Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Wie bij Annemie Robijns aanbelt, hoort hem direct blaffend naar de voordeur stormen. Even later staat hij enthousiast aan je been te snuffelen. Oscar is een schattige kleine jachthond van zeven jaar oud, en hij vraagt veel aandacht deze middag. Zijn baasje probeert hem op zijn wenken te bedienen met geduld en liefde. Haar stem verheffen doet ze nooit. Niet tegen Oscar, niet in haar vredegerecht in Jette, niet in haar privéleven.

Lees je de taakomschrijving van een vrederechter, dan staat het woord 'verzoenen' centraal. 'De twee belangrijkste aspecten van mijn werk zijn geschillen oplossen en bewindvoering', zegt Robijns. 'Mensen komen altijd naar een vredegerecht met een specifieke vraag, waarop de vrederechter dan een antwoord geeft. Je zou kunnen zeggen dat wij laagdrempelige juridische dienstverlening aanbieden. Jij mag je verhaal doen, wij luisteren naar je.'

Bent u ook een verzoener in uw privéleven?

Annemie Robijns: Als er een conflict is bij vrienden of familie probeer ik inderdaad altijd de twee partijen dichter tot elkaar te brengen. Maar mensen willen niet altijd blijven praten, of ze blijven een totaal andere visie op de feiten hebben. Dan moet ik het ook kunnen loslaten. In elk geval probeer ik er altijd voor te zorgen dat mensen mij vertrouwen. Dat doen ze ook.

Ik word voortdurend geconfronteerd met mensen die hun water- of elektriciteitsfactuur niet kunnen betalen. Hoe zou ik dan in een ivoren toren leven?

Is uw mensbeeld veranderd door uw beroep?

Robijns: Zelf heb ik anderen nog meer leren vertrouwen, ook al zou je misschien het tegendeel verwachten. Ik merk elke dag hoe mensen kunnen openbloeien als ze het gevoel krijgen dat er naar hun geluisterd wordt. Daarom ben ik ook zo'n voorstander van justitie die dicht bij de bevolking staat. We zouden meer tijd en meer middelen moeten krijgen om dat nog verder uit te bouwen.

Waarom hebt u als achttienjarige beslist om rechten te studeren?

Robijns: Ik volgde Latijn in het middelbaar, en door die oude taal te analyseren heb ik leren beseffen hoe belangrijk taal is. Het is een instrument dat we heel goed naar onze hand kunnen zetten. Een rechtvaardigheidsgevoel heeft er ook altijd in gezeten bij mij. Dat heb ik van thuis meegekregen. Als ik in mijn omgeving iemand onrechtvaardig behandeld zie worden, heb ik altijd de neiging om me daarmee te bemoeien. Met het ouder worden heb ik wel geleerd om dat voorzichtiger aan te pakken. (glimlacht)

Dat ik graag met mensen omga, heeft natuurlijk ook meegespeeld in mijn keuze voor rechten. En praten heb ik ook altijd graag gedaan. Vroeger zeiden de mensen al tegen mij: jij kunt het zo goed uitleggen, jij moet zeker advocaat worden.

U bent rechter nu, en moet minstens evenveel zwijgen als praten.

Robijns: Als jonge magistraat werd me voorgehouden dat we heel terughoudend moesten zijn, en ik heb dat tamelijk letterlijk genomen. Op mijn negenentwintigste kwam ik als Limburgs meisje in de juridische wereld in Brussel terecht, en ik wist totaal niet hoe ik daarin moest functioneren. Dus ben ik maar heel voorzichtig geworden, zoals me was aangeraden. Stilaan begon ik dat ook in mijn privéleven te doen. Ik ging me terughoudender opstellen. Dat was lastig, soms.

Uw beroep is doorgesijpeld in uw privéleven?

Robijns: Precies. Als dertiger worstelde ik vaak met de vraag: hoe laat ik mijn job rijmen met wie ik ben? Maar sinds ik zeven jaar geleden vrederechter ben geworden, is het meer in evenwicht. Ik heb nu niet meer het gevoel dat ik de hele tijd moet zwijgen. Waarschijnlijk ook omdat ik ouder geworden ben. Ik ben heel veel bezig met mijn persoonlijke ontwikkeling. Zeker sinds ik gescheiden ben.

Welke grens moet er bij u overschreden worden voor u niet meer praat met iemand?

Robijns: Ik zal altijd blijven praten. Alleen als iemand zich heel grof en beledigend tegen mij uitdrukt, zal ik me terugtrekken. Maar zelfs dan ga ik ervan uit dat er ooit wel weer een moment zal komen waarop we zullen praten. Iedereen evolueert. Ik krijg soms ook graag een tweede kans. Ik heb me nog nooit voorgenomen om definitief te breken met iemand. Dat kan ik niet. Ik zou het als een dikke etterbuil op mijn ziel ervaren.

Is rechter een eenzaam beroep?

Robijns: Ja. Tegenwoordig zitten we alleen in plaats van met drie rechters. Dat betekent dat je alle beslissingen ook alleen moet nemen. Maar de eenzaamheid stoort me niet. Ik denk altijd: ik moet gewoon mijn werk doen. Bij elke vraag of vordering moet ik een bepaald stramien volgen, en de wet toepassen op de feiten. Ik doe dat met al de kennis en inzet die ik heb, meer kan ik niet bieden.

© Carmen De Vos

U hebt geen spijt dat u de kant van de advocatuur niet hebt gekozen?

Robijns: Ik heb drie jaar aan de balie gewerkt, maar ik zit graag aan deze kant van de rechtbank. Omdat ik me nu helemaal vrij voel in mijn denken. Als advocaat moet je de kant kiezen van je cliënt, als rechter kan ik op zoek gaan naar de waarheid en naar rechtvaardigheid.

Ik ben er ook niet bang voor om beslissingen te nemen. Dat is waar ik voor betaald word. Ik luister, ik wik en weeg, en dan probeer ik een beslissing te nemen die overeenstemt met de wet, zodat ik in het reine kan zijn met mezelf.

Hebt u nooit last gehad van uw geweten?

Robijns: Niet als het gaat over de beslissingen die ik heb genomen. Ik lig 's nachts weleens wakker van de ellende die in de wereld bestaat. Veel problemen ontstaan door een gebrek aan kansen. Als je geboren wordt met een moeder die het moeilijk heeft, of met een afwezige vader, kan dat snel accumuleren. Dat vind ik erg. En dus probeer ik in mijn rechtbank die mensen wél een kans te geven, door hun de mogelijkheid te bieden hun verhaal te vertellen en door wat ze zeggen serieus te nemen. Toch is dat maar iets kleins. Denk niet dat ik mezelf een Moeder Theresa vind die in staat is om de levensloop van mensen te beïnvloeden.

Hebt u als kind wel alle kansen gekregen?

Robijns: Zeer zeker. Ik kom uit een warm en veilig nest. Samen met mijn zus en twee broers groeide ik op bij twee lieve ouders. Zij hebben me geleerd om sociaal en bescheiden te zijn, en om hard te werken. Daar ben ik hen heel dankbaar voor.

Ik heb er ook wel hard voor moeten werken. Op studievlak ging alles vlot, maar een carrière uitbouwen gaat niet vanzelf. Toen mijn eerste kind geboren is was ik zevenentwintig, werkte ik als assistente aan de universiteit en als advocate aan de balie: een pittige combinatie was dat, ook al zou ik het allemaal direct opnieuw doen.

Hebt u veel macht in handen?

Robijns: Helemaal niet. Gelukkig maar. Ik kan alleen maar een rol spelen bij een specifieke vraag die aan mij is gesteld door twee partijen. In tegenstelling tot het strafrecht zijn mensen in het burgerlijk recht zelf meester van het geschil. Ze mogen mijn antwoord op hun vraag zelfs compleet aan hun laars lappen als ze dat willen. Ooit heb ik bij een burengeschil beslist dat een boom moest worden gekapt. Het is nu zeven jaar na dat vonnis, en ik rij nog geregeld voorbij die boom. Hij staat er nog altijd. (lacht)

In zaken van bewindvoering hebt u toch de macht om iemands vrijheid af te nemen?

Robijns: Daar ben ik het niet mee eens. Het komt er net op neer om mensen na verloop van tijd hun vrijheid terug te kunnen geven. Bewindvoering is er om iemand die niet meer bekwaam is om zelf zijn financiën te beheren gedurende een periode te begeleiden. Als iemand volledig kan beschikken over zijn loon maar twee maanden later uit zijn huurwoning vliegt omdat hij al zijn geld heeft opgemaakt, is dat dan vrijheid?

Rechters krijgen weleens het verwijt wereldvreemd te zijn. Vindt u zichzelf wereldvreemd?

Robijns: Nee. Ik sta in contact met veel mensen, zowel in mijn werk als in mijn privéleven. Met een aantal vrouwen zet ik mij in voor het goede doel. En in mijn rechtbank word ik voortdurend geconfronteerd met mensen die hun water- of elektriciteitsfactuur niet kunnen betalen. Hoe zou ik dan in een ivoren toren leven?

© Carmen De Vos

Voor uw beroep is uw geest onmisbaar, maar hebt u ook genoeg aandacht voor uw lichaam?

Robijns: Dat is een werkpunt. (glimlacht) Ik heb altijd veel gesport, want ik heb het nodig. Vroeger jogde ik veel in het bos, maar ik heb knieproblemen gekregen. En vorig jaar heb ik met mijn rug gesukkeld. Zozeer dat ik het op een gegeven moment echt somber inzag.

Speelde uw rug u parten omdat u te veel zit?

Robijns:Dat speelde in geringe mate mee. Het is een geval van artrose. Daar krijgen we naar verluidt vroeg of laat allemaal mee te maken. Er valt weinig aan te doen. Maar ik ben dan beginnen te zwemmen, en dat hielp om mijn spieren weer te bewegen. Die waren totaal verkrampt geraakt door stress. Op een gegeven moment besefte ik dat ik mijn fysieke gezondheid moest aanpakken, maar ook aan mijn mentale gezondheid moest werken. Ik moest loslaten, en daar had ik het moeilijk mee. Nu voel ik me veel beter.

Naast zwemmen doe ik sinds kort ook aan dansen. Salsa en freestyle in een dansclub. (aarzelend) En sinds twee jaar golf ik ook. Nu hoor ik de mensen al denken: natúúrlijk, een rechter die golft. Maar golf is echt niet zo elitair als het klinkt. Ik ben ingeschreven bij een heel gewone en democratische club, waar het lidgeld een pak minder hoog ligt. Bovendien zou golfen heilzaam zijn voor mensen met artrose.

Hebt u al veel mentale klappen moeten verwerken?

Robijns:Eigenlijk niet. Ik ben er mentaal nog nooit onderdoor gegaan. Ook niet bij mijn scheiding. Hoe dat komt? Ik denk door de veilige basis die ik van thuis heb meegekregen. Ik weet dat ik op mezelf mag vertrouwen, en dat alles uiteindelijk wel goed komt. Dat is een grote houvast.

Ik heb vriendinnen die ook gescheiden zijn en zich soms heel verloren kunnen voelen, maar ik ken dat gevoel niet. Ik ben ook geen bang mens. Als ik met een probleem word geconfronteerd, denk ik: ik zal het wel uitzoeken. En als ik morgen de oplossing niet heb gevonden, dan misschien overmorgen wel.

Niettemin heeft de echtscheiding mij veel verdriet gedaan. Ik heb veel gehouden van mijn man, hij is de vader van mijn kinderen, en ik dacht dat het voor het leven was. Van hem weggaan voelde aan als een mislukking. Ik had nog nooit tegenslag gehad in mijn leven. Alles was altijd gegaan zoals ik het wilde - tot die mooie liefde kapotging. Maar die periode heeft me wel veel geleerd.

Ik probeer mijn kinderen op te voeden met zin voor realiteit en hun te tonen dat het leven ook schaduwkanten heeft. Ze moeten de vaardigheden leren om problemen in de ogen te kunnen kijken. Omdat in mijn jeugd alles van een leien dakje is gelopen, heb ik toen ik jong was nooit echt geleerd hoe je met tegenslagen omgaat.

U probeert bij uw kinderen een dikkere huid te kweken dan u zelf had?

Robijns:Ja. Ik was wel een zachtgekookt eitje. Door de scheiding ben ik mezelf meer gaan ontwikkelen als mens. Ik kon beginnen te zoeken naar wie ik was. Soms denk ik wel: was ik al wat wijzer geweest als dertiger, dan had ik die zoektocht misschien samen met mijn ex-man kunnen afleggen. Dat doet nog altijd pijn.

Soms vraag ik me af of ik alleen oud kan worden. Maar dan denk ik: ja, jij kunt alleen oud worden. Het is geen schrikbeeld voor mij.

U zit niet in een relatie en u voelt zich goed?

Robijns:Absoluut. Ik ben niet eenzaam. En ik geniet van mijn onafhankelijkheid. Trouwens, ik heb het nodig om geregeld alleen te zijn. Mijn contact met andere mensen is altijd intens, en ik heb achteraf altijd tijd nodig om al die indrukken te verwerken. Soms vraag ik me wel af of ik alleen oud kan worden. Maar dan denk ik: ja, jij kunt alleen oud worden. Het is geen schrikbeeld voor mij.

We zitten nog met veel maatschappelijke vooroordelen. Ik krijg vaak de vraag of ik al een vriend heb. Alsof een relatie het enige zaligmakende is. Zie ik er nu zo ongelukkig uit? Nee, toch? (lacht)

Advocaat Paul Bekaert zei onlangs dat rechters in de schaduw moeten blijven, in plaats van in de media te verschijnen. Begrijpt u dat?

Robijns:Ja, maar er bestaat wel een grote onwetendheid over wat er gebeurt binnen justitie. Rechters mogen geen commentaar geven op hun eigen beslissingen, laat staan op die van collega-rechters. Advocaten horen we wel, ministers en parlementsleden ook, maar de rechterlijke macht moet zwijgen. Dat is logisch, want als wij onze mening geven, zijn we niet meer onpartijdig en neutraal, wat net onze opdracht is. Maar ik vind het wel een gemis dat mensen niet precies weten wat wij doen. Daarom heb ik nu deelgenomen aan De rechtbank op Vier.

Ik vind wel dat wij als rechters voorbeeldgedrag moeten tonen. Dat gaat verder dan geen misdrijven plegen. Ook op burgerlijk vlak moeten wij fouten proberen te vermijden.

Hebt u dan nog nooit een boete kregen voor te snel rijden?

Robijns:Toch wel, helaas. Ik heb ooit 57 kilometer per uur gereden waar 50 de maximumsnelheid was. Het bewijst dat wij geen robots zijn, zoals sommigen denken, maar gewoon mensen van vlees en bloed. Gelukkig maar. Te snel rijden vind ik erg, laat me daar duidelijk over zijn. Ik voel me heel slecht als ik zo'n overtreding maak.

Als u zich altijd voorbeeldig moet gedragen, maakt u dan 's ochtends ook de brievenbus leeg in mantelpak?

Robijns: (lacht) Zeker niet, dat doe ik in mijn kamerjas of joggingpak. Ik heb zelfs geen mantelpak. Wat ik bedoel is dat ik pas een goede rechter kan zijn als ik respect opbreng voor anderen. Ik bén een rechter, mijn beroep zit in hoe ik me gedraag. Of dat nu over mensen in mijn rechtbank gaat of mijn buurman of de andere klanten bij de bakker: ik probeer me altijd waardig te gedragen. Altijd.

Annemie Robijns

- 49 jaar, woont in Tervuren

- Groeide op in Sint-Truiden

- Studeerde rechten in Namen en Leuven en aan de universiteiten van Bayreuth en Bonn in Duitsland

- Werkte als advocate en assistente Romeins recht aan de toenmalige KU Brussel

- Was na 2002 rechter in de rechtbank van eerste aanleg in Brussel

- Is sinds zeven jaar vrederechter in Jette, het grootste vredegerecht van het land

- Was tot eind oktober te zien in De rechtbank op Vier

- Is gescheiden en heeft drie kinderen

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.