Niet op het al of niet afschaffen of vergroenen van de salariswagen, niet op het al of niet langer openhouden van enkele kerncentrales, niet op het aantal windturbines op zee of zonnepanelen op Vlaamse daken, zelfs niet op de sterke reductie van de Belgische CO2-uitstoot die de komende federale en regionale klimaatregeringen wellicht op hun conto zullen kunnen schrijven. Vanuit een planetair perspectief voelt dit allemaal al te veel aan als wat "morrelen in de kantlijn".

Volgende regeringen moeten volop inzetten op het klimaatresistent maken van Vlaanderen.

Als aardwetenschapper beschouw ik dat planetair perspectief als het referentiekader waarbinnen voor mij een effectief en geïntegreerd klimaatbeleid vorm zou moeten krijgen, ook in het kleine Vlaanderen en België. En dan zijn er voor mij een aantal essentiële uitgangspunten. Ten eerste dat we onvermijdelijk evolueren naar een warmere wereld, dus een wereld met meer extreem weer en een stijgende zeespiegel. Aan een warmere wereld, zoals de aarde zo'n 3 miljoen jaar geleden kende, ten tijde van het plioceen, valt zo goed als niet meer te ontsnappen. Dit is een wereld die 1,8°C tot 3,6°C warmer is dan onze pre-industriële wereld. Het is dan ook van levensbelang dat we ons voorbereiden op het onvermijdelijke, niet pas na 2050, wanneer we Europa klimaatneutraal gemaakt hebben, maar nu, voor het te laat is. Ten tweede dat de reductie van de CO2-uitstoot steeds vanuit een globaal, planetair perspectief bekeken dient te worden. Een CO2-molecule die hier in Vlaanderen de atmosfeer wordt ingepompt, doet net hetzelfde als een CO2-molecule die in Vietnam de atmosfeer ingepompt wordt. En ten derde dat de klimaatverstoring uiteindelijk maar één planetaire grens is die we aan het aftasten zijn ... en waarschijnlijk zelfs niet de meest problematische planetaire grens. Dat ons wereldwijd landgebruik een veel dringender probleem vormt, werd onlangs nog duidelijk uit het alarmerende IPBES-rapport over de belabberde gezondheid van de aardse ecosystemen en de dramatische toestand van de biodiversiteit.

En het is op die drie punten dat ik de volgende klimaatregeringen zal afrekenen. Presenteren ze een systeemaanpak waarbij een ommekeer bewerkstelligd wordt die ons tegelijkertijd voorbereidt op een warmere wereld, een effectieve bijdrage levert tot een wereldwijde CO2-uitstootreductie, en volop inzet op het vrijwaren en versterken van de natuur, niet alleen hier maar ook elders in de wereld.

Hoe gaan we onze waterhuishouding terug veerkrachtig maken om periodes van droogte zonder al te veel kleerscheuren door te komen?

De droogte van vorige zomer, waarvan we nog steeds niet hersteld zijn, toont dramatisch aan dat Vlaanderen totaal niet voorbereid is op die onvermijdelijke warmere wereld. Over adaptatie wordt zo goed als in alle talen gezwegen in de partijprogramma's. Wordt het niet hoog tijd dat de volgende Vlaamse klimaatregering inzet op het klimaatresistent maken van Vlaanderen? Hoe gaan we onze kust beschermen tegen de onvermijdelijke zeespiegelstijging? Welke delen van West-Vlaanderen gaan we op termijn teruggeven aan de Noordzee? Hoe gaan we onze waterhuishouding terug veerkrachtig maken om periodes van droogte zonder al te veel kleerscheuren door te komen? Hoe gaan we ervoor zorgen dat zoveel mogelijk regenwater infiltreert en niet zo snel mogelijk afgevoerd wordt naar de rioleringen? Hoe gaan we van onze dorpskernen en steden koelte-eilanden in plaats van warmte-eilanden maken? Er is nood aan een geïntegreerd masterplan rond landgebruik, waarin we niet langer de natuur bestrijden, maar mét de natuur gaan werken om Vlaanderen klimaatresistent te maken.

Een onmiddellijke betonstop ligt dan ook voor de hand, dus niet in 2040 maar in 2020.

Een onmiddellijke betonstop ligt dan ook voor de hand, dus niet in 2040 maar in 2020. Het kan niet langer gaan over het minder snel betonneren van de open ruimte. De volgende Vlaamse regering dient reeds afgerekend te worden op de netto hoeveelheid hectaren land dat teruggegeven is aan de natuur.

Op het vlak van de wereldwijde CO2-uitstooreductie zou een beleid gericht moeten zijn op de meest effectieve bijdrage die Vlaanderen en België kan leveren tot die globale uitstootreductie, los van de aangegane engagementen in het kader van het Parijsakkoord. Beperken we ons gewoon tot het klimaatneutraal maken van Vlaanderen en België tegen 2050, goed wetende dat dit eigenlijk een druppel op een steeds heter wordende plaat is? Of ontrollen we ambitieuze en wervende, grootschalige innovatieprojecten rond de decarbonisering en dematerialisering van de economie, rond negatieve emissietechnologieën, en waarom zelfs niet rond nieuwe vormen van kernenergie, waardoor we door kennisoverdracht ook groeilanden in Azië en Afrika kunnen helpen hun ontwikkeling op een duurzame manier door te maken. De globale klimaatwinst zou wel eens veel groter kunnen uitvallen dan enkel te focussen op het navelstaarderige "vegen voor eigen deur".

Minder beton, meer échte natuur zou niet alleen vanuit adaptatieperspectief een beleidsprioriteit moeten zijn van de klimaatregeringen. Meer échte natuur - rewilding - is ook en vooral cruciaal om de aardse ecosystemen - onze enige levensverzekering - terug veerkrachtig te maken. Ook hier moeten de klimaatregeringen van onder hun kerktoren uitkomen. Natuurlijk moet er in Vlaanderen meer natuur, meer bossen komen, maar als je beseft dat jaarlijks ongeveer de oppervlakte van België verdwijnt aan primaire tropische regenwouden, verzinkt elk herbebossingsinitiatief in Vlaanderen weerom in het niets. De klimaatregeringen moeten daarom ook een actief investerings- en ontwikkelingsbeleid voeren om vooreerst de tropische regenwouden in o.a. Brazilië, Congo en Indonesië te vrijwaren van verdere kap, maar ook om te zorgen dat de tropische regenwouden terug in omvang toenemen. Ook zo kan het kleine Vlaanderen en België zorgen voor een globale klimaatwinst die vele malen groter kan zijn dan als we ons tevreden stellen met wat extra (stads)bossen in Vlaanderen.

De lat ligt voor mij ontzettend hoog voor de komende klimaatregeringen. Ik verwacht van hen een systeemaanpak die verder reikt dan de Vlaamse kerktoren, die niet alleen het verschil maakt in Vlaanderen en België, maar ook wereldwijd. Alleen vrees ik dat ik binnen vijf jaar wel eens ontzettend teleurgesteld ga zijn ...

Manuel Sintubin is aardwetenschapper aan het departement Aard- en Omgevingswetenschappen van de KU Leuven.

21 mei: Klimaatdebat van Knack

Het klimaatdebat van Knack vindt plaats op dinsdag 21 mei aan de UGent. Experts Dirk Draulans en Manuel Sintubin analyseren het regeringsbeleid van de afgelopen vijf jaar, waarna Bart Tommelein (Open Vld), Koen Van den Heuvel (CD&V) en Elisabeth Meuleman (Groen) het politiek debat voeren. Schrijf u gratis in via knack.be/verkiezingsdebatten.