaard ging. 'Toen ik in de jaren 1970 psychologie studeerde, leerden we dat homoseksualiteit een perversie van voorbijgaande aard was. Lesbische vrouwen hadden gewoon nog niet de stap naar mannen durven te zetten', vertelt Van Ryckeghem. Lesbische activisten zaten in hun maag met de toon van het boek, maar het verhaal van Van Ryckeghem was dat van veel lesbiennes van haar generatie. 'Ik ben geboren in Oostkamp, een dorp op 7 kilometer van Brugge, in een middenstandsgezin, waarin het heel belangrijk is wat andere mensen over je zeggen. Hoewel ik al heel vroeg verliefd werd op een leidster van de jeugdbeweging, heb ik mijn lesbische geaardheid lang proberen te onderdrukken. Het was een verschrikkelijke worsteling. Ik heb er als 18-jarige aan gedacht om er een einde aan te maken. Vervolgens heb ik heel erg mijn best gedaan, zoals de meeste lesbiennes van mijn generatie, om me te voegen naar wat van mij werd verwacht. In 1974 ben ik getrouwd. Als ik eerlijk was geweest tegenover mijn lichaam, had ik de vrouwenliefde moeten volgen, maar daarvoor had ik toen de moed niet. Ik wilde mijn ouders niet teleurstellen en ik had geen enkel rolmodel in mijn omgeving. En dus heb ik een poging gedaan om hetero te zijn. Ik herinner me nog de eerste keer met een man: heel mijn lijf verzette zich ertegen.' Haar echtgenoot wist van haar twijfels, maar ze wilden het toch samen proberen. 'We dachten dat onze liefde de problemen wel zou overwinnen. In 1976 is mijn dochter geboren, in 1978 mijn zoon, maar in 1980 was het voor mij niet meer houdbaar. Als ik nog langer met een man getrouwd bleef, zou ik in de psychiatrie belanden', vertelt Van Ryckeghem. 'In die tijd werden trouwens veel lesbische vrouwen van wie het huwelijk niet goed liep nogal gemakkelijk naar de psychiatrie doorverwezen. Mijn man en ik zijn vervolgens samen mijn ouders gaan vertellen dat we wilden scheiden en waarom. Het contact met mijn ouders en met mijn zus is nadien jarenlang erg moeizaam geweest. Mijn lesbische geaardheid werd doodgezwegen. Op familiefeesten werd ik niet meer uitgenodigd.' Van Ryckeghem legde zich na haar scheiding als psychotherapeute toe op de noden van lesbiennes en was actief in het vrouwenhuis in Leuven. Ook zij maakte de spanningen mee tussen lesbische vrouwen en heteroseksuele vrouwen. 'Zo was er een grote discussie over de vraag of er in het vrouwenhuis een canapé mocht komen of niet. Want was zou er op die canapé gebeuren? (lacht) En wat zou de buitenwereld denken, waar nu al het idee leefde dat vrouwenhuizen lesbische bolwerken waren.' Van Ryckeghem vindt het jammer dat lesbische vrouwen binnen de vrouwenbeweging vaak niet de erkenning kregen die ze verdienden. 'Veel vrouwenhuizen en vluchthuizen voor vrouwen zijn mee opgericht door lesbische vrouwen. Wij liepen vooraan in de abortusbetogingen. Wij hebben vaak een voortrekkersrol gespeeld.' Na de publicatie van haar boek ging ze overal in Vlaanderen lezingen houden om goodwill te creëren en vooroordelen weg te nemen. 'Het is een open deur, maar niet het lesbisch of homo zijn is het probleem, wel de reactie van de maatschappij erop.' Ook Mips Meyntjens was even met een man getrouwd en werd zich pas op haar dertigste echt bewust van haar lesbische geaardheid. 'Het vergde voor mijn generatie lesbiennes veel moed om ermee naar buiten te komen. Wij leefden in een tijd dat lesbiennes het stempel abnormaal kregen.' Het maatschappelijke klimaat was vijandig, vertelt Meyntjens, het stond absoluut niet naar acceptatie. 'Ik organiseerde midden de jaren 1980 weekends voor lesbische vrouwen en vrouwen die twijfelden aan hun seksuele identiteit. Maar dat was ook de tijd van de opgang van het Vlaams Blok. Wij waren echt bang dat als het Vlaams Blok er lucht van kreeg, ze bij ons voor de deur zouden staan.' Meyntjens herinnert zich ook een van allereerste Prides, die toen nog Roze Zaterdagen heetten, in 1981 in Antwerpen. 'Wij liepen van het Sint-Jansplein naar de Groenplaats. We waren hooguit met z'n 300, vooral homo's, maar toch ook wat lesbiennes. Maar de hele Meir stond vol met mensen die naar ons kwamen kijken: we leken wel apen uit de Zoo. Als je dan bedenkt dat er op de Pride in Brussel dit voorjaar 100.000 deelnemers waren.' In tegenstelling tot nogal wat lesbische generatiegenoten heeft de perfect tweetalige Marian Lens, sociologe van opleiding, principieel nooit een relatie met een man willen hebben. 'Ik was als klein meisje al een rebel', vertelt ze. 'Wij waren met vier kinderen thuis, twee jongens en twee meisjes, maar de meisjes waren de enigen die moesten meedraaien in het huishouden. Dat kon ik niet aanvaarden.' Als enige uit een klas van 25 meisjes in een school in de Brusselse rand ging Lens aan de universiteit studeren. Omdat haar broers wel op kot mochten en zij niet, trok ze op haar negentiende de deur van het ouderlijk huis achter zich dicht. 'Het was een moeilijke tijd. Ik moest een lening zien te vinden om mijn studie en appartement te betalen. Tien jaar lang heb ik mijn familie niet willen zien. Ik voelde me ontzettend eenzaam. Een paar van mijn vriendinnen hebben in die tijd zelfmoord gepleegd. Want alle lesbiennes die toen openlijk voor hun geaardheid uitkwamen, waren thuis buiten de deur gezet of weggelopen.' Voor Marian Lens zijn de categorieën man en vrouw zuiver maatschappelijke constructies. 'Wij zijn allemaal tot man of tot vrouw opgevoed. In een andere maatschappij, waarin sociale verschillen en machtsverhoudingen geen rol meer spelen, kan ik me voorstellen dat ik een relatie zou hebben met om het even welk menselijk wezen. Maar in deze door en door ongelijke maatschappij is dat voor mij ondenkbaar', aldus Lens. Lesbiennes als Lens vinden hetero-feministen daarom maar halfbakken, omdat een consequent feminisme ook 'de heteroseksuele norm' en de daaruit voortkomende 'ongelijkheid tussen mannen en vrouwen' ter discussie zou moeten stellen. 'Lesbienne zijn is voor mij een politiek standpunt', zegt Lens. 'Maar ik was dan ook een heel radicale activiste. Ik ben niet naar het huwelijk gegaan van mijn broer en mijn zus, want dat vond ik apartheid. (lacht) Zolang lesbiennes en homo's niet dezelfde rechten hadden, wilde ik daar niets mee te maken hebben.' Dat je ervoor kunt kiezen om lesbisch te zijn, zullen veel lesbiennes betwisten, tenzij je misschien biseksueel bent, maar voor de generatie lesbische pioniers die in de jaren 1970 op de voorgrond trad, was je als lesbische vrouw uiten wel een urgente politieke daad. 'Het persoonlijke is politiek, was de slogan van de feministes maar ook van ons lesbiennes', zegt Mips Meyntjens. 'Daarom was onze identiteit naar buiten brengen voor ons zo belangrijk.' 'Mensen vragen mij vaak: waarom moet jij zo nodig zeggen dat je lesbisch bent, dat is toch iets persoonlijks?' vertelt Majo Van Ryckeghem. 'Maar dat komt omdat wij onze plek moeten veroveren in een samenleving waar heteroseksualiteit de norm is. Wij willen bestaan en gezien worden. Laten we het omkeren, antwoord ik vaak. Stel dat je hetero bent, maar iedereen neemt voetstoots aan dat je lesbisch of homoseksueel bent. Vroeger, toen ik nog militanter was, liep ik altijd hand in hand met mijn vriendin over straat, als statement.' Was de maatschappelijke acceptatie in de jaren 1970 en 1980 nog heel moeilijk, op de arbeidsmarkt lag de situatie enigszins anders. Onderzoek wees uit dat lesbische vrouwen soms beter verdienden dan heterovrouwen. Mips Meyntjens, econome van opleiding en vandaag loopbaancoach, weet waarom. 'Vooral multinationals, die vaak een vooruitstrevende rol spelen op het vlak van personeelsbeleid, deinsden er niet voor terug om lesbiennes in dienst te nemen. Binnen die grote bedrijven zag je dan ook dat lesbiennes, of toch de carrièrevrouwen onder de lesbiennes die zich letterlijk bijna als mannen gedroegen, vlot promotie konden maken. Want men dacht: deze vrouwen hebben geen kinderen en zullen zich helemaal op hun werk storten.' Maar in de samenleving als geheel bleven lesbiennes een anonieme groep, ook in vergelijking met homoseksuele mannen. 'Dat ligt mede aan de algemene maatschappelijke trend dat vrouwen onzichtbaarder zijn dan mannen, en aan het feit dat vrouwen wordt geleerd om de aandacht niet naar zich toe te trekken', zegt Majo Van Ryckeghem. 'Ook homo's voldoen niet aan de gangbare normen van mannelijkheid', stelt Mips Meyntjens. 'Maar als die zich profileerden als anders, als kunstenaar, schrijver of performer, vonden zij veel gemakkelijker de weg naar de media dan lesbische vrouwen. De eerste mannen die in Vlaanderen als homo naar buiten traden, waren mannen die op vele vlakken het lef hadden om anders te zijn. En die soms van hun homoseksualiteit handig gebruik wisten te maken om hun artistieke status te versterken.' Een andere reden waarom lesbiennes minder in de kijker lopen en in de geschiedenis ook minder gevaar liepen voor vervolging dan homoseksuele mannen, is het gangbare beeld van lesbische seksualiteit. Die werd en wordt door sommigen niet als volwaardige seks gezien. 'Twee vrouwen kunnen geen echte seks hebben, want er komt geen piemel aan te pas - dat idee', aldus Mips Meyntjens. 'Toen ik voor een boek lesbiennes ging interviewen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt, zeiden zij: wij werden niet opgepakt, hoor, de mannen wel. Want wat die deden was voor de nazi's pas echt een aanfluiting van de seksualiteit tussen man en vrouw en de gevestigde orde. Als lesbische vrouwen zich koest hielden, konden ze door de mazen van het net glippen. Twee vrouwen die samenwoonden, dat waren zussen of ongehuwde vriendinnen. Maar je had in die jaren ook strijdbare lesbiennes, die andere vrouwen duidelijk maakten dat ze lesbisch waren door zich te gaan kleden als mannen. Ze knipten hun haar kort en droegen driedelige pakken. Tegen die vrouwen werd wél geweld gebruikt, omdat ze de vrouwen inpikten die voor heteromannen waren bedoeld.' In verband met de relatieve onzichtbaarheid van lesbiennes in het sociale verkeer wijst Majo Van Ryckeghem ook op het simpele feit dat vrouwen er in onze samenleving ook vandaag nog het liefst zo vrouwelijk mogelijk uitzien. 'Als je een eerder mannelijke lesbienne bent zoals ik, word je als vrouw niet voor vol aangezien. Ik ben nu gepensioneerd, maar ik werkte tot voor kort. Een vrouwelijke collega slaagde erin om drie jaar na elkaar op de nieuwjaarsreceptie, nadat ze wat gedronken had, naar mij toe te komen en te zeggen: 'Majo, wanneer zien we je eens in een rokje?' Maar heel wat heterovrouwen hebben natuurlijk ook met dit soort sociale druk te maken.' 'Als een lesbienne vandaag mooi en lief is en geen kritiek uit, zoals een vrouw hoort te zijn, stoort ze bijna niemand', vult Marian Lens aan. 'Maar ik vind: als er ongelijkheid is, moet je kwaad worden. Dan is het krankzinnig om lief te vragen: "Sorry, kunnen de zaken misschien wat anders worden georganiseerd? Nee? Dat geeft niet hoor, dan zal het voor een andere eeuw zijn." Ik ontmoet tijdens mijn rondleidingen ook jonge lesbiennes die anno 2018 van hun bazen opmerkingen krijgen omdat ze er niet vrouwelijk genoeg uitzien.' Anderzijds moeten vrouwelijke lesbiennes opboksen tegen andere vooroordelen. Van hen wordt niet zelden gedacht dat ze niet echt lesbisch zijn, en dat het wel zal overwaaien als ze eenmaal de juiste man hebben ontmoet. Lens wijst er ook op dat in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, ook lesbiennes met homofobie te maken krijgen en dat het leven van 'zichtbare' lesbische stellen niet noodzakelijk makkelijker is dan dat van homoseksuele stellen. 'Lesbiennes zullen homofobie en geweld alleen niet zo snel aan de grote klok hangen', zegt ze. Haar vriendin vond drie jaar geleden haatdragende briefjes op hun voordeur en auto in de straat waar ze wonen. 'Mijn vriendin, die in tegenstelling tot ikzelf nooit activiste is geweest, is daar heel erg van geschrokken. We zijn wel aangifte gaan doen maar hebben er geen zaak van gemaakt op Facebook of in de media. Mijn vriendin wilde dat niet, en de meeste lesbische vrouwen willen dat niet. Ze zijn bang voor de gevolgen op hun werk als men te weten komt dat ze lesbisch zijn. Hoe kwetsbaarder een groep op sociaaleconomisch vlak, hoe moeilijker het is om voor je rechten op te komen.' In de jaren 1990 beleefde de holebi- en transgenderbeweging een boom. Dankzij de nieuwe generatie die aan het roer kwam, verliep de interne samenwerking stukken beter en intussen was ook de tijdgeest klaar voor grotere openheid jegens homo's en lesbiennes. In Vlaanderen waren televisiepresentatrices Alexandra Potvin en Yasmine de eerste bekende lesbiennes die zich outten als koppel. Vanaf 2000 kwamen er met het homohuwelijk, het openstellen van adoptie voor koppels van hetzelfde geslacht en de nieuwe wet op het meemoederschap belangrijke wetgevende doorbraken. Ook de verspreiding van nieuwe voortplantingstechnieken vergrootte de keuzevrijheid van lesbische vrouwen. 'In onze tijd stond ivf bijvoorbeeld nog in de kinderschoenen. Lesbische vrouwen die per se een gezin wilden, hebben daarom in eerste instantie toch vaak voor een heterohuwelijk gekozen', zegt Mips Meyntjens. Over het algemeen, vindt ze, is de maatschappelijke houding tegenover homo's en lesbiennes in Vlaanderen in nauwelijks een paar decennia ongelooflijk veranderd. 'Een soap als Thuis, met de lesbische dokter Ann, heeft in dat opzicht ook wonderen verricht. Al is er nog een lange weg te gaan.' Het is inderdaad te vroeg om victorie te kraaien, vindt Majo Van Ryckeghem. 'Ik zie de emancipatiestrijd van lesbische vrouwen als een processie van Echternach', zegt ze. 'Drie stappen vooruit en dan weer twee stappen achteruit. Voor jonge lesbiennes is het in Vlaanderen nog lang niet altijd eenvoudig. Mentaliteitsveranderingen vergen nu eenmaal tijd. Thuis kan er soms niet over worden gesproken, ze worden gepest op school, ze hebben meer psychische problemen en plegen ook vaker zelfmoord dan hun hetero-leeftijdsgenoten. Voeg daarbij de lesbiennes met een migratieachtergrond en de etnisch-cultureel gemengde stellen, die vandaag vaak te maken hebben met dezelfde afkeuring als toen wij jong waren.' Een ander punt van zorg, besluit Van Ryckeghem, zijn hoogbejaarde lesbiennes. 'Zelfs degenen die tijdens hun actieve leven heel strijdbaar zijn geweest, kruipen in het verzorgingstehuis soms opnieuw in de kast uit angst voor afwijzing. Ze hebben de puf niet meer om het gevecht nog eens aan te gaan.'