Wie gevaccineerd is, ontwikkelt vaak antilichamen in de neusholte. Bij 78,3 procent van alle deelnemers aan een Gentse studie hebben onderzoekers antilichamen teruggevonden in de neus. Maar niet alle vaccins brengen dezelfde reactie teweeg. Waarom het ene vaccin vaker antilichamen opwekt in de neus dan het andere, is nog niet duidelijk. De antilichamen in de neus kunnen een belangrijke rem zijn op infectie en verspreiding. "Het coronavirus dringt ons lichaam binnen via de bovenste luchtwegen" zegt neus-, keel- en oorarts Dr. Philippe Gevaert. Neutraliserende antilichamen in ons bloed maken het virus onschadelijk door de binding van de spike-eiwitten aan de menselijke cellen te blokkeren. "Als de antilichamen ook ter hoogte van de neus aanwezig zijn, kunnen ze daar al een eerste barrière vormen tegen het binnendringen van het virus." "De verklaring ligt mogelijk bij een verschillende tijdspanne tussen de twee dosissen of bij een verschillende werking van de vaccins", zegt infectioloog Linos Vandekerckhove. "Tijdens een opvolgstudie zullen we de verdere evolutie van de antilichaamrespons in het bloed en in de neus in kaart brengen. We hopen zo meer duidelijkheid te krijgen." (Belga)

Wie gevaccineerd is, ontwikkelt vaak antilichamen in de neusholte. Bij 78,3 procent van alle deelnemers aan een Gentse studie hebben onderzoekers antilichamen teruggevonden in de neus. Maar niet alle vaccins brengen dezelfde reactie teweeg. Waarom het ene vaccin vaker antilichamen opwekt in de neus dan het andere, is nog niet duidelijk. De antilichamen in de neus kunnen een belangrijke rem zijn op infectie en verspreiding. "Het coronavirus dringt ons lichaam binnen via de bovenste luchtwegen" zegt neus-, keel- en oorarts Dr. Philippe Gevaert. Neutraliserende antilichamen in ons bloed maken het virus onschadelijk door de binding van de spike-eiwitten aan de menselijke cellen te blokkeren. "Als de antilichamen ook ter hoogte van de neus aanwezig zijn, kunnen ze daar al een eerste barrière vormen tegen het binnendringen van het virus." "De verklaring ligt mogelijk bij een verschillende tijdspanne tussen de twee dosissen of bij een verschillende werking van de vaccins", zegt infectioloog Linos Vandekerckhove. "Tijdens een opvolgstudie zullen we de verdere evolutie van de antilichaamrespons in het bloed en in de neus in kaart brengen. We hopen zo meer duidelijkheid te krijgen." (Belga)