Deze week konden we in De Morgen het verhaal lezen van Emi Stikkelman, een jonge Nederlandse vrouw die na een jarenlange zoektocht via het internet en DNA-databanken en met de hulp van een familiedetective haar donor heeft teruggevonden. Het verhaal leest bijna als een roman en kent - gelukkig - voor alle betrokkenen een goede afloop. Maar wie hieruit afleidt dat anonieme donatie dan maar moet verboden worden, gaat te kort door de bocht.

Open Vld was enkele jaren geleden de eerste partij die deze thematiek in de Kamer ter sprake bracht. In februari 2014 heb ik reeds een wetsvoorstel ingediend en op mijn vraag werd een hoorzitting aan dit thema gewijd in de Kamer. Inmiddels hadden ook N-VA en CD&V elk een voorstel ingediend. Van meet af aan hebben wij gekozen voor een tweesporenbeleid. Kort gezegd: daar waar de huidige wetgeving enkel anonieme donaties mogelijk maakt, voorzien wij in twee mogelijkheden. Wensouders en donoren kunnen kiezen óf voor een anonieme donatie óf voor een ID-donatie. Enkel bij een ID-donatie kan de naam van de donor later worden doorgegeven aan het kind.

'Waarom anonieme zaaddonatie mogelijk moet blijven'

Waarom valt het tweesporenbeleid te verkiezen boven een verbod op anonieme donatie? Allereerst omdat dit in het belang is van de donorkinderen zélf. We zien namelijk dat in landen waar een verbod op donoranonimiteit werd ingevoerd, het aantal donoren dramatisch is gedaald. Enkel daar waar men grote inspanningen heeft gedaan om nieuwe donoren te rekruteren, was er later opnieuw een stijging. Maar een tekort wordt in die landen ook afgewend door de import van donorzaad uit andere landen. Veel donoren willen nu eenmaal niet doneren als hun identiteit later kan worden prijsgegeven. Een enquête bij Belgische donoren in 2015 toonde aan dat 7 op 10 dit niet ziet zitten. Het gevolg: er ontstaat een tekort aan donorzaad en wensouders laten zich in het buitenland behandelen of kiezen voor het niet-officiële circuit. Op het internet kan donorzaad heel eenvoudig besteld worden, met een zelf-inseminatiekit erbij.

De eenvoudige vraag die we ons dan ook moeten stellen is de volgende: op welke manier dient een Belgisch verbod op anonieme donatie in het officiële circuit van de fertiliteitscentra de donorkinderen, als het in de praktijk toch omzeild wordt in het buitenland en via de zwarte markt? In het laatste geval gaat het daarenboven om zaad dat niet eens getest is op genetische afwijkingen, met alle mogelijke medische risico's die daaraan gekoppeld zijn.

Wat met eiceldonatie?

Een ander aspect dat zelden aan bod komt bij de voorstanders van een verbod op anonieme donatie van geslachtscellen, is de eiceldonatie. Ongeveer de helft van de eiceldonaties komt van vrouwen die zelf een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan. In tegenstelling tot zaaddonoren komen zij dus niet naar de fertiliteitskliniek om te doneren. Zij beslissen pas in tweede instantie dat overtollige eicellen mogen gebruikt worden om andere vrouwen of koppels te helpen. Als je aan deze vrouwen zegt dat dit voortaan enkel via ID-donatie kan, dan zal het overgrote deel van hen dat niet doen. En eiceldonoren kan je niet 'rekruteren'.

Naast het belang van de kinderen zelf, en wat ons betreft op de tweede plaats, is er ook de kwestie van de keuzevrijheid voor de wensouders. Velen onder hen maken doelbewust de keuze voor een anonieme donor, en binnen die groep kiezen heel wat wensouders er voor om niet aan hun kind te vertellen dat het een donorkind is. We kunnen die keuzes goed of fout vinden. Maar de vraag die we ons in de eerste plaats moeten stellen is de volgende: laten we de ouders vrij in hun keuze of kiezen we als overheid in hun plaats?

Het zal niet verbazen dat ik als liberaal parlementslid ervan uit ga dat ouders zelf het beste geplaatst zijn om beslissingen te nemen in functie van hun kinderen, zoals ze dat ook op andere terreinen dag in dag uit doen. Studies tonen daarenboven aan er voor wat betreft de ontwikkeling en het psychologisch welzijn van donorkinderen geen verschil is naargelang ze al dan niet weten wie hun genetische vader is.

We mogen tot slot niet uit het oog verliezen dat verenigingen als vzw Donorkinderen, die ijveren voor een verbod op anonieme donatie, niet representatief zijn voor de donorkinderen in het algemeen. Er zijn heel wat donorkinderen die helemaal geen behoefte hebben aan het kennen van hun genetische vader. Eén van hen, Tim Duerinck, kwam in 2015 zelfs naar de studio's van De Zevende Dag om dit standpunt duidelijk te maken.

Het is alvast noodzakelijk om de wet te wijzigen zodat ID-donatie op zijn minst een volwaardige keuzemogelijkheid wordt, zowel voor wensouders als voor donoren. Daarenboven willen wij dat ook de donorkinderen die in de toekomst geboren worden na een anonieme donatie, heel wat meer informatie kunnen krijgen, weliswaar dan geanonimiseerd. Donorkinderen zijn namelijk vaak op zoek naar de uiterlijke kenmerken, de karaktereigenschappen, het studiedomein, de professionele bezigheid, de hobby's, de gezinssituatie enz. van de donor. Voor velen onder hen is die informatie voldoende en voegt een naam weinig toe.

De beste manier om het belang van de donorkinderen te dienen, is dan ook: 1) ID-donatie invoeren als keuzemogelijkheid, niet als verplichting en 2) ervoor zorgen dat élk donorkind informatie kan krijgen over zijn genetische vader of moeder. Dat is het voorstel dat ik zal blijven verdedigen in het parlement.

Deze week konden we in De Morgen het verhaal lezen van Emi Stikkelman, een jonge Nederlandse vrouw die na een jarenlange zoektocht via het internet en DNA-databanken en met de hulp van een familiedetective haar donor heeft teruggevonden. Het verhaal leest bijna als een roman en kent - gelukkig - voor alle betrokkenen een goede afloop. Maar wie hieruit afleidt dat anonieme donatie dan maar moet verboden worden, gaat te kort door de bocht.Open Vld was enkele jaren geleden de eerste partij die deze thematiek in de Kamer ter sprake bracht. In februari 2014 heb ik reeds een wetsvoorstel ingediend en op mijn vraag werd een hoorzitting aan dit thema gewijd in de Kamer. Inmiddels hadden ook N-VA en CD&V elk een voorstel ingediend. Van meet af aan hebben wij gekozen voor een tweesporenbeleid. Kort gezegd: daar waar de huidige wetgeving enkel anonieme donaties mogelijk maakt, voorzien wij in twee mogelijkheden. Wensouders en donoren kunnen kiezen óf voor een anonieme donatie óf voor een ID-donatie. Enkel bij een ID-donatie kan de naam van de donor later worden doorgegeven aan het kind. Waarom valt het tweesporenbeleid te verkiezen boven een verbod op anonieme donatie? Allereerst omdat dit in het belang is van de donorkinderen zélf. We zien namelijk dat in landen waar een verbod op donoranonimiteit werd ingevoerd, het aantal donoren dramatisch is gedaald. Enkel daar waar men grote inspanningen heeft gedaan om nieuwe donoren te rekruteren, was er later opnieuw een stijging. Maar een tekort wordt in die landen ook afgewend door de import van donorzaad uit andere landen. Veel donoren willen nu eenmaal niet doneren als hun identiteit later kan worden prijsgegeven. Een enquête bij Belgische donoren in 2015 toonde aan dat 7 op 10 dit niet ziet zitten. Het gevolg: er ontstaat een tekort aan donorzaad en wensouders laten zich in het buitenland behandelen of kiezen voor het niet-officiële circuit. Op het internet kan donorzaad heel eenvoudig besteld worden, met een zelf-inseminatiekit erbij. De eenvoudige vraag die we ons dan ook moeten stellen is de volgende: op welke manier dient een Belgisch verbod op anonieme donatie in het officiële circuit van de fertiliteitscentra de donorkinderen, als het in de praktijk toch omzeild wordt in het buitenland en via de zwarte markt? In het laatste geval gaat het daarenboven om zaad dat niet eens getest is op genetische afwijkingen, met alle mogelijke medische risico's die daaraan gekoppeld zijn. Een ander aspect dat zelden aan bod komt bij de voorstanders van een verbod op anonieme donatie van geslachtscellen, is de eiceldonatie. Ongeveer de helft van de eiceldonaties komt van vrouwen die zelf een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan. In tegenstelling tot zaaddonoren komen zij dus niet naar de fertiliteitskliniek om te doneren. Zij beslissen pas in tweede instantie dat overtollige eicellen mogen gebruikt worden om andere vrouwen of koppels te helpen. Als je aan deze vrouwen zegt dat dit voortaan enkel via ID-donatie kan, dan zal het overgrote deel van hen dat niet doen. En eiceldonoren kan je niet 'rekruteren'. Naast het belang van de kinderen zelf, en wat ons betreft op de tweede plaats, is er ook de kwestie van de keuzevrijheid voor de wensouders. Velen onder hen maken doelbewust de keuze voor een anonieme donor, en binnen die groep kiezen heel wat wensouders er voor om niet aan hun kind te vertellen dat het een donorkind is. We kunnen die keuzes goed of fout vinden. Maar de vraag die we ons in de eerste plaats moeten stellen is de volgende: laten we de ouders vrij in hun keuze of kiezen we als overheid in hun plaats? Het zal niet verbazen dat ik als liberaal parlementslid ervan uit ga dat ouders zelf het beste geplaatst zijn om beslissingen te nemen in functie van hun kinderen, zoals ze dat ook op andere terreinen dag in dag uit doen. Studies tonen daarenboven aan er voor wat betreft de ontwikkeling en het psychologisch welzijn van donorkinderen geen verschil is naargelang ze al dan niet weten wie hun genetische vader is. We mogen tot slot niet uit het oog verliezen dat verenigingen als vzw Donorkinderen, die ijveren voor een verbod op anonieme donatie, niet representatief zijn voor de donorkinderen in het algemeen. Er zijn heel wat donorkinderen die helemaal geen behoefte hebben aan het kennen van hun genetische vader. Eén van hen, Tim Duerinck, kwam in 2015 zelfs naar de studio's van De Zevende Dag om dit standpunt duidelijk te maken. Het is alvast noodzakelijk om de wet te wijzigen zodat ID-donatie op zijn minst een volwaardige keuzemogelijkheid wordt, zowel voor wensouders als voor donoren. Daarenboven willen wij dat ook de donorkinderen die in de toekomst geboren worden na een anonieme donatie, heel wat meer informatie kunnen krijgen, weliswaar dan geanonimiseerd. Donorkinderen zijn namelijk vaak op zoek naar de uiterlijke kenmerken, de karaktereigenschappen, het studiedomein, de professionele bezigheid, de hobby's, de gezinssituatie enz. van de donor. Voor velen onder hen is die informatie voldoende en voegt een naam weinig toe. De beste manier om het belang van de donorkinderen te dienen, is dan ook: 1) ID-donatie invoeren als keuzemogelijkheid, niet als verplichting en 2) ervoor zorgen dat élk donorkind informatie kan krijgen over zijn genetische vader of moeder. Dat is het voorstel dat ik zal blijven verdedigen in het parlement.