Het belooft de volgende weken nog een 'hete winter' te worden. Milieubewuste scholieren en vele tienduizenden gelijkgestemden lijken niet meteen van plan om hun klimaatmarsen in Brussel en elders in het land op te schorten. De gele hesjes denken er evenmin over om hun beweging nu al te ontmantelen, in Frankrijk noch in (zuidelijk) België. Het stond bijgevolg een beetje in de sterren geschreven dat de Belgische vakbonden in zo'n algemeen klimaat van maatschappelijk protest en antiregeringsmarsen niet bij de pakken zouden blijven neerzitten.
...

Het belooft de volgende weken nog een 'hete winter' te worden. Milieubewuste scholieren en vele tienduizenden gelijkgestemden lijken niet meteen van plan om hun klimaatmarsen in Brussel en elders in het land op te schorten. De gele hesjes denken er evenmin over om hun beweging nu al te ontmantelen, in Frankrijk noch in (zuidelijk) België. Het stond bijgevolg een beetje in de sterren geschreven dat de Belgische vakbonden in zo'n algemeen klimaat van maatschappelijk protest en antiregeringsmarsen niet bij de pakken zouden blijven neerzitten. Op woensdag 13 februari is het zover: dan wordt er in het hele land gestaakt, zowel in de privésector als bij de overheid. Het christelijke ACV en de liberale ACLVB sluiten zich aan bij het socialistische ABVV in een gemeenschappelijk vakbondsfront dat voluit wil inzetten op looneisen. Hun pamflet richt zich rechtstreeks tot de werknemers: 'Je werkt elke dag keihard voor de welvaart in dit land. Dat verdient beter dan wat kruimels!' De vakbonden gaan niet akkoord met het feit dat de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven de wettelijke loonnorm - de maximale ruimte voor loonopslag - voor de volgende twee jaar beperkt tot een stijging van 0,8 procent. Sinds de regering-Michel in 2014 een indexsprong heeft doorgevoerd, is de bescherming van de koopkracht een van de voornaamste vakbondseisen geworden. Vandaar dat de drie bonden de zogenaamde 'loonnormwet' van 2016-2017 nu al willen aanpassen. Die wet had de regering-Michel ingevoerd om de Belgische koopkracht trager te laten stijgen dan in de buurlanden om zo de concurrentiepositie van onze economie te verbeteren. Maar de vakbonden vinden dat de inspanning die van de werkende bevolking gevraagd wordt onredelijk groot is in vergelijking met de in hun ogen al te beperkte inspanningen van bedrijven en aandeelhouders. Daarom willen ze dat het mogelijk wordt om over een grotere loonmarge te onderhandelen, alleszins meer dan één procent. De (voormalige) federale meerderheidspartijen van de regering-Michel en werkgeversorganisaties als het VBO en Unizo hebben daar geen oren naar. Zij pareren de vakbondskritiek met een lijst van maatregelen die al zijn ingevoerd juist met de bedoeling te koopkracht te verhogen. Doordat de lasten op arbeid daalden, steeg bijvoorbeeld de werkgelegenheid, wat een gunstig effect had op de koopkracht van de bevolking. De taxshift en de hervorming van de personenbelasting hebben vooral een positief effect voor de laagste inkomensgroepen. Resultaat: volgens de Nationale Bank steeg het reëel beschikbare inkomen van de Belgische gezinnen sinds 2014 met 4,3 procent. Vandaar de reactie van minister van Werk en Economie Kris Peeters (CD&V), een van de auteurs van die loonnormwet, bij de stakingsaanzegging: 'Heel spijtig dat de vakbonden het overleg nu stopzetten. 'Er staat veel op het spel: niet enkel de loonmarge, maar ook de concurrentiepositie van de bedrijven en de verhoging van uitkeringen. Ik hoop dat de sociale partners toch nog rond de tafel gaan zitten.' Dat was ijdele hoop. De staking is deels gericht tegen de werkgeversorganisaties, deels tegen een regering die hoe dan ook in 'lopende zaken' is. En hoewel de partij die de voorbije vier jaar bij de vakbonden de meeste irritatie opwekte, de N-VA, géén deel meer uitmaakt van de regering-Michel, verhindert haar dat niet om de vakbonden te blijven uitdagen. Afgelopen weekend nog was het einde van het sociaal overleg een integraal onderdeel van haar denkoefening over het nieuwe confederalisme. Als het van de N-VA afhangt, zal het Belgische centrale overlegmodel niet vervangen worden door een Vlaams overleg, het zal gewoon worden afgeschaft. Onderhandelingen over loon- en arbeidsvoorwaarden worden doorgeschoven naar de bedrijven zelf. Zelfs voor sectoroverleg is er geen of weinig plaats. 'Als het slecht gaat in het bedrijf of als de werkloosheid torenhoog is, zullen de bedrijfsbonden doorgaans geen probleem hebben om hun steentje bij te dragen. Als het goed gaat, kan iedereen de vruchten plukken', zei ex-minister Jan Jambon. Voor N-VA-voorzitter Bart De Wever mag daarom ook de automatische, algemene loonindexering op de schop (tenzij voor uitkeringen): 'One size doesn't fit all, dat werkt niet meer', zei hij. 'De uitkeringen kunnen wel blijven stijgen met de index omdat daar geen bedrijf is waarmee kan worden onderhandeld.' Ook zonder de provocaties van de N-VA zouden de vakbonden een staking hebben aangezegd. Daarmee komt er in dit zo belangrijke verkiezingsjaar uiteindelijk nog een vervolg op de grote vakbondsacties die in het najaar van 2014, bij het aantreden van de regering-Michel, het land in rep en roer zetten. Maar de kopstukken van toen zijn niet meer die van vandaag. Het was de voorbije twaalf jaar een vertrouwd gezicht: er kon geen grote vakbondsbetoging of staking plaatsvinden of de imposante figuur van ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw, gehuld in rode jas, rode das en als het moest ook rode pet, vulde het tv-scherm. Omringd door rode vlaggen en zijn eigen achterban waarschuwde De Leeuw dan de regering en de werkgevers, en meestal ook de op sociaal vlak immer in gebreke blijvende Europese Unie. Als voorzitter is De Leeuw opgevolgd door de Franstalige Robert Vertenueil. Maar zoals dat in het ABVV de geplogenheid is, richt Vertenueil zich tot het Franstalige publiek. Op het Vlaamse front is deze staking de feitelijke vuurdoop van de nieuwe algemeen secretaris van het ABVV, de 50-jarige Miranda Ulens. Ulens is al sinds vorige zomer in functie, maar moet nu voor het eerst de publieke opinie proberen te overtuigen van de juistheid van haar eisen. Ulens is algemeen secretaris en dus officieel de 'nummer twee' van het federale ABVV. Maar als voorzitter van de Vlaamse vleugel is ze de nummer één van haar vakbond in de contacten met de Vlaamse publieke opinie. Ulens: 'Die maatregelen waarmee de regering-Michel heeft uitgepakt vallen in het niets doordat er tegelijk grote prijsstijgingen zijn. Denk aan de energiefactuur, die een modaal gezin gemakkelijk enkele honderden euro's meer per jaar kost. Of de stevige stijging van de prijs van de aardappelen: die zijn nu zeker elf procent duurder dan vorig jaar. Dat maakt voor veel gewone mensen het leven van alledag steeds duurder. Voeg daar nog de afbouw van de openbare dienstverlening aan toe, waardoor mensen zich tot duurdere privédiensten moeten wenden.' En dus pleit Ulens ervoor om de nieuwe loonwet nu al te herbekijken. 'De wet is de wet, zeggen Pieter Timmermans (VBO) en Danny Van Assche (Unizo). Maar tegelijk zijn ze zelf vragende partij voor aanpassingen van de wettelijke bepalingen qua flexibiliteit en maaltijdcheques. Als het de werkgevers uitkomt, mogen bestaande wetten wél op de schop. Terwijl wij zien dat de loonnorm de economische groei niet volgt: het aandeel van de werknemers in de productiviteitswinsten gaat voortdurend achteruit. Dan klopt er iets niet met die wet.' In hun pamfletten drukken de vakbonden die beschuldiging nog explicieter uit: ze zijn 'tegen de nieuwe loonwet die vol sjoemelsoftware zit'. Hoewel Miranda Ulens als gezicht van deze staking in de voetsporen treedt van haar voorgangers bij het ABVV, heeft ze een ander profiel dan vroegere topfiguren als Mia De Vits, Xavier Verboven of Rudy De Leeuw. Dat waren allemaal mensen uit het centrale ABVV-apparaat in Brussel. De uit Sint-Truiden afkomstige Ulens heeft een ander traject gevolgd. Na haar studie graduaat financiën aan de Provinciale Hogeschool Limburg werkte zij in de jaren negentig als loketbediende bij het Gemeentekrediet. Omdat ze naar eigen zeggen 'al snel begrepen had dat je in de financiële sector echt niet hogerop kunt zonder universitair diploma', combineerde Ulens na enige tijd haar werk op de bank met studies sociologie en bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze aarzelde toen of ze zich politiek zou engageren. 'Mijn moeder en mijn grootmoeder zijn echte socialisten: ze bewaarden hun boekskes van de partij, van de vakbond én van de ziekenkas in de living. Mijn vader was schrijnwerker, dus een zelfstandige. Bij ziekte was er géén sociaal vangnet en dus géén inkomen. Ik wist meteen hoe belangrijk onze sociale bescherming was.' Uiteindelijk zijn het niet de kopstukken van de socialistische partij maar de leiders van de socialistische bediendenbond BBTK die haar vroegen om kandidaat te zijn bij de sociale verkiezingen van 2000 - het Gemeentekrediet heet dan al Dexia. Miranda Ulens werd verkozen. 'Sinds 1997 werkte ik op de vormingsdienst van de bank. Ik bekommerde mij vooral om de werknemers die toen 'de precaire groepen' werden genoemd. In die tijd waren dat de 45-plussers. Maar door die job kende iedereen mij in de bank.' Ulens blijft niet bij Dexia. Tijdens de interne onderhandelingen valt ze op bij de Brusselse BBTK-leiding en die vraagt haar om (adjunct-)secretaris te worden voor de financiële sector. Ze doet dat werk van 2003 tot 2013 en maakt dus ook de financiële crisis van 2008 mee. Er volgen taaie onderhandelingen en pijnlijke ontslagronden, bij grote en kleine, bekende en minder bekende financiële instellingen: Deutsche Bank, Commerzbank, Barclays, Lloyds Bank - 'daar werkten maar 34 mensen. Op een staking reageerde de directie met een lockout, en dat personeel heeft dan alleen de vakbond om op terug te vallen. Dat is me ook opgevallen bij de sluiting van een Duitse verzekeringsmaatschappij. Die kondigde in november aan de deuren te sluiten, ondanks een mooie winst, dus tegen Kerstmis stond het personeel op straat. Op zo'n moment leer je wat een vakbond betekent voor de werknemers.' Later klimt Ulens verder op in de rangen van de bediendenbond. Dat ze de sprong kon maken naar de nationale leiding van het ABVV heeft ze te danken aan een pittige interne discussie. Toen algemeen secretaris Anne Demelenne in 2014 opgevolgd werd door Marc Goblet leidde dat vooral bij de bediendenbond BBTK tot protest: men vond dat de vakbond in zijn eigen werking het goede voorbeeld moest geven qua gendergelijkheid. De andere beroepscentrales vonden dat ook en Rudy De Leeuw ging graag op die vraag in: zijn opvolger zou een opvolgster worden. Enter Miranda Ulens. Dat maakt dat de twee belangrijkste Vlaamse ABVV'ers vrouwen zijn: algemeen secretaris Caroline Copers leidt al sinds 2005 het Vlaamse ABVV. Bovendien werd vorig jaar Estelle Ceulemans, de oud-kabinetschef van Rudy De Leeuw, algemeen secretaris van het Brusselse ABVV. Een steeds vrouwelijkere leiding betekent niet dat het ABVV ineens voorstander zou zijn van een softere aanpak. Ulens staat met beide voeten in de traditie van het 'rode syndicaat': 'Het ABVV is en blijft de vakbond die, als puntje bij paaltje komt, met de vuist op tafel slaat. Wij onderhandelen zo lang als we kunnen en we voeren actie als dat moet.' En als overtuigde vakbondsvrouw vindt Ulens dat de georganiseerde syndicale aanpak een blijvende meerwaarde heeft tegenover het spontane protest dat her en der de kop opsteekt. 'Gele hesjes? Wij zijn de rode hesjes. Natuurlijk begrijpen wij de boosheid die aan de basis ligt van het protest van de gele hesjes. Maar als vakbond kijken wij verder. Zeker, het is belangrijk om te luisteren naar 'de vloer'. Maar het mag daar niet bij blijven. Mensen kijken naar hun eigen voordeel op korte termijn.Veel mensen vallen voor de aantrekkingskracht van directe voordelen. Zo zullen er niet veel werknemers maaltijdcheques weigeren als hen die aangeboden worden. Maar als vakbond weten wij dat die maaltijdcheques niet meetellen voor de berekening van opzeggingsvergoedingen en andere vormen van sociale bescherming. Dus is het onze taak om te blijven uitleggen dat brutolonen voordelen hebben op lange termijn. En ten slotte moeten wij ook het brede plaatje bekijken: via de sociale bijdragen wordt de sociale zekerheid betaald. Ook dat komt uiteindelijk de werknemers ten goede. Wij zien overal de burn-outs stijgen en het aantal zieken op de werkvloer toenemen. In tegenstelling tot de N-VA willen wij collectieve onderhandelingen om die problemen aan te pakken. We gaan toch niet terug naar de tijd dat elke werknemer zijn rechten opnieuw individueel moet afdwingen? Vandaar dat ik ervoor heb gepleit om een vak sociale zekerheid op school in te voeren. Natuurlijk deed de rechterzijde daar meewarig over: 'Moeten scholieren straks al leren hoe de tantièmes van de pensioenen in de openbare sector te berekenen?' Veel belangrijker was het enthousiasme waarmee de onderwijswereld heeft gereageerd op dat idee, ook het katholiek onderwijs.' Dat de vakbond voortdurend op tegenstand botst, deert Ulens niet. 'Een vakbond als de onze zal altijd de tegenmacht zijn, de steen in de schoen. Een vakbond is geen politieke partij. Een vakbond hoeft niet populair te zijn. Zolang onze achterban vindt dat wij goed bezig zijn, is het goed.' Natuurlijk is het meegenomen dat ook de relaties met de PS en de SP.A beter zijn dan toen die partijen regeringsverantwoordelijkheid droegen en het ABVV ging betogen tégen de regering-Di Rupo.Vandaag is die spanning weggeëbd. Tenzij op sommige plaatsen in Brussel en Wallonië, waar de FGTB, de Franstalige tegenhanger van het ABVV, de motor lijkt te willen zijn van een linkse coalitie tussen PS, Ecolo en de communisten van de PTB, zeer tegen de zin van de PS-leiding in. Maar toch pleitte niemand minder dan Robert Vertenueil voor zo'n links front: ' La gauche a une responsabilité historique', zei hij in Le Soir. Na de laatste gemeenteraadsverkiezingen dreigde het plaatselijke FGTB-bestuur in Verviers ermee de huur van de PS - die daar kantoor houdt in gebouwen van de vakbond - op te zeggen indien de socialisten geen coalitie zouden willen sluiten met de PTB. Ulens minimaliseert het probleem: 'Er wordt veel aandacht geschonken aan een groep die in werkelijkheid niet zoveel voorstelt.' Wat Ulens verheugt, is juist dat de SP.A opnieuw wil leren van het ABVV. Dat was ooit anders. 'Vakbond en partij, wij zitten allebei in de oppositie tegen het beleid van de regering-Michel. Dan vind je elkaar vanzelf. Toch doet het deugd dat er bij de partij weer meer openheid is voor de eisen van de vakbond. Wij hebben op ons laatste ABVV-congres erg ambitieuze eisen gesteld: een minimumpensioen van 1500 euro, een minimumuurloon van 14 euro, de wettelijke pensioenleeftijd moet opnieuw naar 65 jaar. Dat zijn allemaal eisen die de SP.A vandaag op de politieke agenda wil zetten. Maar ze komen uit onze koker. (lacht) Dat is geen toeval: het ABVV wil dat mensen beseffen dat deze regering is begonnen met de afbraak van de sociale bescherming waarvoor wij zeventig jaar lang hebben gevochten om ze op te bouwen.' 'Ik ben wel geschrokken van de impact van mijn functie', zegt Miranda Ulens. 'Toen ik destijds als BBTK-secretaris sociale akkoorden afsloot voor de financiële sector, had dat gevolgen voor 20.000 werknemers. Nadat ik als algemeen secretaris het akkoord over de tweede pensioenpijler mee had onderhandeld en goedgekeurd, trok ABVV-woordvoerster Gina Heyrman me aan de mouw: "Besef je wel dat dit akkoord een invloed heeft op het inkomen van twee miljoen landgenoten?"' Verder is Ulens niet onder de indruk van alles wat de nieuwe job meebrengt, ook niet wanneer ze als neofiet in 'de Groep van Tien' zit, de bijeenkomst van voornaamste sociale partners van het land: 'Wie als vrouw aanwezig was bij onderhandelingen in de financiële sector laat zich niet meer intimideren.'