Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwe verklaring voor het succes van extreemrechts. Sinds de verkiezingen van 26 mei, maar eigenlijk al ten minste sinds het brexitreferendum midden 2016, struikelen we in het Westen over populismeduiders, jarendertigexegeten en bozeburgerkenners. Dat is niet vreemd: de terugkomst van het rechts-populisme is onmiskenbaar, en een alarmsignaal voor iedereen die de democratie liever niet meteen in de fik ziet gaan.
...

Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwe verklaring voor het succes van extreemrechts. Sinds de verkiezingen van 26 mei, maar eigenlijk al ten minste sinds het brexitreferendum midden 2016, struikelen we in het Westen over populismeduiders, jarendertigexegeten en bozeburgerkenners. Dat is niet vreemd: de terugkomst van het rechts-populisme is onmiskenbaar, en een alarmsignaal voor iedereen die de democratie liever niet meteen in de fik ziet gaan. Het debat erover is urgent om verschillende redenen. In de eerste plaats is de discussie van essentieel belang - het gaat naar de kern van waar het Westen voor staat. Ons collectieve wereldbeeld is in het geding. Tegelijk is de discussie ook identitair en dus zeer emotioneel en persoonlijk: gesprekken tussen voor- en tegenstanders van Tom Van Grieken vergallen deze weken menig familiefeest. Ten derde speelt een mode-effect: extreemrechts is en vogue. Een stem op Vlaams Belang is hip. De verontwaardiging over die stem minder. Dat is relatief nieuw. Het is ook alarmerend. Er is nog een vierde reden waarom het debat blijft voortwoeden, en die is wellicht de belangrijkste: het blijkt nu al minstens drie jaar niet zo makkelijk te zijn om het tij te keren. Negatief wint het van positief, afbreken haalt het van opbouwen. Ervoor zorgen dat burgers in een nieuw maatschappelijk verhaal gaan geloven - ' changing the narrative' - is veel moeilijker dan uitleggen waar de woede vandaan komt. Er is in al die jaren een consensus gegroeid over de twee belangrijkste motieven van brexit-, Trump-, Le Pen-, AfD-, Baudet- en Vlaams Belang-stemmers. Er is de groeiende angst voor ongebreidelde migratie en er zijn de donderwolken boven onze welvaartsstaat. Het verkleurend straatbeeld en de angst voor de economische achteruitgang zijn twee soorten van ontheemding, die elkaar ook nog eens versterken. Maar het is niet zo simpel om te zien wat we met de woede moeten doen. Stemmers kunnen boos zijn om zo veel verschillende redenen, die soms ook bijzonder oppervlakkig of anekdotisch zijn, iets wat in al het interpretatiegeweld weleens vergeten wordt. En vooral: lang niet al die redenen wijzen in de richting van een oplossing. Waar zit die staatsman die de kiezer weet te kalmeren, en zelf een goed verhaal kan vertellen? Vandaag gaan politieke concurrenten liever eens gluren bij de Vlaams Belang-buren - niet innoveren maar kopiëren. Wie het zelfvertrouwen niet heeft voor een eigen verhaal, denkt al gauw te kunnen leren van hun programma, hun digitale oorlogsvoering of hun 'look and feel'. En dan wordt er in de eerste plaats naar migratie gekeken. De imitatiestrategie begon bij de N-VA, die de dreiging op extreemrechts het eerst in de gaten had, en van de weeromstuit dan maar extreemrechts begon te kopiëren, met als dieptepunt de (later ingetrokken) campagne tegen het zogenaamde 'Marrakeshpact'. Het zijn niet alleen N-VA'ers die uit de teksten en het programma van het Vlaams Belang 'inspiratie proberen te halen', zoals Theo Francken het een half jaar geleden verwoordde. De invloed speelt ook op links, wat aantoont dat het hele speelveld aan het opschuiven is. Vooral socialistische partijen beginnen hier en daar hardere migratiestandpunten in te nemen. Vorige week was er veel te doen over de verkiezingsuitslag van de Deense sociaaldemocraten - vreemd genoeg niet omdat ze fors vooruitgingen, want dat was niet het geval, maar omdat ze niet in de afgrond waren getuimeld. Het zegt iets over de wanhoop bij traditionele partijen, maar de vraag of we in Europa repressiever moet omgaan met migranten, zoals nu gebeurt in de Deense 'getto's' met steun van de sociaaldemocraten, weerklonk alleen maar luider. Moeten wij, zo vragen sociaaldemocraten in andere Europese landen zich af, ook die toer opgaan? Een strenger immigratiebeleid - met bijvoorbeeld striktere regels voor gezinshereniging, in ons land het belangrijkste immigratiekanaal - is niet noodzakelijk dom of immoreel, en valt te rijmen met de sociaaldemocratie. Maar het is voor partijen die zo'n stap overwegen wel cruciaal om geen millimeter toe te geven op de kernstandpunten, anders zijn ze reddeloos verloren. Op het moment dat de N-VA te veel op extreemrechts begon te lijken, verloor ze in één klap een kwart van haar kiezers. Als de sociaaldemocraten ook een aantal van hun kernpunten beginnen op te geven - het respect voor grondrechten en de rechten van de mens - gaan ze dezelfde ellende tegemoet.