Speerpunten zijn een beter budgettair kader, het bundelen van kennis en meer aandacht voor onder meer radicalisering online.

De recente terroristische aanslagen in Wenen en Parijs tonen aan dat gewelddadige radicalisering en polarisering enorme maatschappelijke uitdagingen blijven. In Vlaanderen werd in de context van de aanslagen in Parijs in 2015, in Zaventem in 2016 en de problemen met Syriëstrijders, in 2015 een Vlaams beleid ter preventie van gewelddadige radicalisering opgesteld.

In opdracht van het Vlaams Parlement en het Agentschap Binnenlands Bestuur voerde het Vlaams Vredesinstituut nu een grondige evaluatie uit. De belangrijkste conclusies van het onderzoek? Ten eerste kan een duidelijk budgettair kader helpen om ontoereikende of onevenwichtige financiering in kaart te brengen.

'Sinds 2015 voorzag het actieplan ongeveer 23 miljoen euro, al diende ongeveer de helft van dat geld ook om andere grootstedelijke problemen aan te pakken en niet specifiek voor de preventie van radicalisering', zegt onderzoeker Annelies Pauwels. 'Ook zien we bijvoorbeeld dat voor bepaalde domeinen, zoals het onderwijs, specifieke financiële ondersteuning voorzien werd voor kennis- en expertiseopbouw. Voor andere domeinen, zoals het jeugdwerk, was dat niet het geval.'

., Getty Images
. © Getty Images

Ten tweede is het belangrijk dat opgedane kennis en resultaten uit projecten duurzaam verankerd worden. 'De Vlaamse overheid zou op dat vlak een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld door het toegankelijk maken van kennis en expertise en de kwaliteit van de enorme hoeveelheid opleidingen, vormingen, gidsen en handboeken te beoordelen. Het is op lokaal niveau niet altijd makkelijk om door de bomen het bos te zien', legt Pauwels uit.

Ten derde: de focus zou behalve jihadistische radicalisering, wat nog steeds de belangrijkste dreiging is, moeten liggen op nieuwe vormen van extremisme. 'In onze gesprekken met 60 experten en eerstelijnswerkers hoorden we vaak over de opkomst van rechts- en links-extremisme, zeker online', vertelt Pauwels. 'Dat kan dan gaan over haatmisdrijven of brandstichting, feiten die niet altijd als terrorisme worden aangeduid. Ook fenomenen als geweld tegen vertegenwoordigers van de overheid of brandstichtingen tegen 5G-zendmasten verdienen extra aandacht.'

Ook overleg en samenwerking is een belangrijk aandachtspunt, bijvoorbeeld in de 'Lokale Integrale Veiligheidscellen Radicalisering' (LIVC-R's). Een samenwerkingsakkoord met de federale regering kan de informatie-uitwisseling in de LIVC-R's stroomlijnen, meent het Vredesinstituut. 'Een goed wettelijk kader is een noodzakelijke voorwaarde voor een goede samenwerking maar niet voldoende: vertrouwen tussen alle deelnemers en goede afspraken zijn minstens even belangrijk.'

Speerpunten zijn een beter budgettair kader, het bundelen van kennis en meer aandacht voor onder meer radicalisering online.De recente terroristische aanslagen in Wenen en Parijs tonen aan dat gewelddadige radicalisering en polarisering enorme maatschappelijke uitdagingen blijven. In Vlaanderen werd in de context van de aanslagen in Parijs in 2015, in Zaventem in 2016 en de problemen met Syriëstrijders, in 2015 een Vlaams beleid ter preventie van gewelddadige radicalisering opgesteld.In opdracht van het Vlaams Parlement en het Agentschap Binnenlands Bestuur voerde het Vlaams Vredesinstituut nu een grondige evaluatie uit. De belangrijkste conclusies van het onderzoek? Ten eerste kan een duidelijk budgettair kader helpen om ontoereikende of onevenwichtige financiering in kaart te brengen. 'Sinds 2015 voorzag het actieplan ongeveer 23 miljoen euro, al diende ongeveer de helft van dat geld ook om andere grootstedelijke problemen aan te pakken en niet specifiek voor de preventie van radicalisering', zegt onderzoeker Annelies Pauwels. 'Ook zien we bijvoorbeeld dat voor bepaalde domeinen, zoals het onderwijs, specifieke financiële ondersteuning voorzien werd voor kennis- en expertiseopbouw. Voor andere domeinen, zoals het jeugdwerk, was dat niet het geval.'Ten tweede is het belangrijk dat opgedane kennis en resultaten uit projecten duurzaam verankerd worden. 'De Vlaamse overheid zou op dat vlak een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld door het toegankelijk maken van kennis en expertise en de kwaliteit van de enorme hoeveelheid opleidingen, vormingen, gidsen en handboeken te beoordelen. Het is op lokaal niveau niet altijd makkelijk om door de bomen het bos te zien', legt Pauwels uit.Ten derde: de focus zou behalve jihadistische radicalisering, wat nog steeds de belangrijkste dreiging is, moeten liggen op nieuwe vormen van extremisme. 'In onze gesprekken met 60 experten en eerstelijnswerkers hoorden we vaak over de opkomst van rechts- en links-extremisme, zeker online', vertelt Pauwels. 'Dat kan dan gaan over haatmisdrijven of brandstichting, feiten die niet altijd als terrorisme worden aangeduid. Ook fenomenen als geweld tegen vertegenwoordigers van de overheid of brandstichtingen tegen 5G-zendmasten verdienen extra aandacht.'Ook overleg en samenwerking is een belangrijk aandachtspunt, bijvoorbeeld in de 'Lokale Integrale Veiligheidscellen Radicalisering' (LIVC-R's). Een samenwerkingsakkoord met de federale regering kan de informatie-uitwisseling in de LIVC-R's stroomlijnen, meent het Vredesinstituut. 'Een goed wettelijk kader is een noodzakelijke voorwaarde voor een goede samenwerking maar niet voldoende: vertrouwen tussen alle deelnemers en goede afspraken zijn minstens even belangrijk.'