Beste Jean-Marie Dedecker,

Aangezien u mij in uw opiniestuk meermaals persoonlijk aanspreekt, dacht ik: laat ik hem maar eens een brief schrijven om een aantal misverstanden uit de weg te ruimen, als West-Vlaming tot West-Vlaming. Want dat is het eerste misverstand: ik ben geen ketje, al zou ik best graag aanspraak kunnen maken op die eretitel. Ik ben geboren in Roeselare, opgegroeid in Kortrijk, en volgens mij lijken we in bepaalde opzichten zelfs op elkaar: koppig, doorzetters, grote mond, klein hartje. Maar laten we vooral niet generaliseren.

Als kind heb ik al mijn vakanties doorgebracht aan de Belgische kust, meer bepaald in Oostduinkerke, en dat geldt ook voor mijn zoon. Als wij 's ochtends naar het strand vertrokken, namen we onze boterhammen en limonade mee. Tegen de tijd dat wij uitgehongerd na een een duik in het altijd koude water op die boterhammen aanvielen, knarste het zand tussen onze tanden en was de limonade lauw. Maar dat deerde niet. Ik weet dat nostalgie een slechte raadgever is, maar nee, voor mij hoeven al die strandbars en privé concessies inderdaad niet. Ik eet graag een pannenkoek op de dijk, maar het strand is van iedereen, en niet alleen van zij die geld hebben om te consumeren.

Voor wangedrag mag men nooit capituleren. Maar voor elke veroordeling is bewijs nodig.

Een paar jaar nadat ik in Brussel was gaan wonen, viel het me elke keer dat ik in Oostduinkerke kwam op: wat is het hier wit. Rondom mij zag ik de samenleving steeds gekleurder en gemengder worden, maar de Vlaamse kust bleef een soort reservaat voor blanken. Daarom ben ik oprecht blij dat nu andere groepen eindelijk ook hun weg gevonden hebben naar ons strand en onze duinen.

De meeste van hen, beste Jean --Marie, komen gewoon om te om te doen wat zoveel anderen doen: zandkastelen bouwen, pootjebaden, zonnebaden.

Met verstomming kijk ik aan tegen de apocalyptische beelden die u schept. Mijn moslima vriendinnen dragen soms een bikini, soms niet, soms een hoofddoek, soms niet. Ik heb ze nog nooit weten tajine aanslepen en één hoort zelfs liever Niels Destadsbader dan Oum Kalsoum en dat vind ik pas erg. Ik bedoel maar: zoals Bokrijk Vlaanderen niet is, herken ik mij niet in uw beschrijving.

Wat ze aan hebben, wat ze dragen, wat ze eten: het doet er eigenlijk niet toe. De essentie is, mijnheer Dedecker, dat ze zich gewoon gedragen zoals u en ik. Tajines in plaats van broodjes valt niet onder de noemer ' normen en waarden'. De andere strandgasten niet hinderen door uw gedrag, wel. Daar ga ik dus niet flauw over doen. Ik heb het al meermaals gezegd en ik herhaal het voor u nog eens: herrie schoppen, verbaal of fysiek geweld is onaanvaardbaar, ook en zeker op een strand waar men rust en verkoeling zoekt en waar kinderen zijn. Wie zich daar aan bezondigt, of het nu Brusselse jongeren zijn, voetbalsupporters of zatte West-Vlamingen: ik ben net als u voorstander van nultolerantie. Voor wangedrag mag men nooit capituleren.

Maar voor elke veroordeling is bewijs nodig. Het kan niet, mag niet, nooit, dat mensen veroordeeld worden op basis van vermoedens. En dat is wat nu gebeurt. De Brusselse jongere of familie die gewoon een dagje naar het strand komt, dreigt weggekeken te worden voor hij de kans krijgt zijn badlaken uit te rollen. Ze worden met argusogen begluurd door hun medeburgers die klaar staan om hen bij het eerste onverwachte beweging te veroordelen omdat ze vergiftigd zijn door uw en uw aanhangers. Want dat is wat u doet, elke dag een beetje meer: wantrouwen, achterdocht, en regelrechte haat zaaien totdat de burgers hun onbevangenheid kwijt zijn en bulken van vooroordelen en onversneden goor racisme dat de spuigaten uit loopt.

Ik snap nog altijd niet waarom u dit doet. West-Vlamingen zijn geen doetjes, maar ook geen haters, en toch blijft u zonder ophouden veralgemenen en polariseren. Ik zie in u ook geen snob als burgemeester Lippens die liefst een omheining rond Knokke zou plaatsen met een bordje 'slegs vir miljoeners'.

De samenleving is veranderd sedert ik als kind op het strand speelde. Sommige van onze medeburgers kleden zich anders, vinden andere dingen lekker. Maar ze komen naar zee omdat ze daar ruimte vinden, en horizon, een gezonde lucht. Geef ze die ruimte . Het strand is van iedereen.

Hilde Sabbe

Beste Jean-Marie Dedecker, Aangezien u mij in uw opiniestuk meermaals persoonlijk aanspreekt, dacht ik: laat ik hem maar eens een brief schrijven om een aantal misverstanden uit de weg te ruimen, als West-Vlaming tot West-Vlaming. Want dat is het eerste misverstand: ik ben geen ketje, al zou ik best graag aanspraak kunnen maken op die eretitel. Ik ben geboren in Roeselare, opgegroeid in Kortrijk, en volgens mij lijken we in bepaalde opzichten zelfs op elkaar: koppig, doorzetters, grote mond, klein hartje. Maar laten we vooral niet generaliseren. Als kind heb ik al mijn vakanties doorgebracht aan de Belgische kust, meer bepaald in Oostduinkerke, en dat geldt ook voor mijn zoon. Als wij 's ochtends naar het strand vertrokken, namen we onze boterhammen en limonade mee. Tegen de tijd dat wij uitgehongerd na een een duik in het altijd koude water op die boterhammen aanvielen, knarste het zand tussen onze tanden en was de limonade lauw. Maar dat deerde niet. Ik weet dat nostalgie een slechte raadgever is, maar nee, voor mij hoeven al die strandbars en privé concessies inderdaad niet. Ik eet graag een pannenkoek op de dijk, maar het strand is van iedereen, en niet alleen van zij die geld hebben om te consumeren.Een paar jaar nadat ik in Brussel was gaan wonen, viel het me elke keer dat ik in Oostduinkerke kwam op: wat is het hier wit. Rondom mij zag ik de samenleving steeds gekleurder en gemengder worden, maar de Vlaamse kust bleef een soort reservaat voor blanken. Daarom ben ik oprecht blij dat nu andere groepen eindelijk ook hun weg gevonden hebben naar ons strand en onze duinen.De meeste van hen, beste Jean --Marie, komen gewoon om te om te doen wat zoveel anderen doen: zandkastelen bouwen, pootjebaden, zonnebaden. Met verstomming kijk ik aan tegen de apocalyptische beelden die u schept. Mijn moslima vriendinnen dragen soms een bikini, soms niet, soms een hoofddoek, soms niet. Ik heb ze nog nooit weten tajine aanslepen en één hoort zelfs liever Niels Destadsbader dan Oum Kalsoum en dat vind ik pas erg. Ik bedoel maar: zoals Bokrijk Vlaanderen niet is, herken ik mij niet in uw beschrijving. Wat ze aan hebben, wat ze dragen, wat ze eten: het doet er eigenlijk niet toe. De essentie is, mijnheer Dedecker, dat ze zich gewoon gedragen zoals u en ik. Tajines in plaats van broodjes valt niet onder de noemer ' normen en waarden'. De andere strandgasten niet hinderen door uw gedrag, wel. Daar ga ik dus niet flauw over doen. Ik heb het al meermaals gezegd en ik herhaal het voor u nog eens: herrie schoppen, verbaal of fysiek geweld is onaanvaardbaar, ook en zeker op een strand waar men rust en verkoeling zoekt en waar kinderen zijn. Wie zich daar aan bezondigt, of het nu Brusselse jongeren zijn, voetbalsupporters of zatte West-Vlamingen: ik ben net als u voorstander van nultolerantie. Voor wangedrag mag men nooit capituleren.Maar voor elke veroordeling is bewijs nodig. Het kan niet, mag niet, nooit, dat mensen veroordeeld worden op basis van vermoedens. En dat is wat nu gebeurt. De Brusselse jongere of familie die gewoon een dagje naar het strand komt, dreigt weggekeken te worden voor hij de kans krijgt zijn badlaken uit te rollen. Ze worden met argusogen begluurd door hun medeburgers die klaar staan om hen bij het eerste onverwachte beweging te veroordelen omdat ze vergiftigd zijn door uw en uw aanhangers. Want dat is wat u doet, elke dag een beetje meer: wantrouwen, achterdocht, en regelrechte haat zaaien totdat de burgers hun onbevangenheid kwijt zijn en bulken van vooroordelen en onversneden goor racisme dat de spuigaten uit loopt.Ik snap nog altijd niet waarom u dit doet. West-Vlamingen zijn geen doetjes, maar ook geen haters, en toch blijft u zonder ophouden veralgemenen en polariseren. Ik zie in u ook geen snob als burgemeester Lippens die liefst een omheining rond Knokke zou plaatsen met een bordje 'slegs vir miljoeners'.De samenleving is veranderd sedert ik als kind op het strand speelde. Sommige van onze medeburgers kleden zich anders, vinden andere dingen lekker. Maar ze komen naar zee omdat ze daar ruimte vinden, en horizon, een gezonde lucht. Geef ze die ruimte . Het strand is van iedereen.Hilde Sabbe