2021 was het jaar waarin het coronavirus dieper in de psyche begon in te grijpen dan vorig jaar, toen de epidemie uitbrak. Deze zomer waren er enkele maanden van grote vrijheid, die aan het leven van twee jaar geleden deden denken. Dankzij lage besmettingscijfers vielen de voorzichtigste virologen gemakkelijk weg te zetten als doemdenkers, en dat deden veel Belgen dan ook. Maar in het najaar volgde een tweede desillusie, en die hakt er nog altijd in.
...

2021 was het jaar waarin het coronavirus dieper in de psyche begon in te grijpen dan vorig jaar, toen de epidemie uitbrak. Deze zomer waren er enkele maanden van grote vrijheid, die aan het leven van twee jaar geleden deden denken. Dankzij lage besmettingscijfers vielen de voorzichtigste virologen gemakkelijk weg te zetten als doemdenkers, en dat deden veel Belgen dan ook. Maar in het najaar volgde een tweede desillusie, en die hakt er nog altijd in. De eerste desillusie verloste ons van het waanbeeld dat we in het Westen onaantastbaar zijn, of toch minstens voor rare virussen uit verre Chinese provincies. Dat bleek niet zo te zijn, en dat deed ons toch even naar adem happen. Van die hoogmoedige gedachte zijn we ondertussen verlost, hopelijk voorgoed. De tweede desillusie, die volgens psychologen doorgaans zwaarder doorweegt, kwam er toen het aangekondigde einde van de crisis toch geen definitief einde bleek te zijn. De verwerking daarvan moet bij velen nog beginnen. Wij mensen blijven soms lang in de ontkenningsfase hangen, dat is bekend. Met de tweede dip komt ook nieuwe aandacht voor de langetermijneffecten van de coronacrisis. Kloppen de verhalen over hoe we dringend onze levensstijl moeten omgooien dan toch? Die leken vorig jaar in de lente prematuur, vaak ook opportunistisch en soms zelfs partijpolitiek - 'anders gaan leven' is niet toevallig lang de slogan van de Vlaamse groenen geweest. Maar hoe langer we in de coronacrisis blijven ploeteren, zou je kunnen denken, hoe groter de kans dat de dingen ook echt aan het schuiven gaan. Zou het? Nu de inschattingen van de omikronvariant alle richtingen blijven uitschieten is het nog altijd zeer onduidelijk wat er de komende maanden te gebeuren staat, op alle beleidsniveaus, in elk gezin, bij elke Belg. Maar weinigen zijn er echt gerust op. Toen Knack vorig jaar Piet Vanthemsche interviewde, de voorzitter van de groep experts die onze economie door de crisis moest loodsen, was hij stellig: 'Schrijf het op: er komt geen exit aan de coronacrisis.' Dat was na de eerste piek van de epidemie. Vanthemsche sprak van een 'transitie' naar een leven met onzichtbare virussen 'die van ons vragen dat we ons hele gedrag zullen veranderen'. Voor Knacks interviewspecial gingen we hem nog eens opzoeken, en de crisismanager houdt nog altijd rekening met alle scenario's. Wel waarschuwt hij deze keer voor al te grote apocalyptiek. De komende weken, zegt hij, zal 'opnieuw het einde van de wereld voorspeld worden', en 'je kunt een samenleving niet permanent op slot doen'. Maar anderzijds, zo stipt hij aan, duikt er misschien ooit wel een variant op die de halve wereldbevolking uitroeit. Hij blijft er verbazingwekkend goedgemutst onder. Die relatieve gelijkmoedigheid doet een beetje denken aan wat Jonathan Safran Foer vorige week in het Duitse weekblad Die Zeit noteerde over de klimaatstrijd, al klonk de Amerikaanse schrijver toch wat donkerder. Hij had het over de recente tornado's in Kentucky, de meest verwoestende storm in Amerika ooit, al is het onwaarschijnlijk, zo voegt hij eraan toe, 'dat het record lang overeind blijft'. Maar hij heeft het ook over de twéé keren dat zijn huis in New York overstroomde, en vooral over hoe hij zich met dat lot lijkt te willen verzoenen. 'Is het ondertussen niet duidelijk dat wij ons, bewust of onbewust, bij de klimaatverandering hebben neergelegd?' We weten maar al te goed wat er op ons afkomt, schrijft de ervaringsdeskundige, 'maar we geloven het niet'. Het hart gelooft niet wat het hoofd weet. Corona of klimaat: we blijven de problemen liever ontkennen. Bouwen aan een nieuwe wereld? Misschien een andere keer. In de coronacrisis staan we, net als bij de strijd tegen de opwarming van de aarde, voor belangrijke jaren. Zullen we ons zorgsysteem draaiende houden? Willen we investeren om nieuwe epidemieën tegen te houden? Kunnen we de opwarming onder de anderhalve graad houden? Of doen we maar alsof? In 2022 krijgen we een nieuwe kans om het hart en het hoofd dichter bij elkaar te brengen. De afgelopen jaren is gebleken dat we kwetsbaarder zijn dan we dachten. We kunnen die kwetsbaarheid bezweren met stoïcisme, cynisme of escapisme. Of we houden ermee op te ontkennen wat we maar al te goed weten. Ons gedrag aanpassen vóór de ramp plaatsvindt, in plaats van erna: is dat niet wat volwassenen doen?