Allemaal houden ze straks stand, of gaan ze zelfs vooruit. Hoe ze dat weten? Omdat mensen hen op straat bemoedigend toespreken, hun schouderklopjes geven of hen met open armen en sloten koffie ontvangen tijdens de tegenwoordig zo modieuze huisbezoeken. 'Goed dat jij opkomt, we hebben genoeg van het huidige stadsbestuur', klinkt het dan. Of: 'Ik heb u altijd al een toffe gevonden. Mijn stem hebt ge.' En ja, soms ook: 'Goed gedaan, burgemeester. Doe er nog maar zes jaar bij.'
...

Allemaal houden ze straks stand, of gaan ze zelfs vooruit. Hoe ze dat weten? Omdat mensen hen op straat bemoedigend toespreken, hun schouderklopjes geven of hen met open armen en sloten koffie ontvangen tijdens de tegenwoordig zo modieuze huisbezoeken. 'Goed dat jij opkomt, we hebben genoeg van het huidige stadsbestuur', klinkt het dan. Of: 'Ik heb u altijd al een toffe gevonden. Mijn stem hebt ge.' En ja, soms ook: 'Goed gedaan, burgemeester. Doe er nog maar zes jaar bij.'Ontelbare keren hoorde ik de voorbije maanden dat soort anekdotes toen ik plaatselijke kandidaten interviewde voor de stedenspecials van Knack. Sommigen waren nog wat terughoudend, anderen gedroegen zich ronduit zegezeker. Zo kwam ik in een stad waar liefst vier lijsttrekkers ervan overtuigd zijn dat ze straks de sjerp zullen binnenhalen, en op een plek waar zowel de SP.A, de Open VLD, Groen, CD&V als de N-VA zeker weten dat ze bijzonder goed zullen scoren. 'De stad is klaar voor mij', zegt zo'n lijsttrekker dan. 'Dit is óns moment. Het is nu of nooit', beweert de concurrentie. Dat vóélen ze gewoon.Nu hou ik bijzonder veel van lokale politiek, en dus wil ik wel een stuk meegaan in het enthousiasme van al die gedreven kandidaten. Maar laten we toch een beetje realistisch blijven. Als de helft van de partijen die in een stad opkomen een betere score behaalt dan vorige keer en de andere helft standhoudt, behalen ze samen pakweg 120 procent van de stemmen. En dat kan dus niet. Omdat ze dat zelf ook wel weten, halen kandidaten vaak ingewikkelde theorieën uit de kast om te verklaren waarom de concurrentie achteruit zal boeren. Meestal is ook dat gebaseerd op diezelfde temperatuur die ze bij de mensen zijn gaan opmeten. 'De hele tijd hoor ik dat ze genoeg hebben van het stadsbestuur en dat het tijd is voor iets nieuws', vertelde een kandidaat me. En die nieuwe wending, daar zou zijn partij natuurlijk voor zorgen.De meeste kopstukken zijn echt wel intelligente mensen die al een tijdje meedraaien in het politieke spel. Velen van hen zijn veeleer uitgekookt dan naïef. Hoe komt het dan toch dat ze haast blindelings geloven wat potentiële kiezers tegen hen zeggen? Waarom twijfelen ze amper aan de woorden van een burger die hun zijn stem belooft? 'Ik denk dat we beleefdheid tegenwoordig gemakkelijker dan vroeger verwarren met oprechtheid. Omdat we dat niet meer gewoon zijn', bedacht een kandidaat uit een centrumstad toen ik hem onlangs sprak. Zou hij gelijk kunnen hebben? Zouden politici zo murw geworden zijn van de tonnen bagger die ze haast dagelijks over zich heen krijgen op de sociale media dat ze zich al te gretig warmen aan lovende of gewoon vriendelijke woorden? 'Het komt maar heel af en toe voor dat iemand de deur voor mijn neus dichtslaat omdat hij me niet moet', legde een andere kandidaat uit. 'De meesten zeggen dat ze me steunen, en dat voelt als een warm bad na alle kritiek die ik de voorbije jaren heb gekregen. Nu weet ik dat Facebook en Twitter een vertekend beeld geven van de werkelijkheid.' Al kan dat natuurlijk ook wishful thinking zijn. Misschien geven mensen online, ongehinderd door omgangsvormen of beleefdheid, wél hun echte mening en houden ze zich in als ze oog in oog staan met een politicus van vlees en bloed. En dus begint zo iemand gaandeweg te geloven dat hij de wind in de zeilen heeft. De vraag is of dat zo erg is. Het is zoals een wielrenner die tijdens een gewaagde demarrage over een kasseistrook kracht put uit het feit dat zijn naam aan de zijlijn wordt gescandeerd. Maakt het dan wat uit als die schreeuwers uiteindelijk supporters van zijn tegenstanders blijken te zijn?