De burger heeft gekozen. Tijd om de balans op te maken. In 1921 trokken de Belgische vrouwen voor het eerst naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Maar bijna een eeuw later is er nog altijd geen sprake van pariteit. In Vlaanderen zijn 2.840 vrouwen verkozen, wat neerkomt op 38,4% van alle verkozenen. Het gaat om een zeer kleine stijging met nauwelijks 2,2 procentpunten in vergelijking met de vorige gemeenteraadsverkiezingen. In Wallonië is de situatie vergelijkbaar met 38,6% vrouwelijke verkozenen. Al is de vooruitgang daar net iets groter: 3,7%. Dat betekent dat nog altijd ruim 6 op 10 van de verkozenen in Vlaanderen en Wallonië mannen zijn. Het Brussels Gewest doet het beduidend beter met een aandeel van 48,8 % verkozen vrouwelijke gemeenteraadsleden.

Waarom geen quota voor mannen en vrouwen in lokale besturen?

Het aantal kandidaten met een migratieachtergrond bedroeg voor deze gemeenteraadsverkiezingen gemiddeld 14%. . Dat is een aanzienlijke stijging in vergelijking met 2012 (9,5%) en 2006 (6,7%). Dat resulteerde in 12% verkozen gemeenteraadsleden met migratieachtergrond. Toch weerspiegelen gemeenteraden ook wat betreft migratieachtergrond nog niet de samenstelling van de bevolking. De ondervertegenwoordiging van vrouwen en burgers met migratieachtergrond is een democratisch tekort. De geschiedenis van de vrouwenvertegenwoordiging toont hoe belangrijk structurele ingrepen zijn om hier verandering in te brengen.

Quota werken

Het aantal verkozen vrouwelijke gemeenteraadsleden blijft lange tijd beperkt tot enkele witte raven. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 worden er in heel België 196 vrouwen verkozen of minder dan 1% van het totaal aantal gemeenteraadsleden. Tijdens het hele interbellum wijzigt die pijnlijke realiteit niet. Na de Tweede Wereldoorlog stijgt het aantal vrouwelijk gemeenteraadsleden erg traag. Het noopt de vrouwenbeweging tot actie. Vanaf de jaren zeventig worden stem-vrouwcampagnes opgezet die ook resultaat opleveren. Toch blijft de stijging beperkt tot enkele procentpunten. De vrouwenbeweging pleit dan ook voor structurele maatregelen om meer vrouwen in de de politieke besluitvorming te krijgen. Wat baat het immers om op te roepen voor vrouwen te stemmen als ze geen verkiesbare plaats krijgen?

Toch duurt het nog tot 1994 alvorens de eerste quotawet gestemd wordt. Quota leggen voorwaarden op wat betreft het aantal vrouwen en mannen op de lijst. Dat wordt later uitgebreid naar hun plaats op de lijst. Ze blijken een bijzonder efficiënt instrument om een versnelling hoger te schakelen. Het aantal vrouwelijke verkozenen stijgt nu veel sneller. In alle gewesten mag vandaag het verschil tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke kandidaten niet meer dan één bedragen. In Vlaanderen geldt de rits, de verplichte afwisseling tussen vrouwen en mannen, enkel voor de kop van de lijst terwijl ze in Wallonië en Brussel voor de hele lijst geldt.

Pariteit voor uitvoerende mandaten

Hoewel het aantal verkozen vrouwen in de gemeenteraden stijgt, blijven de schepencolleges achter. Zo waren er op het einde van de vorige legislatuur weliswaar 37% vrouwelijke gemeenteraadsleden maar slechts 34% vrouwelijke schepenen en 16% vrouwelijke burgemeesters. Het wordt dus tijd om quota ook voor de uitvoerende mandaten in te voeren. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam alvast het voortouw. In 2018 vaardigde het een ordonnantie uit die de pariteit tussen vrouwen en mannen in het schepencollege vooropstelt. Uitzonderingen zijn mogelijk maar maximum twee derde van de schepenen mogen van hetzelfde geslacht zijn. Het is nu wachten op Vlaanderen om de rits op te leggen voor de hele lijst en ook quota in te voeren voor de uitvoerende mandaten. Een eis die breed gedragen wordt door de vrouwenbewegingen in België, onder meer door de Vrouwenraad en Stem Vrouw.

Alle talent aan boord

Quota riepen en roepen nog altijd vaak weerstand op. De toonaangevende misvatting is kwaliteit: de beste moet de meeste kansen krijgen. Alleen wordt zo vergeten dat éénzijdig kijken naar één groep net betekent dat talent gemist wordt. En dan gaat het niet alleen om gelijkheid vrouw/man, maar ook om kleur of sociaaleconomische achtergrond. De expertise van vrouwen (en mannen) (van kleur) wordt te vaak over het hoofd gezien.

Quota zetten aan om juist de blinde vlekken onder ogen te zien waaronder een pak culturele conventies, verwachtingspatronen en buikgevoelens ten aanzien van vrouwen en mannen, burgers met migratieachtergrond... Dat raderwerk speelt een rol bij wie kansen krijgt en wie niet. De rol van het old boys network mag niet onderschat. Quota trekken het ongelijke startpunt van sommigen recht. En ook mét quota krijgt de oververtegenwoordigde groep trouwens nog altijd gelijke kansen.

Opvallend is dat quota helemaal niet in vraag gesteld worden als het om het taalevenwicht tussen Nederlandstaligen en Franstaligen gaat. Waarom dan geen quota die een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen ook effectief garanderen in de lokale besturen? Het lokale beleid kan er alleen maar beter op worden. Want wie zou durven beweren dat de politiek erop achteruit gegaan is sinds meer vrouwen participeren?

Sofie De Graeve

Woordvoerster Furia

Furia is de feministische en pluralistische overleg- en actiegroep die jaarlijks op 11 november (www.furiavzw.be/vrouwendag) organiseert.

De burger heeft gekozen. Tijd om de balans op te maken. In 1921 trokken de Belgische vrouwen voor het eerst naar de stembus voor de gemeenteraadsverkiezingen. Maar bijna een eeuw later is er nog altijd geen sprake van pariteit. In Vlaanderen zijn 2.840 vrouwen verkozen, wat neerkomt op 38,4% van alle verkozenen. Het gaat om een zeer kleine stijging met nauwelijks 2,2 procentpunten in vergelijking met de vorige gemeenteraadsverkiezingen. In Wallonië is de situatie vergelijkbaar met 38,6% vrouwelijke verkozenen. Al is de vooruitgang daar net iets groter: 3,7%. Dat betekent dat nog altijd ruim 6 op 10 van de verkozenen in Vlaanderen en Wallonië mannen zijn. Het Brussels Gewest doet het beduidend beter met een aandeel van 48,8 % verkozen vrouwelijke gemeenteraadsleden.Het aantal kandidaten met een migratieachtergrond bedroeg voor deze gemeenteraadsverkiezingen gemiddeld 14%. . Dat is een aanzienlijke stijging in vergelijking met 2012 (9,5%) en 2006 (6,7%). Dat resulteerde in 12% verkozen gemeenteraadsleden met migratieachtergrond. Toch weerspiegelen gemeenteraden ook wat betreft migratieachtergrond nog niet de samenstelling van de bevolking. De ondervertegenwoordiging van vrouwen en burgers met migratieachtergrond is een democratisch tekort. De geschiedenis van de vrouwenvertegenwoordiging toont hoe belangrijk structurele ingrepen zijn om hier verandering in te brengen. Het aantal verkozen vrouwelijke gemeenteraadsleden blijft lange tijd beperkt tot enkele witte raven. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 worden er in heel België 196 vrouwen verkozen of minder dan 1% van het totaal aantal gemeenteraadsleden. Tijdens het hele interbellum wijzigt die pijnlijke realiteit niet. Na de Tweede Wereldoorlog stijgt het aantal vrouwelijk gemeenteraadsleden erg traag. Het noopt de vrouwenbeweging tot actie. Vanaf de jaren zeventig worden stem-vrouwcampagnes opgezet die ook resultaat opleveren. Toch blijft de stijging beperkt tot enkele procentpunten. De vrouwenbeweging pleit dan ook voor structurele maatregelen om meer vrouwen in de de politieke besluitvorming te krijgen. Wat baat het immers om op te roepen voor vrouwen te stemmen als ze geen verkiesbare plaats krijgen? Toch duurt het nog tot 1994 alvorens de eerste quotawet gestemd wordt. Quota leggen voorwaarden op wat betreft het aantal vrouwen en mannen op de lijst. Dat wordt later uitgebreid naar hun plaats op de lijst. Ze blijken een bijzonder efficiënt instrument om een versnelling hoger te schakelen. Het aantal vrouwelijke verkozenen stijgt nu veel sneller. In alle gewesten mag vandaag het verschil tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke kandidaten niet meer dan één bedragen. In Vlaanderen geldt de rits, de verplichte afwisseling tussen vrouwen en mannen, enkel voor de kop van de lijst terwijl ze in Wallonië en Brussel voor de hele lijst geldt. Hoewel het aantal verkozen vrouwen in de gemeenteraden stijgt, blijven de schepencolleges achter. Zo waren er op het einde van de vorige legislatuur weliswaar 37% vrouwelijke gemeenteraadsleden maar slechts 34% vrouwelijke schepenen en 16% vrouwelijke burgemeesters. Het wordt dus tijd om quota ook voor de uitvoerende mandaten in te voeren. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest nam alvast het voortouw. In 2018 vaardigde het een ordonnantie uit die de pariteit tussen vrouwen en mannen in het schepencollege vooropstelt. Uitzonderingen zijn mogelijk maar maximum twee derde van de schepenen mogen van hetzelfde geslacht zijn. Het is nu wachten op Vlaanderen om de rits op te leggen voor de hele lijst en ook quota in te voeren voor de uitvoerende mandaten. Een eis die breed gedragen wordt door de vrouwenbewegingen in België, onder meer door de Vrouwenraad en Stem Vrouw. Quota riepen en roepen nog altijd vaak weerstand op. De toonaangevende misvatting is kwaliteit: de beste moet de meeste kansen krijgen. Alleen wordt zo vergeten dat éénzijdig kijken naar één groep net betekent dat talent gemist wordt. En dan gaat het niet alleen om gelijkheid vrouw/man, maar ook om kleur of sociaaleconomische achtergrond. De expertise van vrouwen (en mannen) (van kleur) wordt te vaak over het hoofd gezien. Quota zetten aan om juist de blinde vlekken onder ogen te zien waaronder een pak culturele conventies, verwachtingspatronen en buikgevoelens ten aanzien van vrouwen en mannen, burgers met migratieachtergrond... Dat raderwerk speelt een rol bij wie kansen krijgt en wie niet. De rol van het old boys network mag niet onderschat. Quota trekken het ongelijke startpunt van sommigen recht. En ook mét quota krijgt de oververtegenwoordigde groep trouwens nog altijd gelijke kansen. Opvallend is dat quota helemaal niet in vraag gesteld worden als het om het taalevenwicht tussen Nederlandstaligen en Franstaligen gaat. Waarom dan geen quota die een gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen ook effectief garanderen in de lokale besturen? Het lokale beleid kan er alleen maar beter op worden. Want wie zou durven beweren dat de politiek erop achteruit gegaan is sinds meer vrouwen participeren? Sofie De GraeveWoordvoerster FuriaFuria is de feministische en pluralistische overleg- en actiegroep die jaarlijks op 11 november (www.furiavzw.be/vrouwendag) organiseert.