De verplaatsingen van miljoenen mensen in kaart brengen, acht dagen lang, gespreid over een jaar: dat is het opzet van het INE, het Spaans instituut voor de statistiek. Het project, dat vorige maand van start ging, hanteert daarbij een weinig geziene methode van dataverzameling. De grote telecomoperatoren zijn de belangrijkste leverancier van informatie.

De operatoren spelen de locatiegegevens van hun klanten door aan het INE. Van twaalf uur 's nachts tot zes uur 's ochtends wordt de positie van de telefoon een eerste keer geregistreerd. Tussen negen uur 's ochtends en zes uur 's avonds wordt ze een tweede keer vastgelegd. Op verlofdagen worden vakantiebestemmingen geregistreerd. Zelfs de leegloop van het platteland wordt genoemd als studiedoel.

De operatie lokt kritiek uit. Wat met de privacy? Bij de meeste operatoren kunnen klanten zich uitschrijven. Bij Orange volstaat een e-mail. Maar Movistar-klanten hebben die optie niet. Hun wordt aangeraden om het toestel in vliegtuigmodus te zetten, of zelfs om het uit te schakelen.

In elk geval maken de operatoren zich sterk dat er geen sprake is van een privacyinbreuk. De data zouden volledig geanonimiseerd zijn. 'We zullen alleen weten hoeveel telefoons zijn aangeschakeld in een bepaald gebied op een bepaald uur, maar niets meer', aldus het INE.

In tegenstelling tot wat men graag beweert, zijn locatiegegevens wel degelijk persoonsgegevens.

Matthias Dobbelaere-Welvaert, privacyjurist

Het Spaanse project is verwant met een breder Europees initiatief onder leiding van Eurostat, de statistische dienst van de Europese Commissie. Die brengt al jaren partners uit 23 landen samen om na te denken over de juiste methode om mobieletelefoondata in te schakelen voor statistisch onderzoek.

Statbel, de Belgische tegenhanger van het INE, was 'nauw en erg actief' bij het initiatief betrokken, zegt woordvoerder Wendy Schelfaut. 'Maar vanwege de onbeschikbaarheid van data en de schaarse middelen richten we ons nu op andere prioriteiten.'

Ook operator Proximus deed mee. 'We hebben dit project altijd gesteund en zagen er het potentieel van in', zegt woordvoerder Fabrice Gansbeke. 'Maar het bleek niet vanzelfsprekend om een businessmodel te vinden waarbij Proximus een deel van de nodige investeringen kon recupereren.'

Het einde van de Belgische bijdrage aan het initiatief betekent niet dat ons land geen soortgelijk onderzoek zal uitvoeren. 'Als het project in Spanje waardevolle informatie oplevert die nog niet in andere statistieken voorkomt, ' zegt Wendy Schelfaut, 'kan het als hefboom werken om ook in België een en ander op de sporen te krijgen.'

Proximus sluit niet uit dat zij dan alsnog meewerken. 'Als Statbel ons de vraagt stelt, zullen we die analyseren', zegt Fabrice Gansbeke.

Dat baart privacyactivist en -jurist Matthias Dobbelaere-Welvaert zorgen. 'In tegenstelling tot wat men graag beweert, zijn locatiegegevens wel degelijk persoonsgegevens. Locatiepunten, zoals de woon- en werkplaats, zijn vaak voldoende om 95 procent van de mensen te identificeren. Het gaat dus niet om anonimisering. De transparantie rond de gebruikte processen ontbreekt.'

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.