De impact van een twaalf kilometer grote meteoriet met naar schatting de kracht van tien miljard atoombommen uit de Tweede Wereldoorlog zou catastrofale gevolgen hebben gehad voor het leven op aarde. Nieuw onderzoek toont aan dat die hypothese klopt. In de Chicxulubmeteorietkrater gingen onderzoekers in de gesteenten uit een 800 meter lange boorkern op zoek naar sporen van het element zavel, maar die vonden ze niet. De stenen in de ondergrond rondom de krater bevatten daarentegen wel veel zwavel. Het ontbreken van die sporen op grote diepte is belangrijk, want het bevestigt de theorie dat door toedoen van de meteoriet de zwavelhoudende mineralen op de plek van de inslag volledig verdampten en in de atmosfeer terechtkwamen. "Deze enorme hoeveelheid zwavelgas ging verbindingen aan met waterstof en op die manier ontstond er in de hogere atmosfeer een deken van stofdeeltjes dat zich over de hele wereld verspreidde. Hierdoor viel er geen zonlicht meer op aarde en de aanhoudende duisternis resulteerde uiteindelijk in het uitsterven van driekwart van het leven op onze planeet, waaronder de dinosauriërs", zegt VUB-onderzoeker Pim Kaskes. Dankzij de boorkern uit de Mexicaanse krater kunnen de wetenschappers nu in detail de eerste dagen na de inslag reconstrueren. (Belga)