'Hij houdt van de lichtstad, hij houdt van Parijs. Jarenlang ging hij elke zomer naar Parijs, met zijn vrouw en gezin. Ik had hem een tijdje niet gezien. En toen vroeg ik hem: "Jim, hoe is het met Parijs?". "Parijs? Daar ga ik niet meer naartoe. Parijs is Parijs niet meer."'

U herinnert zich misschien nog de speech van Donald Trump op een politiek congres. Daarin had hij het over zijn francofiele vriend Jim, naar wie de Amerikaanse president geregeld verwijst. Maar wie die Jim nu precies is, blijft onduidelijk. Het Witte Huis wil geen familienaam prijsgeven, al omschreef Trump hem ooit als een 'zeer substantiële man'. Het Amerikaanse magazine The New Yorker ondernam een heuse zoektocht naar Jim - zonder resultaat. Sindsdien is er enige consensus over Jim de imaginaire vriend. Dat klinkt misschien lachwekkend, maar hoeft het niet te zijn. Heel wat bekendheden hebben hun eigen Jim. Regisseur Steven Spielberg verklapte dat hij als kind ook een denkbeeldig vriendje had, om de eenzaamheid na de scheiding van zijn ouders te trotseren. Later zou die inspiratie leveren voor de bekende alien ET. Schrijfster Agatha Christie gaf in haar memoires toe dat ze zelfs in de herfst van haar leven nog enkele denkbeeldige vrienden koesterde.

© Bart Schoofs

'Bij kleuters vanaf vier à vijf jaar komen imaginaire vrienden heel vaak voor', vertelt kinderpsychiater Lieve Swinnen. 'Op die leeftijd voelen ze zich vaak het middelpunt van de wereld en hebben ze het gevoel heel veel te kunnen. Maar tegelijk botsen ze op bepaalde verwachtingen van hun omgeving. Denkbeeldige vriendjes kunnen helpen om daarmee om te gaan. Als een van hun ouders boos wordt, geven ze zo'n vriendje de schuld. Of ze zoeken troost bij hun imaginaire vriendje, omdat ze zich anders alleen voelen. Eigenlijk is het een schitterende, creatieve oplossing die kinderen creëren om hun onzekerheden te lijf te gaan.' Al kan het soms frustrerend zijn, wanneer je je kind bijvoorbeeld betrapt nadat het een witte muur heeft beklad. Want dat was natuurlijk de schuld van Jim. 'In zulke gevallen heeft het weinig zin om erover te discussiëren. Je kind zal bij hoog en laag blijven beweren dat z'n vriendje de schuldige was. En hij gelooft het ook echt, want die fantasie kan heel levendig zijn. In dat geval kun je het creatief oplossen. Vanavond moet Jim vroeg naar bed, en je kind moet mee.'

Geen waanbeelden

Als ouder hoef je je trouwens geen zorgen te maken over imaginaire vriendjes. Uit een onderzoek van de Australische La Trobe University bleek zelfs dat kinderen met denkbeeldige vriendjes zich beter kunnen uitdrukken. 'Ingebeelde vrienden wijzen er inderdaad op dat kinderen goed kunnen nadenken, veel fantasie hebben en taalvaardig zijn', aldus Swinnen. En voor alle duidelijkheid: imaginaire vrienden hebben niets te maken met psychoses of waanbeelden. 'Kinderen zien die vrienden niet voor zich verschijnen, het zijn louter fantasiebeelden. Al moet je wel goed luisteren naar wat je kind vertelt via zo'n imaginair vriendje. Om een extreem voorbeeld te geven: als je kind zich uitkleedt en zegt dat het moet van Jim (of hoe dat vriendje ook heet), kan er meer aan de hand zijn. Voor kinderen die onder spanning staan, kan zo'n imaginair vriendje een uitlaatklep zijn.'

© Bart Schoofs

Maar hoe zit het nu met volwassenen? Volgens Swinnen verdwijnen imaginaire vriendjes meestal na de kleuterperiode. 'Soms kunnen kinderen langer blijven hangen in die fase, net zoals ze ook blijven duimzuigen of bedplassen, maar dan spreken we van regressie. In zo'n geval kan er meer aan de hand zijn.' Kunnen we bij Trump of Walliams dan spreken van extreme regressie? 'Nee, dat denk ik niet. Er zijn veel volwassenen die troost vinden door te praten met een imaginair persoon. Dat kan een overleden ouder zijn, maar net zo goed een god of een eigen verzinsel. Daar is niets mis mee. Het grote verschil is dat kleuters dat onbewust doen, terwijl volwassenen er heel bewust voor kiezen om met imaginaire vrienden te converseren. Zo gaan ze om met hun onzekerheden.' De ene gaat fitnessen of schranzen, de andere voert gesprekken met ene Jim over Parijs.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.