Het gaat om een familieportret van Cornelis de Vos, een collega-schilder van van Dyck, samen met zijn vrouw Suzanna Cock en hun twee oudste kinderen. Van Dyck was toen hij het werk schilderde nog maar ongeveer 20. Hij zou later faam vergaren als schilder aan het Engelse hof. Het schilderij was ooit eigendom van Francis Cook, die ooit ook de Salvator Mundi van Leonardo da Vinci bezat. Later ging het naar de Nederlander Nathan Katz, alvorens het in handen kwam van de nazi's. De Monuments Men - een groep van museumdirecteurs, curatoren en historici die gestolen kunstwerken opspoorden - konden het werk terugvinden, en begin 1948 gaf de Nederlandse regering het schilderij terug aan de familie Katz. (Belga)

Het gaat om een familieportret van Cornelis de Vos, een collega-schilder van van Dyck, samen met zijn vrouw Suzanna Cock en hun twee oudste kinderen. Van Dyck was toen hij het werk schilderde nog maar ongeveer 20. Hij zou later faam vergaren als schilder aan het Engelse hof. Het schilderij was ooit eigendom van Francis Cook, die ooit ook de Salvator Mundi van Leonardo da Vinci bezat. Later ging het naar de Nederlander Nathan Katz, alvorens het in handen kwam van de nazi's. De Monuments Men - een groep van museumdirecteurs, curatoren en historici die gestolen kunstwerken opspoorden - konden het werk terugvinden, en begin 1948 gaf de Nederlandse regering het schilderij terug aan de familie Katz. (Belga)