De rechtbank achtte de hypothese van de verdediging onwaarschijnlijk dat iemand het appartement van het slachtoffer in Laken was binnengedrongen via een raam. De twee beklaagden werden gezien op bewakingsbeelden toen ze het appartement van het slachtoffer in Laken buitenstapten waar later Marc Dellea dood werd aangetroffen.

Bovendien merkte de rechtbank in zijn vonnis op dat het slachtoffer geen vijanden had, alleszins niet in die mate dat ze hem zouden willen doden.

De voorbedachtheid bleek volgens de rechter onder meer uit het feit dat het slachtoffer in zijn bed werd omgebracht, zonder dat er zichtbare sporen waren van verzet, wat op een beredeneerde daad lijkt te wijzen.

Het openbaar ministerie had 25 jaar cel geëist voor de twee beklaagden. De rechter achtte een zware straf op zijn plaats, rekening houdende met de persoonlijkheid van de beklaagden die gedurende het proces verschillende getuigen als ongeloofwaardig probeerden af te schilderen. Ze namen hun verantwoordelijkheid niet op, klonk het ook.

Dat desondanks geen maximumstraf werd uitgesproken, moet de beklaagden een zeker perspectief bieden. Het parket had de onmiddellijke aanhouding gevraagd van de twee beklaagden, maar de rechter ging daar niet in mee.