Professor politicologie Carl Devos legde eerder deze week al de vinger op de wonde, in zijn column in De Morgen: 'Partijen zijn vooral begaan met hun electorale positie in 2024, minder geconcentreerd op het oplossen van problemen.'

N-VA wil niet regeren zonder Vlaamse meerderheid, Ecolo niet met N-VA, PS niet met N-VA en Open VLD niet in paars-groen, want, zo klinkt het, dat is electorale zelfmoord. Niemand spreekt over de precieze inhoudelijke onverenigbaarheden (dat kan ook niet, er is zelfs nog niet over inhoud onderhandeld). Partijen spreken voorwaarden uit op basis van gepercipieerde electorale verliezen binnen vijf jaar. Dat is verontrustend, maar tegelijkertijd ook hoopvol. De electorale angst is zo groot dat niemand het nog ziet, maar onderliggend zit er wel wat ruimte voor compromis. Iedereen begrijpt dat de maatschappijvisie van de PS sterk verschilt met die van de N-VA of dat Open VLD liever niet enkel met linkse partijen regeert, maar het is veel moeilijker te begrijpen waarom die posities onverenigbaar zijn in een regeerakkoord, waar iedereen vandaag zomaar vanuit gaat.

Vormen van een nieuwe federale regering is een kwestie van vijf minuten politieke moed.

Neem nu de paars-gele piste (de socialistische en liberale familie, aangevuld met N-VA). Voor velen de meest wenselijke optie (omdat het de twee grootste partijen van het land samenbrengt), maar ook de meest onwaarschijnlijke. Nochtans zijn er vandaag heel wat argumenten om ook dat scenario niet zomaar als uitzichtloos weg te zetten. De PS wil vooral een links sociaaleconomisch beleid. De N-VA wil vooral een streng migratiebeleid (als antwoord op de opmars van het Vlaams Belang) en uitzicht op confederalisme. De PS wil dat niet, maar wil wel de financieringswet heronderhandelen (want binnenkort stroomt er minder geld van de federale pot naar Wallonië). Beiden zijn dus vragende partij om de staat te hervormen. Daar zit ruimte voor compromis. Ook op vlak van migratie is een compromis tussen de N-VA en de PS niet onrealistisch. Nog niet zolang geleden voerde De Block onder Di Rupo een rechts migratiebeleid dat in de feiten weinig verschilde van dat van Francken. Waarom zou de N-VA niet de ruimte kunnen krijgen die Open VLD indertijd wel kreeg?

Natuurlijk zal Di Rupo de Zweden niet zomaar depanneren. Er zullen dus sociale accenten moeten komen. Maar waarom zou N-VA die op sociaaleconomisch vlak, in ruil voor een rechts migratiebeleid, niet kunnen aanvaarden? Nog geen jaar geleden klonk het in de N-VA war room dat het de oorlog met links zo moe was waarna ze de Schelde indook met de sp.a. Nu zouden we opnieuw moeten geloven dat ieder compromis met links onmogelijk is? Meer nog, als het de N-VA gemeend is met het serieus nemen van de uitgesloten Vlaams-Belang kiezer, waarom kan er geen rekening gehouden worden met de linkse profilering van de extreemrechtse partij op sociaaleconomisch vlak? De PS zou, ten slotte, alle sociale accenten in een paars-gele coalitie probleemloos in haar eigen trofeekast kunnen etaleren. Er zijn geen andere (linkse) partijen waarmee het in competitie moet treden om zich de linkse verdiensten van het beleid toe te eigenen naar de achterban en kiezer.

Er loopt geen causale relatie van de ideologische dichtheid van de coalitiepartners naar de daaropvolgende verkiezingsuitslag.

Het perspectief op een federale regering is verre van uitzichtloos. Ze is uitzichtloos op basis van de voorwaarden die partijen opleggen wat betreft potentiële coalitiepartners. Maar die voorwaarden zijn meer ingegeven door angst voor de stembusslag, dan door inhoudelijke onverenigbaarheden. Daar mogen we gerust verontwaardigd over zijn, maar het stemt ook tot hoop. De hoop dat tenoren straks de onderhandelingstafel delen om het over inhoud te hebben. De hoop dat invloedrijke politici durven inzien dat de verkiezingen nu voorbij zijn en dat zij nu zelf aan zet zijn. De hoop dat partijvoorzitters beseffen dat vijf jaar een eeuwigheid is in de politiek en een oplossing soms echt een kwestie is van vijf minuten politieke moed.

En als het de onderhandelaars aan moed blijft ontbreken, dan herinnerde professor Devos ons ook aan dit: de regering-Michel was op papier een coherente centrumrechtse regering en werd vernederd door de kiezer. De veel minder evidente tripartite Di Rupo ging er netto met een zetel op vooruit, door aanzienlijke winst voor coalitiepartner MR. Het is een boodschap voor politici die de moed niet vinden om zelfs in de formatiefase de electorale angst te overstijgen: er loopt geen causale relatie van de ideologische dichtheid van de coalitiepartners naar de daaropvolgende verkiezingsuitslag.