Tijdens de regeringsonderhandelingen en de coronacrisis werd onze staatsstructuur opnieuw in vraag gesteld. In 2024 zou men moeten werken aan een zevende staatshervorming op een halve eeuw tijd. Vraagt de bevolking deze hervorming?

In het begin van de coronacrisis dacht men dat de problemen voortvloeiden uit onze vorm van federalisme. Men zag niet dat soortgelijke problemen zich stelden zowel in landen met een centraal bestuur zoals Frankrijk als in federale staten zoals Duitsland. Voortdurend had men het daar ook over 'eenheid van commando'.

Ondanks de complexe bevoegdheidsverdeling slaagden de federale overheid en de deelstaten erin - met de onvermijdelijke interne spanningen - te komen tot coherente beslissingen. Het Overlegcomité werkte vrij goed, hoewel beslissingen altijd bij consensus moeten worden genomen. Het samenwerkingsfederalisme heeft in de coronacrisis al bij al gefunctioneerd. De pandemie heeft bovendien aangetoond dat er behoefte is aan een Europese en mondiale aanpak, niet aan een verdere opdeling van bevoegdheden in dit land. Na de coronacrisis moet een visie worden ontwikkeld over een modern gezondheidsbeleid, veeleer dan opnieuw een discussie te beginnen over de verdere splitsing van het gezondheidsbeleid.

Medisch experts stellen dat het federale niveau een grote rol moet behouden en niet alleen als coördinator. Het federale België moet bevoegd blijven voor de financiering van de gezondheidszorg, maar ook voor de tarieven, de ligdagprijs voor de ziekenhuisbedden, de geneesmiddelen, de universitaire ziekenhuizen en de bestrijding van de pandemieën. Een integrale splitsing van de gezondheidszorg is derhalve niet wenselijk en zelfs gevaarlijk. In Duitsland heeft kanselier Merkel in volle coronacrisis meer bevoegdheden gevraagd om de pandemie te bestrijden ten koste van de deelstaten (de Länder). Het was de bedoeling dat de nationale regering in Duitsland maatregelen voor het hele land kon afkondigen. Het samenwerkingsfederalisme was in België het enige alternatief om te komen tot de noodzakelijke eenheid van besluitvorming.

Bart De Wever en N-VA blijven dromen van een 'historisch akkoord' om België in 2024 in een confederale plooi te leggen. De Wever beweert hierover een akkoord te hebben bereikt met PSvoorzitter Magnette. Niemand heeft hiervan een tekst gezien, maar wat blijkt ervan uit de perslekken? De uitgaven voor gezondheidszorg en de wetgeving erover zouden volgens het duo Magnette-De Wever in eerste instantie nationaal blijven, maar de uitvoering ervan zou binnen de federale regering worden toevertrouwd aan twee ministers (een Nederlandstalige en een Franstalige) in afwachting van de definitieve toewijzing aan de gemeenschappen of de gewesten. Iets dergelijks gebeurde in de jaren tachtig al voor onderwijs met de Vlaamse minister Daniël Coens en de Franstalige minister Damseaux, maar dat systeem leidde voortdurend tot budgettaire conflicten binnen de federale regering ('de lat gelijk') en bleek onwerkzaam. Uiteindelijk werd het onderwijs in 1989 gesplist.

De PS pleit voor een blijvend unitaire financiering van de sociale zekerheid. Gaat men het gezondheidsbeleid toevertrouwen aan de gewesten of gemeenschappen zonder financiële en fiscale verantwoordelijkheid? Dit zou een terugkeer zijn naar het zogenaamde consumptiefederalisme, waarbij de regio's de factuur (30 miljard euro voor de gezondheidszorg en ziekteverzekering) doorsturen naar de federale staat, die nu al een ondraaglijke schuldenlast moet torsen. Noch Wallonië en zeker Brussel niet (met zijn snel groeiende en arme bevolking) is in staat bevoegdheidsoverdrachten in de sociale zekerheid te financieren met eigen fiscale middelen. De transfers zouden dan moeten blijven doorlopen, omdat die eerder te wijten zijn aan het verschil in fiscale en parafiscale draagkracht dan in verschillen in uitgavenpatronen. Gaan de Walen en de Brusselaars hun eigen verarming onderhandelen? Ze hebben niets te winnen bij een eigen fiscale middelenvoorziening gezien hun zwakke belastbare basis. Het wordt de achillespees voor elke nieuwe staatshervorming, die tot stand zal moeten komen in een context van totaal ontspoorde publieke financiën.

De PS wil daarenboven dat België wordt opgedeeld in vier gewesten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel en het Duitstalige gebied). Als men dat debat heropent, komt de discussie over Brussel weer naar boven. De gemeenschappen zouden verdwijnen, ook in Brussel, dat een meertalig gebied zou worden zonder binding met de Vlaamse Gemeenschap. Gaan we de Vlamingen in Brussel opgeven en aan hun lot overlaten zonder garanties over medebeheer en autonomie op het vlak van Nederlandstalig onderwijs en cultuur? Gaan we de communautaire strijd van de jaren zeventig en tachtig nog eens overdoen? Of laten de Vlamingen Brussel los? Het is vanuit Vlaams oogpunt ondenkbaar dat Brussel een tweetalige deelstaat wordt met tweetalig onderwijs en dat de politieke bescherming van de Vlamingen zou verdwijnen.

Als gevolg van de coronacrisis zullen de schulden van de gemeenschappen en gewesten meer dan verdubbelen tot nagenoeg 100 miljard euro in 2025. In Vlaanderen zou het gaan om 55 miljard euro overheidsschuld, in Wallonië 28 miljard euro, voor de Franse Gemeenschap 12 miljard euro en in Brussel 11 miljard euro. Discussies over confederalisme zullen weer aanleiding geven tot jarenlange communautaire onderhandelingen en lange periodes zonder regering. Staatshervormingen komen in België haast uitsluitend tot stand bij de vorming van een federale regering. Gaat men in 2024 opnieuw de doos van Pandora openen en dit land opnieuw stuwen naar strategospelletjes over confedereren of herfederaliseren? Gaat men een derde keer op tien jaar tijd weer naar vijfhonderd dagen zonder regering. De uitvoering van de resoluties van het Vlaams Parlement heeft bijna dertien jaar geduurd. Gaan we opnieuw op dit heilloze pad?

België en Vlaanderen zullen in deze communautaire context onmachtig zijn om de grote uitdagingen aan te gaan op het vlak van klimaat, gezondheid, economie, digitalisering, migratie en sociale rechtvaardigheid. De coronacrisis heeft bewezen dat het samenwerkingsfederalisme - tot ieders verrassing - werkzaam is gebleken. De staatshervorming in België is een sui generis-model dat historisch is gegroeid op basis van compromissen tussen Vlamingen en Franstaligen en hun diverse eisen en behoeften. Laten we hieruit de nodige lessen trekken en niet opnieuw met onderhandelingen beginnen over een zevende staatshervorming en weer alles in vraag stellen, met onbestuurbaarheid van België tot gevolg.

Ik heb altijd gedroomd van een Vlaanderen van dialoog, respect, openheid, gematigdheid, verdraagzaamheid. De Vlaamse strijd is voor sommigen verworden tot een gevecht voor de eigen identiteit tegen de 'anderen'. Het ranzige en populistische taalgebruik op Twitter en andere sociale media is niet de manier waarop ik voor meer Vlaanderen heb geijverd. We zijn een positief volk en onze instellingen hebben gedurende veertig jaar op vele terreinen een eigen Vlaams beleid mogelijk gemaakt. Ik ben blij aan de verregaande autonomie te hebben kunnen meewerken.

Rebel met een missie

Eric Van Rompuy

240 blz.

EAN 9789401478489

€ 24,99

Lannoo
© Lannoo
Tijdens de regeringsonderhandelingen en de coronacrisis werd onze staatsstructuur opnieuw in vraag gesteld. In 2024 zou men moeten werken aan een zevende staatshervorming op een halve eeuw tijd. Vraagt de bevolking deze hervorming?In het begin van de coronacrisis dacht men dat de problemen voortvloeiden uit onze vorm van federalisme. Men zag niet dat soortgelijke problemen zich stelden zowel in landen met een centraal bestuur zoals Frankrijk als in federale staten zoals Duitsland. Voortdurend had men het daar ook over 'eenheid van commando'. Ondanks de complexe bevoegdheidsverdeling slaagden de federale overheid en de deelstaten erin - met de onvermijdelijke interne spanningen - te komen tot coherente beslissingen. Het Overlegcomité werkte vrij goed, hoewel beslissingen altijd bij consensus moeten worden genomen. Het samenwerkingsfederalisme heeft in de coronacrisis al bij al gefunctioneerd. De pandemie heeft bovendien aangetoond dat er behoefte is aan een Europese en mondiale aanpak, niet aan een verdere opdeling van bevoegdheden in dit land. Na de coronacrisis moet een visie worden ontwikkeld over een modern gezondheidsbeleid, veeleer dan opnieuw een discussie te beginnen over de verdere splitsing van het gezondheidsbeleid. Medisch experts stellen dat het federale niveau een grote rol moet behouden en niet alleen als coördinator. Het federale België moet bevoegd blijven voor de financiering van de gezondheidszorg, maar ook voor de tarieven, de ligdagprijs voor de ziekenhuisbedden, de geneesmiddelen, de universitaire ziekenhuizen en de bestrijding van de pandemieën. Een integrale splitsing van de gezondheidszorg is derhalve niet wenselijk en zelfs gevaarlijk. In Duitsland heeft kanselier Merkel in volle coronacrisis meer bevoegdheden gevraagd om de pandemie te bestrijden ten koste van de deelstaten (de Länder). Het was de bedoeling dat de nationale regering in Duitsland maatregelen voor het hele land kon afkondigen. Het samenwerkingsfederalisme was in België het enige alternatief om te komen tot de noodzakelijke eenheid van besluitvorming. Bart De Wever en N-VA blijven dromen van een 'historisch akkoord' om België in 2024 in een confederale plooi te leggen. De Wever beweert hierover een akkoord te hebben bereikt met PSvoorzitter Magnette. Niemand heeft hiervan een tekst gezien, maar wat blijkt ervan uit de perslekken? De uitgaven voor gezondheidszorg en de wetgeving erover zouden volgens het duo Magnette-De Wever in eerste instantie nationaal blijven, maar de uitvoering ervan zou binnen de federale regering worden toevertrouwd aan twee ministers (een Nederlandstalige en een Franstalige) in afwachting van de definitieve toewijzing aan de gemeenschappen of de gewesten. Iets dergelijks gebeurde in de jaren tachtig al voor onderwijs met de Vlaamse minister Daniël Coens en de Franstalige minister Damseaux, maar dat systeem leidde voortdurend tot budgettaire conflicten binnen de federale regering ('de lat gelijk') en bleek onwerkzaam. Uiteindelijk werd het onderwijs in 1989 gesplist. De PS pleit voor een blijvend unitaire financiering van de sociale zekerheid. Gaat men het gezondheidsbeleid toevertrouwen aan de gewesten of gemeenschappen zonder financiële en fiscale verantwoordelijkheid? Dit zou een terugkeer zijn naar het zogenaamde consumptiefederalisme, waarbij de regio's de factuur (30 miljard euro voor de gezondheidszorg en ziekteverzekering) doorsturen naar de federale staat, die nu al een ondraaglijke schuldenlast moet torsen. Noch Wallonië en zeker Brussel niet (met zijn snel groeiende en arme bevolking) is in staat bevoegdheidsoverdrachten in de sociale zekerheid te financieren met eigen fiscale middelen. De transfers zouden dan moeten blijven doorlopen, omdat die eerder te wijten zijn aan het verschil in fiscale en parafiscale draagkracht dan in verschillen in uitgavenpatronen. Gaan de Walen en de Brusselaars hun eigen verarming onderhandelen? Ze hebben niets te winnen bij een eigen fiscale middelenvoorziening gezien hun zwakke belastbare basis. Het wordt de achillespees voor elke nieuwe staatshervorming, die tot stand zal moeten komen in een context van totaal ontspoorde publieke financiën. De PS wil daarenboven dat België wordt opgedeeld in vier gewesten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel en het Duitstalige gebied). Als men dat debat heropent, komt de discussie over Brussel weer naar boven. De gemeenschappen zouden verdwijnen, ook in Brussel, dat een meertalig gebied zou worden zonder binding met de Vlaamse Gemeenschap. Gaan we de Vlamingen in Brussel opgeven en aan hun lot overlaten zonder garanties over medebeheer en autonomie op het vlak van Nederlandstalig onderwijs en cultuur? Gaan we de communautaire strijd van de jaren zeventig en tachtig nog eens overdoen? Of laten de Vlamingen Brussel los? Het is vanuit Vlaams oogpunt ondenkbaar dat Brussel een tweetalige deelstaat wordt met tweetalig onderwijs en dat de politieke bescherming van de Vlamingen zou verdwijnen. Als gevolg van de coronacrisis zullen de schulden van de gemeenschappen en gewesten meer dan verdubbelen tot nagenoeg 100 miljard euro in 2025. In Vlaanderen zou het gaan om 55 miljard euro overheidsschuld, in Wallonië 28 miljard euro, voor de Franse Gemeenschap 12 miljard euro en in Brussel 11 miljard euro. Discussies over confederalisme zullen weer aanleiding geven tot jarenlange communautaire onderhandelingen en lange periodes zonder regering. Staatshervormingen komen in België haast uitsluitend tot stand bij de vorming van een federale regering. Gaat men in 2024 opnieuw de doos van Pandora openen en dit land opnieuw stuwen naar strategospelletjes over confedereren of herfederaliseren? Gaat men een derde keer op tien jaar tijd weer naar vijfhonderd dagen zonder regering. De uitvoering van de resoluties van het Vlaams Parlement heeft bijna dertien jaar geduurd. Gaan we opnieuw op dit heilloze pad? België en Vlaanderen zullen in deze communautaire context onmachtig zijn om de grote uitdagingen aan te gaan op het vlak van klimaat, gezondheid, economie, digitalisering, migratie en sociale rechtvaardigheid. De coronacrisis heeft bewezen dat het samenwerkingsfederalisme - tot ieders verrassing - werkzaam is gebleken. De staatshervorming in België is een sui generis-model dat historisch is gegroeid op basis van compromissen tussen Vlamingen en Franstaligen en hun diverse eisen en behoeften. Laten we hieruit de nodige lessen trekken en niet opnieuw met onderhandelingen beginnen over een zevende staatshervorming en weer alles in vraag stellen, met onbestuurbaarheid van België tot gevolg. Ik heb altijd gedroomd van een Vlaanderen van dialoog, respect, openheid, gematigdheid, verdraagzaamheid. De Vlaamse strijd is voor sommigen verworden tot een gevecht voor de eigen identiteit tegen de 'anderen'. Het ranzige en populistische taalgebruik op Twitter en andere sociale media is niet de manier waarop ik voor meer Vlaanderen heb geijverd. We zijn een positief volk en onze instellingen hebben gedurende veertig jaar op vele terreinen een eigen Vlaams beleid mogelijk gemaakt. Ik ben blij aan de verregaande autonomie te hebben kunnen meewerken.Eric Van Rompuy240 blz.EAN 9789401478489€ 24,99