De Europese verkiezingen van eind mei bracht bijna 51 procent van de stemgerechtigden op de been, het beste resultaat sinds de jaren negentig. Het was ook de eerste keer sinds de eerste rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979 dat de cijfers de goede kant uitgaan. Dat is vooral te danken aan de jonge kiezers, blijkt uit onderzoek van het Europees Parlement. Dat ondervroeg bijna 28.000 Europeanen uit alle lidstaten in de maand na de verkiezingen. Van alle 16- tot 24-jarigen (in sommige lidstaten mogen jongeren al vanaf 16 naar de stembus, red.) ging 42 procent eind mei stemmen. Een pak meer dan vijf jaar geleden, toen slechts 28 procent dat deed. Van de Europeanen tussen de 25 en 39 jaar ging 47 procent stemmen, terwijl dat in 2014 maar 35 procent was. Ook in de andere leeftijdsgroepen werd een stijging opgetekend, maar nergens zo groot als bij de jongeren. Het Europees Parlement schrijft dat vooral toe aan een positieve houding van jongeren tegenover de EU. Uit het onderzoek blijkt dat steeds meer EU-burgers het gevoel hebben dat hun stem effectief iets zal veranderen, en dat het Europees lidmaatschap hun land vooruit heeft geholpen. De steun voor de EU staat overigens al maanden op een recordhoogte: op dit moment is 68 procent van de Europeanen positief over het EU-lidmaatschap, blijkt uit de laatste Eurobarometer. "Burgers hebben gestemd omdat ze voor de Europese Unie zijn, en omdat ze geloven dat ze iets kunnen veranderen door te stemmen. Het Europees Parlement moet nu aan die verwachtingen tegemoetkomen", zegt voorzitter David Sassoli. De Europese kiezer trok volgens het onderzoek vooral naar de stembus omwille van de economie, de klimaatverandering, en de mensenrechten. "Dat zijn de thema's waarop het Parlement de laatste jaren zijn stempel heeft gedrukt, en we zullen dat blijven doen", aldus Sassoli. (Belga)