In mijn huidige job heb ik betaald borstvoedingsverlof, maar dat is een uitzondering. Waarom heeft niet elke mama daar recht op? Wat mij betreft, mag dat trouwens gewoon 'moederschapsrust' zijn, zodat flesjesmama's niet uit de boot vallen. (Heidi Peelman, Berlare)

Hanne Devos: Ook wij pleiten voor meer moederschapsrust. Of uitgebreider: ouderschapsrust, dus ook voor de partner. Want het gaat om meer dan (borst)voeding alleen. Ook voor de hechting is het zeer belangrijk dat ouders lang genoeg kunnen thuisblijven. Maar het klopt natuurlijk dat borstvoeding vaak ophoudt doordat moeders weer aan de slag moeten. In ons land krijgt 32,5 procent van de baby's op 12 weken nog borstvoeding, terwijl dat in Zweden en Noorwegen, waar ouders veel langer kunnen thuisblijven, meer dan 50 procent is. In ons land hebben vrouwen wel recht op borstvoedingspauzes, maar die volstaan niet altijd. Meer verlof is dus zeker welk...

Hanne Devos: Ook wij pleiten voor meer moederschapsrust. Of uitgebreider: ouderschapsrust, dus ook voor de partner. Want het gaat om meer dan (borst)voeding alleen. Ook voor de hechting is het zeer belangrijk dat ouders lang genoeg kunnen thuisblijven. Maar het klopt natuurlijk dat borstvoeding vaak ophoudt doordat moeders weer aan de slag moeten. In ons land krijgt 32,5 procent van de baby's op 12 weken nog borstvoeding, terwijl dat in Zweden en Noorwegen, waar ouders veel langer kunnen thuisblijven, meer dan 50 procent is. In ons land hebben vrouwen wel recht op borstvoedingspauzes, maar die volstaan niet altijd. Meer verlof is dus zeker welkom, we merken ook dat het maatschappelijk draagvlak groter wordt. Devos: Er loopt een aantal proefprojecten in ons land, na een oproep van minister van Volksgezondheid Maggie De Block om vrouwen na een probleemloze bevalling sneller naar huis te laten keren. Daarbij wordt ook gepeild naar de ervaring van ouders, maar de resultaten zijn nog niet bekend. Wij zijn voorstander, als een deel van de bespaarde middelen wordt geïnvesteerd in kraamzorg: zowel medisch (vroedvrouwen en huisartsen) als niet-medisch (kraamhulpen). Helaas is die kraamzorg nog niet bij alle gezinnen even bekend. Nochtans is ze zeer toegankelijk: geconventioneerde vroedvrouwen werken met een derdebetalerssysteem, de kosten van kraamhulp worden berekend op basis van het inkomen, en bovendien komt het ziekenfonds nog tegemoet. Devos: Dat is historisch zo gegroeid. Vroedvrouwen worden opgeleid om normale zwangerschappen en bevallingen te begeleiden, terwijl gynaecologen gespecialiseerd zijn in pathologische situaties. Een aantal ziekenhuizen stapt nu af van die traditie en laat vroedvrouwen zelfstandig bevallingen begeleiden. Enkel bij problemen komt de gynaecoloog erbij. Zo streven artsen en vroedvrouwen er samen naar elk koppel en elke bevalling optimaal te laten verlopen. Interventievrij als het kan, maar met extra ondersteuning als het moet. Devos: Ik zou er eerder voor pleiten dat er in elke bevallingsgerelateerde opleiding (huisartsen, vroedvrouwen, gynaecologen) meer aandacht is voor het natuurlijke verloop van een bevalling. Zo zou je veel ingrepen (keizersnedes, epidurale verdoving) kunnen vermijden. Veel vrouwen willen graag een ongestoorde bevalling, dat werkt zeer empowerend. Waar die precies plaatsvindt, speelt dan niet eens zo'n grote rol. Devos: Kind en Gezin baseert zich op wetenschappelijk onderzoek, dat natuurlijk evolueert. Hun tips moeten toepasbaar zijn op alle Vlaamse gezinnen en zijn dus niet zo specifiek. Bovendien heeft die organisatie een preventieve benadering. Bij problemen verwijzen zij steeds vaker door naar vroedvrouwen en lactatiekundigen. Wij pleiten ervoor dat vroedvrouwen de richtlijnen volgen, maar dat ze gezinnen wel individueel benaderen. Verschillende adviezen hoeven ook niet altijd tegenstrijdig te zijn: op dag één na de bevalling heeft een vrouw bijvoorbeeld andere tips nodig dan in week drie. Bovendien is elke borst en elke baby anders.