De intussen 62-jarige Van Landeghem werd in 1988 na een positieve dopingtest ten onrechte weggestuurd van de Olympische Spelen in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel, toen Rogge de Belgische delegatieleider was. Net voor de start van die Spelen werden in het A- en B-staal van Van Landeghem, op dat moment wereldtop in de marathon, door het hoofd van het antidopinglaboratorium van Seoel sporen van doping gevonden, waardoor de atlete een kruis mocht maken over deelname aan de olympische marathon en ze later ook voor twee jaar geschorst werd. Van Landeghem heeft echter altijd ontkend doping te hebben gebruikt en in december 1988 werd ze wegens procedurefouten reeds vrijgesproken door de Beroepscommissie van de Vlaamse Atletiekliga (VAL). In de lente van 1989 werd die vrijspraak ook bevestigd door de Internationale Atletiekfederatie IAAF. Ze werd echter van de selectielijsten voor internationale competities gehouden en pas in maart 2017 volgden er excuses van het BOIC. Van Landeghem liet het daar niet bij en eiste voor de rechtbank een voorlopige schadevergoeding van 25.000 euro van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité. Die vordering werd in mei van dit jaar afgewezen, omdat de rechtbank oordeelde dat de vordering grotendeels verjaard en voor het overige ongegrond is. Hiertegen gaat Van Landeghem in beroep. Daarnaast daagt ze in een nieuwe rechtszaak ook Rogge persoonlijk voor de rechter. "Rogge heeft nooit verantwoording afgelegd of gereageerd op mijn aangetekende brief met de vraag om opheldering", klinkt het bij Van Landeghem in een reactie aan de Mediahuis-kranten. "Excuses zouden gepast zijn." De zaak staat begin volgend jaar gepland. (Belga)