Het bezoek staat in het teken van de uitstekende bilaterale relaties met Duitsland, aldus het koningshuis. In Thüringen brengen de koning en koningin, na een ontvangst door minister-president Bodo Ramelow, een bezoek aan de stad Gotha, een van de steden van herkomst van de Belgische koninklijke familie. Vervolgens begeven ze zich naar het voormalige nazi-concentratiekamp Buchenwald, waar hulde wordt gebracht aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. In Weimar brengen ze een bezoek aan het Bauhaus-museum, dat onlangs geopend werd naar aanleiding van de honderdste verjaardag van de oprichting van de nu legendarische kunstacademie door architect Walter Gropius. Ze bezoeken in het Neues Museum bovendien de tentoonstelling over de Belgische architect en kunstenaar Henry van de Velde, die het gebouw ontwierp waarin Gropius zijn school vestigde. Op donderdag verplaatsen de koning en de koningin zich naar Lutherstadt Wittenberg in Saksen-Anhalt, de geboorteplaats van de protestantse Reformatie, waar ze door minister-president Reiner Haseloff worden ontvangen. Ze brengen vervolgens een bezoek aan het Bauhaus-instituut in Dessau en aan de Belgische investering van DOMO Caproleuna op de site van Infraleuna, een van de grootste chemiesites van Duitsland. Op hun uitnodiging worden de koning en de koningin vergezeld door minister-president van de Duitstalige Gemeenschap Oliver Paasch. "Het is voor ons een zeer interessant programma, zeker door de ontmoeting met beide minister-presidenten. We hebben al zeer goede relaties met de twee regio's en kunnen op deze manier de bilaterale samenwerking nog versterken", zegt Paasch. Hij had vorige week nog een ontmoeting met zijn collega uit Saksen-Anhalt, waarbij hem werd gevraagd om het woord te nemen tijdens een receptie en de Belgische actualiteit uit te leggen. (Belga)